Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Aan de leden van de vroegere Commissie van uitvoering enz. der Utrechtsche Vergadering.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Aan de leden van de vroegere Commissie van uitvoering enz. der Utrechtsche Vergadering.

6 minuten leestijd

Weleerw. Heer en en Broeders.!

De kerkeraad der Geref. kerk te Oud Beijerland in zijn verg. van 17 Oct. j.l. uw „woord betreffende de zaak der opleiding" besproken hebbende, meent daarop publiek een antwoord te moeten geven, opdat ons zwijgen niet den schijn van instemming zou geven.

We werden te meer tot antwoord gedrongen door wat De Bazuin in een tweetal artikelen van de hand uwer medeonderteekenaars te lezen geeft en op uw schrijven een eigenaardig licht werpt.

We stelden ons voor de vraag: waaraan we de eer van uwe aandacht te danken hadden.

Ge komt tot den kerkeraad met een protest tegen de benoeming van de Hoogleeraren Dr. H. Bavinck en P. Biesterveld tot Hoogleeraren aan de Vrije Universiteit.

Zoover ons bekend, heeft echter de kerkeraad in deze zaak niet de minste zeggenschap. Wel is ons bekend, dat het besluit der synode te Arnhem zulk zeggenschap voor de kerken in officieele vertegenwoordiging heeft bedongen, althans wat de theol. faculteit betreft; maar dat juist de beweging door de Utrechtsche verg. gewekt, waarvan de door U afgedrukte verklaring, de niet benijdenswaardige kroon is, den kerken dat zeggenschap onthouden zal — wie weet voor hoelang!

Mede door uw beleid staan we dus buiten het geding en moeten we uw protest ter zijde leggen als Jniet tot onze bevoegdheid behoorende. Ge komt tot den kerkeraad met uw bezwaar over „de motie van den kerkeraad te Rotterdam A."

Dat die motie U bevreemdde, kunnen we verstaan, maar waartoe uw bezwaar den kerkeraden moest gemeld worden is niet zoo eenvoudig.

Uw bezwaar kan toch niet bedoelen ons voor dien kerkeraad te waarschuwen? in dat geval zou bij ons de bevreemding zijn. Immers daar werd de goede, kckelijkc weg bewandeld, om zoo te komen tot een Gen. Synode, die ons uil het slop brengt. Mag een wettige kerkeraad in een wettige verg. dat niet doen? Dan zou het er met het recht en de vrijheid der kerken treurig uitzien.

Naar deu vorm te oordeelen zou uw „woord" een berisping kunnen zijn wegens ongehoorzaamheid aan een besluit der Gen. Synode, doch dat is niet aan te nemen, wanneer we overwegen, dat juist uw verzet tegen een besluit, dat door de meeste stemmen is goedgevonden en deswege vast en bondig moet gehouden worden, het door U afgedrukte voorstel noodig heeft gemaakt.

Die Rotterdarasche broeders hebben onze verdediging niet noodig. Ze zullen voor zichzelf wel spreken, daartoe geroepen in den wettigen, kerkelijken weg. Maar waaraan hebben wij dan uw belangstelling te danken?

’t Slot van uw schrijven vergeleken met genoemde artikelen in De Bazuin brengt ons tot een smartelijk antwoord.

Na bange worsteling heeft ons de Heere weer de vrijheid als kerken Christi gegeven. We mogen weer leven naar onze kostelijke Geref. belijdenis. Des Heeren woord is weer onze wet. Een gebondenheid zoo hartelijk begeerd door de worstelaars voor die vrijheid, zooals zoo treffend blijkt uit de acte van afscheiding, als daar gezegd wordt: „We verklaren gemeenschap te willen oefenen met alle ware Geref. ledematen en te willen vereenigen met elke op Gods Woord gegronde vergadering, aan wat plaatse God dezelve ook vereenigd heeft".

God heeft hun bede verhoord, hun wensch vervuld in de eenheid der Geref. kerken in ons vaderland. Zijn genade gaf ook ons te dezer plaatse aanvankelijk dat voorrecht, dat 's Heeren volk tot de eenheid in Christus mocht komen.

Wat wilt gij nu, broeders? Waarom moeten niet maar kerkeraden, maar zelfs kerkeraadsleden opgewekt, 'om op te treden in kerkelijke vergaderingen? Waarom moeten de kerken een afzonderlijke verbintenis aangaan buiten de wettige kerkelijke groepeering om? Wordt op die v/ijze niet een splitsing voorbereid, waardoor we'de zoo duur verworven vrijheid weer zouden derven ?

Was onze belijdenis in gevaar, d. w. z. onze band van eenheid, maar ook van waarheid, we zouden met U aan de spitse willen staan ter verdediging. Slechts zouden we ook dan bedingen den kerkrechtelijken weg op te gaan.

Nu echter de zaak zooveel anders staat, moeten we u mededeelen, geen deel te mogen hebben aan uw streven, wijl ge naar onze wijze van zien, bezig zijt de eenheid van des Heeren kerken aan uw meening op te offeren.

Wij geven u niets toe in trouw aan het in r892 gesloten verbond, naar onze meening wordt daaraan op uitnemende wijze voldaan in het besluit der Synode te Arnhem, aangezien den kerken bij dat besluit de benoeming der hoogleeraren in handen wordt gegeven over de geheele opleiding, wat voor ons veel meer beteekent dan voor een gedeelte, zooals thans geschied.

Naar uw voorstelling moet de Theol. School in den ouden vorm gehandhaafd worden, om aan de overeenkomst van 1892 te voldoen. Stel, er waren leden van onzen kerkeraad, die uw opvattig deelden, moeten we dan Christus kerk scheuren om u de zege te doen behalen? Of moet de meerderheid zich schikken naar de minderheid, wanneer die met scheuring dreigt? Ons dunkt, dat daarop voor Gods aangezicht maar één antwoord mogelijk is: we mogen noch het een noch het ander.

Toch zou uw raadgeving noodwendig tot een van beide moeten lijden.

Met hoeveel achting we ook ook U persoonlijk waardeeren, moeten we toch publiek U verklaren : Mannen broeders, we mogen niet alleen geen gehoor geven aan uw roepstem, maar achten die verderfelijk voor de kerk des Heeren. In haar gedeeldheid verheugt zich het rijk der duisternis; voor haar eenheid bidt onze gezegende Verlosser. Laat ons het rijk des Satans niet in de hand werken door onze geschillen, maar overeenkomstig de bede des Heeren elkander zoeken te dienen in de liefde. Laat ons het goede voor Sion zoeken, maar op een wijze, die Gode welbehagelijk wezen kan.

Nademaal het onze ernstige overtuiging is, dat uwe raadgevingen en groepeering tot verwijdering moeten voeren, en de eenheid der kinderen Gods ons ter harte gaat, moeten we u verzoeken voortaan uw geschriften niet aan ons af te zenden.

Het is ons smartelijk zulks te moeten verzoeken, maar we mogen niet den schijn op ons laden, dat we ons mede schuldig maken door zwijgende uw geschriften te ontvangen.

Met de bede, dat we elkander spoedig de hand mogen drukken in hartelijke overeenstemming in wat ons samenbindt.

Namens den Kerkeraad voornoemd:

C. GOOTE, Praeses.

N. H. BEVERSLUIS, Scriba.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 2 november 1902

De Heraut | 4 Pagina's

Aan de leden van de vroegere Commissie van uitvoering enz. der Utrechtsche Vergadering.

Bekijk de hele uitgave van zondag 2 november 1902

De Heraut | 4 Pagina's