Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De benoemingen te Kampen.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De benoemingen te Kampen.

7 minuten leestijd

Amsterdam, 7 Nov. I902.

Met spanning is de beslissing tegemoet gezien, die door Curatoren der Theologische School 30 October is genomen, toen zij met de deputaten der Generale Synode saamkwamen om in de bestaande vacaturen te voorzien.

De eerste en meest belangrijke vraag, die hier aan de orde kwam, was natuurlijk, of men tot benoemingen zou overgaan. Deze vraag kon alleen door Curatoren beslist worden. Volgens de instructie der Curatoren, te Middelburg opgesteld, hebben dezen het recht te bepalen, hoeveel hoogleeraren er aan de Theologische school zullen zijn. En niet door deputaten voor de benoeming van hoogleeraren, maar door Curatoren is besloten, dat er benoemingen zouden geschieden. Deputatsn hadden aan dit besluit zich te onderwerpen. Hun taak was uitsluitend om met Curatoren saam de personen aan te wijzen. Dit is geschied, zoodat Ds. van Schelven werd aangewezen als opvolger van Dr. Bavinck, en Dr. Bouman als opvolger van Prof Wieünga. De vacature van Prof. Biesterveld bleef onvervuld.

Formeel is tegen dezen gang van zaken niets in te brengen. De Generale Synode wist niet, dat Prof. Bavinck en Biesterveld de School zouden Verlaten, en droeg daarom aan Curatoren alleen op met „bekwamen spoed" in de vacature-Wielinga te voorzien. Maar Curatoren hebben een algemeen mandaat om voor de vervulling van tusschentijdsche vacatures te zorgen, en zij hebben formeel het recht om van dit mandaat gebruik te maken.

Toch mag de vraag niet onderdrukt, of curatoren niet beter hadden gedaan met nog eenigen tijd te wachten. Toen de Generale Synode de uitdrukking: „zoo spoedig mogelijk" e veranderde in „met bekwamen spoed", geschiedde dit met opzet om Curatoren eenige speelruimte te laten De mogelijkheid was niet buitengesloten, dat onvoorziene omstandigheden een keer in de publieke opinie te weeg brachten, en de Synode wilde blijkbaar, dat Curatoren met deze mogelijkheid rekening zouden houden. Gesteld, dat uit de Kerken een ster'^p aandrang kwam om een buitengewone-Synode saam te roepen, waarop het vraagstuk der opleiding in bevredigenden zin kon worden opgelost, dan zouden nieuwe benoemingen aan de Theologische school geen gering struikelblok voor deze oplossing kunnen aanbieden. Het aantal Hoogieeraren aan beide inrichtingen overtreft thans reeds, saam genomen, het normale getal, dat voor een Theologische faculteit geëischt wordt. Elke vermeerdering van het aantal hoogleeraren doet dus de kans op een goede oplossing verminderen. Een Theologische faculteit met een tiental professoren is voor onze finantieele draagkracht veel te groot. Zoodra het getal hoogleeraren aan beide inrichtingen compleet is, is voor een menschenleeftijd, en misschien wel voor goed, de mogelijkheid om tot een bevredigende oplossing te komen, afgesneden.

Het ware on? daarom liever geweest, indien Curatoren, hadden kunnen besluiten de benoeming nog een tijdlang uit te stellen, totdat de Kerken op haar meerdere vergaderingen haar oordeel hadden uitgesproken. De besluiten der generale Synode zijn nog niet in druk aan de Kerkeraden toegezonden. De tijd om rustig te overwegen, wat voor de Kerken de beste weg is, ontbrak nog. De wateren van ons kerkelijk leven zijn te hevig in beroering geweest, dan dat een kalme overtuiging als resultaat van den gevoerden strijd op den bodem bezinken kon. Ook al begrijpen wij, dat Curatoren met het oog op het a.s. vertrek van de hoogleeraren Bavinck en Biesterveld dringend versterking van de school noodig achten, toch is het verzoek van de Classis Axel, dat men niet terstond tot aanvulling dezer vacaturen zou overgaan, een teeken des tijds, waarop wel gcht mag geslageij worden.

Het kan dan 'Sok niet ontkend worden, dat de beide broeders, die tot hoogleeraren aan de Theologische Schooi gekozen zijn, in een zeer moeilijke positie verkeeren. Beiden, Ds. van Schelven en Dr. Bouman, staan lijnrecht tegenover „het beginsel van de eigen inrichting", gelijk dit door Professor Lindeboom wordt opgevat. Ds. van Schelven, die op de Generale Synode te Arnhem het sterkst voor de Universitaire idee opkwam, heeft van zijn voorliefde voor de Vrije Universiteit nooit een geheim gemaakt. En Dr. Bouman, die een tijdlang aan de Vrije Universiteit studeerde en aan de gemeentelijke Universiteit den doctorsgraad haalde, is geen voorvechter van het seminaristische standpunt. In zooverre beantwoordde de keuze van de deputaten en Curatoren dus aan den geest, die de Arnhem' sche Synode bezielde. In deze dubbele benoc' ming spraken deputaten en curatoren duidelijk uit, dat zij mannen van de „universitaire opleiding" wilden. En juist deze mannen zullen geroepen worden naast de hoog. leeraren Noordtzij en Lindeboom onder de gegeven omstandigheden plaats te nemen en te gaan ijveren voor een school, wier afzonderlijk bestaan hun ideaal niet wezen kan. Een positie, die zeker niemand hun benijden kan.

Wij wenschen ons van elk publiek advies aan deze broaders te onthouden. Het spreekt wel vanzelf, dat wanneer de bestaande tweeheid van opleiding met al de droevige gevolgen daaraan verbonden, bestendigd moet blijven, elke benoeming aan de Theologische School, die het antagonisme met de Vrije Universiteit niet vermeerdert, ons het liefste zal zijn. Daarom verblijden wij ons van harte, dat de beide benoemingen in dezen geest zijn uitgevallen. En indien de benoemde hoogleeraren voor God de vrijheid kunnen vinden deze roeping op te volgen, dan zal te midden van veel teleurstelling het toch een troost zijn, te weten, dat onze aanstaande predikanten te Kampen niet in te eenzijdige richting worden opgeleid.

Maar wel dient klaar en helder te worden ingezien, dat onze Kerken thans op een keerpunt staan. Tien jaar lang is thans geworsteld om tot eenheid van opleiding te komen. Op de Arnhemsche Synode scheen men dichter dan ooit te voren tot het doel genaderd te zijn. Zeven van de tien provinciale Synoden hadden zich bereid verklaard met deze oplossing mede te gaan. En naar ónze overtuiging is nog de mogeheid niet afgesrieden, dat de kerken, die dusver tegenstand boden, tot het inzicht komen, dat er een uitweg moet gevonden worden. Nog zijn de meeste classicale vergaderingen niet gehouden en kan dus niemand zeggen, of de publieke opinie gekenterd is. De besluiten van de classis Axel in het Zuiden en van Enumatil en Winschoten in het Noorden geven zelfs hope, dat er kentering kwam.

Maar zoodra de vacatures te Kampen ervuld zijn, is de vereeniging der beide cholen met beho.rd van de wederzijdsche oogleeraren een onmogelijkheid geworden n moeten de kerken al den last dragen, ie aan de bestendiging der gedeeldheid erbonden is.

Daarom zij nog eenmaal met al den ernst ie in ons is, op het gewicht van dit ogenbHk gewezen.

Finantieel staat de school niet sterk. i innen korten tijd dreigen de middelen te e ntbreken. En al schrijft de Synode col­ d ectes voor, de kerken kan men niet dwingen v m meer te geven. Menige kerk zal weieren langer een last te dragen, die teeds zwaarder drukken gaat, omdat de v iefde voor de school verflauwd is.

Het gymnasium te Kampen gaat in aan­ tal leerlingen achteruit en zal, wanneer niet tot verplaatsing besloten wordt, op den duur een te groote schadepost voor de kerken blijken. Verplaatst men het gymnasium, dan mist de Theologische School weder het contact met haar aanstaande studenten. Aan beide zijden dreigt hier evenzeer gevaar.

De volgende Generale Synode zal dus ingrijpende maatregelen moeten nemen. De School opheffen, kan en mag de Synode niet, zoolang een deel der kerken de School in stand wil houden. Maar evenmin kan op den duur geëischt worden, dat de kerken^•ezamenhjk zorgen voor een school, die niet de liefde van alle kerken heeft.

Dan zal men zich te laat beklagen, dat men het juiste oogenblik heeft laten voorbijgaan.

Want wat te Arnhem kon, en wat op dit oogenblik nog mogelijk is, n. l. de vereeniging van beide opleidingsscholen tot één geheel, zou op de volgende Synode in 1905 allicht om practische redenen een onmogelijkheid blijken.

De stroom van het leven staat niet stil. En wie te lang op den oever blijft aarzelen, heeft het aan zichzelf te wijten, wanneer de plank wordt ingehaald, de kabels worden losgemaakt en het schip zijn weg vervolgt zonder den passagier.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 9 november 1902

De Heraut | 4 Pagina's

De benoemingen te Kampen.

Bekijk de hele uitgave van zondag 9 november 1902

De Heraut | 4 Pagina's