Uit de Pers.
In Excelsior staat een schoon woord over de Cnristelijke sluiting van het huwelijk, dat de aandacht ook onzer lezers verdient.
Is Gods Woord de grondslag des huwelijks en dat zoowel het algemeene Godswoord, dat het huwelijk ingesteld heeft, alsook het bijzondere Gods woord, 't welk dit huwelijk gesloten en deren man en deze vrouw tot elkander gevoerd heeft, dan moet dit ook in de regeling van het huiselijk leven zijn uitdrukking vinden.
Dit geschiedt reeds aanstonds met het begin van het huwelijk, wanneer aan de plaats, welke door de verkondiging des Goddelijken Woords gewijd is, in het huis des Heeren, de voltrekking des huwelijks voltooid, de algemeene zegen, welken God op het huwelijk gelegd heeft, over dit echt paar afgesmeekt en ten laatst • ook nog een bijzonder Godswoord uit de Heilige Schrift aan de jonggehuwden op hun gemeenschappelijken levensweg medegegeven wordt, Daarmede is niet gezegd, dat aan het burgerlijk huwelijk voor de wereldlijke overheid geen ordinantie des Heei en ten grondslag ligt. Dit zou eerst dan het geval zijn, wanneer we het kerkelijk huwelijk als een geheel op zichzelf staande actie beschouwden. En dit is zoo niet; integendeel. Burgerlijk en kerkelijk huwelijk behooren bij elkaar als de twee handelingen, zonder welke geen Christel ij k huwelijk gesloten wordt. Het huwelijk tusschen man en vrouw krijgt daar door eerst zijn beslag. We hebben hier wel op te letten, wijl aan de eene zijde vaak het kerkelijk huwelijk, aan de andere zijde het burgerlijk huwelijk wordt onderschat. Met name het kerkelijk huwelijk heeft voor velen zijn waarde verloren en is daardoor op den achtergrond geraakt, terwijl velen, die het strouwen in de kerk' nng zoeken, er alleen maar een plechtigheid in zien, waardoor de zegen des Heeren afgesmeekt wordt. Nu is dit zeer zeker te verstaan. Actie werkt altoos reactie en zoo is het ook in deze qu estie gegaan. Van de eene zijde toch werd het voorgesteld, alsof het huwelijk een kerkelijke instelling, van de andere zijde alsof het een overheidsinstelling was. En het zijn deze valsche meeningen, welke de verwarring hebben dóen ontstaan.
Huwen, of liever nog trouwen, is elkander trouw belo.en en deze verklaring sluit aanstonds alle misverstand uit. Trouw beloven, dat kan noch de overheid, noch de kerk voor een jongeling en jongedochter, die voo taan met elkander lief en leed w llen deelen, maar dit moeten z ij zelf doen. En wijl die beide personen een familie hebben en deze beide familiën door die daad der jongelieden in nauwere betrekking tot elkander komen; meer nog, wijl inzonderheid de vader, als familiehoofd, zijn kinderen in zulke ingrijpende zaken nietonbe perkt mag laten handelen, is het huwelijk iets, dat uit het familieleven zelf opkomt. Zoo was van den beginne aan 's Heeren ordinantie en zoo lezen we het dan ook herhaaldelijk in de Schrift, de eenige bron, die ons kan verhalen, hoe het van den beginne is geweest.
Toen nu later meer en meer de overheid opkwam, trad deze ook in huwelijksaangelegengeden aan vullend op. Het leven onder een overheid toch bracht rechten en verplichtingen mee. En om zich nu te vergewissen van het nakomen van die verplichtingen, maar anderzijds ook, om van haar zijde die rechten te verzekeren in hoofdzaak met betrekking tot de kinderen welke uit het huwelijk zouden geboren worden, trad de overheid mede in het sluiten van het huwelijk op. En daar zij dit deed als Gods dienaresse, mag ook hiervan worden gesproken als van een ordinantie Gods. Miar daaruit volgt nu dan ook, dat de kerk geen minder aandeel in zake het huwelijk voor zich opeischt. Zijn zij, die zich in het huwelijk willen begeven leden eener maatschappij, — heerlijker en heiliger nog is het, dat zij ook leden zijn eener gemeente Gods, die eveneens toezicht op haar leden hebben en houden moet. De kerk zij dus niet met minder tevreden. En zij mag dat ook niet, evenmin als haar leden. Als Gods ware kinderen toch er kennen, dat geen huwelijk waarlijk gesloten is, tenzij het in den hemel zijn sanctie hebbe ontvangen en de band n door Gods vaderhand zelf zijn ge legd, zouden ze dan niet verlangen, d t ook zijn dienaar in zijn gemeente hun huwelijk zichtbaar sloot ? Maar er is nog meer. Uit het huwelijk wordt niet alleen de maatschappij, maar ook de kerk en Gods koninkrijk gebouwd. Kinderen, uit Christen ouders geboren, worden geboren in het genade verbond. De kerk, als uitdeelster der verborgenheden Gods, hebbe ook vooral daarom in zake het huwelijk toezicht op haar leden, en wat den leden zelf aangaat: deze gedachte vooral wekke een ieder op, het sluiten van zijn huwelijk ook in 's Heeren gemeente en door zijn dienaren te doen plaatshebben.
Kwame het kerkelijk huwelijk maar meer en meer in eere en leerde men er de diepe beteekenis van verstaan! Het zou heiligend werken en ten zegen zijn, ook voor het latere k e r k e 1 ij k leven. Want door het kerkelijk huwelijk wordt reeds aan stonds het huisgezin, dat de jongelieden gronden, als een bouwsteen ingevoegd in het groote gees telijke gebouw de gemeente van Jezus Christus. Daarom moet ook als plaats voor deze plechtigheid niet — althans niet in den regel — het huis, maar de plaats, waar de gemeente samenkomt om Gods Woord te hooren, de kerk, gekozen worden. En wat men ook hier en daar moge inbrengen ten voordeele van het voltrekken des huwelijks aan huis, dit blijft toch ? eker, dat de gang naar het Godshuis aan het wezen en de beteekenis der handeling beter beantwoordt.
De grond en beteekenis van het kerkelijk huwelijk is hier volkomen terecht aangegeven.
Wie alleen door de burgerlijke overheid het huwelijk laat bevestigen, maar de kerkelijke inzegening achterwege iaat, miskent daarmede de gemeente Gods, in wier midden "net nieuw gevormde gezin als een levende steen moet wor den ingevoegd.
Het Christelijke huwelijk behoort in de Kerk van Christus door Zijn dienaar te worden bevestigd.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 9 november 1902
De Heraut | 4 Pagina's