Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De publieke schaalcollecte.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De publieke schaalcollecte.

13 minuten leestijd

Het is moeilijk, de sluizen der welsprekendheid te sluiten, zoodra men eenmaal de deuren heeft opengezet.

De diakonie van Haarlem vraagt nu nog eens het woord over de publieke schaalcollecte.

We weigeren het haar niet, maar dit is dan ook de onherroepelijke laatste voorstelling.

Een v/eekblad als De Heraut leent zich niet voor een spiegelgevecht tusschen twee diakonieën uit éénzelfde plaats.

Geachte Redactie!

Het is te begrijpen dat u de debatten tus schen de Diaconiën te Haarlem zoo spoedig mogelijk tracht te sluiten.

’t Zou ons zelfs niet verwonderen, zoo ti spijt hadt over de opname der gansch niet on schuldige meededeeling van de Diaconieën C. en B. alhier.

Misschien zijn ook deze wel tot het besef gekomen, dat ze in 't publiek ergernis gaven, in stede van eere te oogsten bij uwe lezers en hun stichting te brengen. En indien men meende zelfs den schijn, als zouden zij een publieke collecte houden, te moeten wegnemen, dan hadden ze zich tot den verslaggever van de Diaconale conferentie kunnen wenden, met verzoek om nadere aanduiding, welke kerk in Haarlem bedoeld werd. Dit is immers de aangewezen weg, dien men, zoo er in een verslag iets te rectificeeren valt, altijd bewandelt. Wat nu geschiedde zou, indien het broederhart gesproken had en wat dieper de zaak in kwestie was nagedacht, wel in de pen zijn gebleven.

Wel zijn we erkentelijk voor de verklaring van de Diaconie C. in No. 1299 van uw blad, dat ze geen „aanval" bedoelde, — we vertrouwen dat ook die van B dit wel zal verklaren, maar 't zou christelijker geweest zijn en voldaan hebben, indien ze met een enkel woord haar leedwezen had betuigd.

Haar mededeeling van het kerkeraadsbesluit en van het besluit eener gemeente vergadering in zake de P. C. laat, hetgeen we vermeldden, ongerept, nl. dat deputaten van C bij het stellen van het concept adviseerden „'t met die collecte voorshands nog eens aan te zien". Van besluiten in hun kring later genomen werd ons geen kennis gegeven.

Zoo is ook de mededeeling, dat de publieke schaalcoUecte gehouden werd voor de verbou wing van het schoolgebouw geen beantwoording van onze vraag, „of een P. C. wèl geoorloofd is voor de geestelijke spijze der kinderen van hulpbehoevende ouders — die op verre na niet tot de armen gerekend mogen en willen wor den — en niet voor de lichamelijke verzorging van arme ouders en kinderen samen? "

Onzerzijds bestaat er in de gegeven omstandigheden tegen bedoelde collecte geen bezwaar; alleen willen we hier constateeren, dat niet ontkend kan worden dat zulk een collecte niet noodig zou zijn, indien voor alle schoolgaande kinderen de kostende prijs van het onderwijs werd betaald. Van welke zijde men de zaak ook beschouwt, het schoolgebouw is er voor het onderwijs, dies de collecte voor de geestelijke schotel. Eere aan die kleine Gemeente in de Prov. Utrecht, waar een bloeiende christelijke school is, en aangaande welke ons verzekerd werd, dat zij tot nog toe zelfs geen cent subsidie van den Staat ontving. Daar is het ideaal gegrepen dat nu een 25 jaar geleden door de aanvoerders in den schoolstrijd met zooveel warmte en hoogen ernst ons Christenvolk werd voorgehouden.

Ach, dat schoone ideaal: „de school aan de ouders, " schijnt thans wel losgelaten te zijn

Eindelijk nemen we nota van de mededeeling, dat de Diac. C. vroeger, toen men niet minder zich ergerde aan de P. C. van kerk A., wél circulaires buiten de Gemeente zond (om onder steuning voor de armen) maar dat daarin „verandering" werd gebracht." Zij deze „verandering" een verbetering.

Hiermee zijn we met de zuster Diaconieën gereed en verklaren we hier tot geruststelling van uwe lezers, M. de R., dat het steeds ons zoeken is en zal blijven, om in vrede met haar te leven.

Volge nu nog een kantteekening op het anonieme stuk over de P. C. opgenomen in No 1298 van uw blad.

„Schaalcollecte voor de armen" is het motto.

Zoo wordt ze gewoonlijk genoemd. Men kan ze ook „publieke collecte" noemen, maar, „straatcollecte" hoorden we haar hier nooit betitelen. Of deze benaming moet dienen, om ze als iets „schandelijks en verachtelijks" te teekenen, laten we voor rekening van wie haar bezigden. Maar juist is ze niet. Het is eene collecte langs de huizen, nadat ze enkele dagen te voren per circulaire en advertentie is aangekondigd. Op „straat" spreken u de brutale bedelaars aan. Of noemt men ook de „uniecollecte" en een collecte voor de „Boeren" een „straatcollecte? " Wij hoorden of lazen het nooit.

Om nu op 't stuk zelve te komen: Anonymus zegt, dat voor de Chr. Gereformeerden voor het houden van zulk eene P. C. hoofdmotief was, om te toonen, dat zij kleine, versmade en verachte kerk, in de staatssfeer dezelfde rechten had als andere gezindten." Wij moeten dit ten sterkste weerspreken. Als kin deren der „scheiding" — misschien is Anonymus er ook een — hoorden we van de ouden, aan wier voeten we opgroeiden, nooit een dergelijken toon aanslaan, als hij hun op de lippen legt. En schriftelijk bewijs voor zijne bewering zal hij wel niet kunnen leveren; anders houden we ons aanbevolen.

Dan vestigen we de aandacht op eene beschuldiging, die we een „eereroof" noemen. Ze is vervat in deze woorden: „de begeerlijkheid bedolf toen ter tijd — t. w. toen de Chr. Geref. P. C. aanvroegen — „het heilig woord van Christus: Ik zal u niet begeven!' Deze beschuldiging is kras, en dat van een schrijver, die blijkbaar ook weet dat de kracht van voorn, kerken eeniglijk stond in haar Heer en Koning, Jezus Christus, en zij het steeds blijmoedig met Hem waagden, en goed en bloed er voor veil hadden, niet twijfelende of Hij zou zorgen.

Heel het stuk van Anonymus geeft den indruk, dat de Chr. Gereformeerden in die dagen het spoor bijster waren, althans in zake de armenverzorging. Maar gelukkig! daar treden de Ned. Geref kerken op en die geven het „voorbeeld, " dat „leidde tot zelfcorrectie der Chr. Ger. kerken." Er kwam weer besef van eigen roeping en een zoeken van Christus' eer.

Is het niet, alsof hier een arrogant doleanti»ssm •n"*n man aan 't woord is, die niet schijnt te weten, dat ook kerken uit de actie van '86 ten dezen niet vrij uitgaan? Denk aan Leeuwarden.

Natuurlijk, de ootmoedige en verstandige broeders uit de actie van 1886 zullen een dergelijken toon niet aanslaan ; 't kan ook wel een kind der scheiding zijn." Orn 't even.

Ieder zal moeten toestemmen, de teekening van den staat der Chr. Geref kerken vóór de doleantie is niet vleiend.

We zullen ze niet nader qualificeeren. Alleenlijk protesteeren we hier tegen het generaliseeren an Anonymus.

Zie, er waren misschien een tiental, hoogstens 15 kerken, die voor en na P. C. hielden, waarvan zeker de helft al was opgeruimd, eer de doleantie ontstond. Maar, eilieve, wat hadden die overige, meer dan 200 kerken met de collecte van dat tiental uit te staan? En toch stelt Anonymus het voor, alsof dé Geref kerken in het algemeen, althans in zake de verzorging der armen, de eere van Christus niet meer hoog hielden.

In deze donkere dagen, ook op kerkelijk gebied, een dubbel treurige voorstelling.

Komen we nu tot het gedeelte, dat we noemen kunnen een poging tot principieele bestrijding van de P. C Schrijver gaat uit van de groote waarheid; „Christus is het Hoofd der kerk en het is zijn eer voor de geestelijke en stoffelijke be hoeften te zorgen!" Tegen dit uitgangspunt geen bezwaar; maar de conclusie, die hij daaruit afleidt is ons te eng, te bekrompen, wijl zich beperkend tot de geïnstitueerde Geref. kerk. Christus toch is niet maar, en niet zoozeer het Hoofd van de Geref kerk, hoewel Hij als zoodanig daar het zuiverst wordt beleden, als wel van de kerk als organisme, het mystieke lichaam.

Van welk een omvang dit lichaam is, kan de mensch niet nauwkeurig bepalen, maar zeker is dat het zich verder uitstrekt dan uw Geref. instituut, gelijk 't ons niet minder zeker is, dat verre 't grootste deel onzer P. C. komt van hen, die ons om Christus wil genegen zijn, al kunnen ze kerkelijk niet met ons samen gaan. Aan dit feit danken we 't dan ook, dat het bedrag onzer P. O. vrijwel op dezelfde hoogte blijft, spijt de ongunstige omstandigheden en hatelijke teekeningen als van de zijde des broeders van haar gegeven worden, en beschamend voor de bewering van Anonymus.

De kerk, genomen als het mystieke lichaam des Heeren, waartoe allen behooren, die Hem door het geloof zijn ingeplant; uit deze stelling volgt logisch, dat het collecteeren buiten uw geïnstitueerde kerk, daarom nog niet is een verzamelen van gaven buiten 'net lichaam van Christus en dus maar niet zoo zonder eenige reserve mag worden genoemd: een „te kort doen aan de eer en de ivet van Christus."

’t Is waar, de P. C. komt ook tot hen, die Christus en zijne kerk vijandig zijn; evenwel zijn er onder deze, die gaarne weldadigheid bewijzen, ook aan de armen der Geref. kerk. Waaruit is dat te verklaren? O. i. uit het feit, dat de zegen van Christus kerk in hen nog nawerkt, deels uit de „gemeene gratie." Door beide worden velen, zij het onbewust, bewogen tot het werk der barmhartigheid, om wonden te balsemen en te verbinden, en tranen te drogen. Ware dit niet zoo, ach, hoe treurig zou 't er in deze wereld vol van ellendigen uitzien.

Doch, hier verruimt zich onze blik en verkrijgt het breede standpunt, waarvan we met anonymus uitgaan, ook een breede toepassing. We stemmen toe: 't is de eer van de geïnstitueerde kerk haar eigen armen deugdelijk te verzorgen. In het najagen van dit ideaal mag zij niet aflaten, totdat ze jhet gegrepen heeft. Maar dan bepale ze zich niet tot het ondersteunen van 10 a 20 arme broeders en zusters. Welke ernstige Diaconie kan meenen daarmee klaar te zijn?

Waar dan henen met de arme kranke leden uwer kerk ? Vanwaar verplegers en verpleegsters voor die kranken? In welke ziekenhuizen zult gij ze brengen, als ze in eigen woning niet verpleegd kunnen worden? Buiten uw kerk moogt ge geen hulp zoeken. Ach, wat zou 't zijn als uw Gasthuizen, Diaconessenhuizen, Academie ziekenhuizen en dergelijke stichtingen meer, voortaan gesloten waren voor de armen en mindergegoede leden uwer kerk! Dankbaar maken alle Diaconieën en particuliere leden der kerk van die stichtingen gebruik, en roepen ze ver plegers en verpleegsters onder hun dak, desnoods van modernen en van Roomschen. Zietdaar, een hulp die u weinig of niets kost, en die gij zoekt en ontvangt buiten uw kerk. En dit niet te loochenen feit is des te ernstiger, omdat er niet slechts de lichamelijke, maar dikwijls ook de geestelijke belangen van de leden uwer kerk mee gemoeid zijn.

Vrage: Gaan DiaconieëQ Lier vrij uit, die slechts eenige armen ondersteunen en zulk een belangrijk deel van hun werk aan anderen overlaten? Voor krankzinnigen hebben we „Veldwijk, Bloemendaal en Dennenoord". Uitnemende stichtingen. Maar hoe menige Diaconie, die er geen cent voor geeft. En als men zijn patiënten er laat verplegen, dan is het op kosten van de burgerlijke Gemeente, Prov. en Staat; op zijn best wordt een klein bedrag bijgepast door de Diaconie. Wederom: steunt zij hier niet op de hulp, buiten de kerk haar verstrekt?

Nooit zouden laatstgenoemde stichtingen verrezen zijn, indien het, gelijk sommigen dit in den beginne met ernste bepleitten, aan de Diaconieën ware overgelaten. Hoe gelukkig dan, dat de oprichters over [de kerkmuren konden heenzien en de kostelijke hulp van buiten de kerk niet versmaadden.

Hadde men met dit voorbeeld voor oogen maar zijn voordeel gedaan bij. de wording der Vereen, voor Geref Ziekenverzorging in Nederland. Zij zou dan thans veel verder zijn ge v/eest, — een eigen ziekenhuis gehad hebben en in heel het land een rijken zegen voor lichaam en ziel hebben ^uitgedragen. Nu leidt ze, na vele jaren worstelens, nog een kwijnend leven. Dit dankt ze voor eon goed deel aan het feit, dat vele broeders in ernste meenden dat het werk der barmhartigheid uitsluitend van de Diaconieën moest uitgaan. Maar de kerken, in Synode vergaderd en waarop een beroep werd gedaan, konden niet in die richting adviseeren. En, wat het onverklaarbaarst is: tot nog toe onthouden zich verre de meeste Diaconieën van eenigen steun te verleenen.

Vrage wederom: gaan de Diaconieën dan ten dezen vrij uit en wil dus de Barmhartige Hoogepriester, het Hoofd der berk, dat zij het werk der barmhartigheid aan de leden van zijn lichaam voor anderen zullen overlaten? Wij denken er anders over, en vertrouwen, velen met ons. Maar toen we enkele jiren geleden aan onze zuster Diaconieën voorstelden, om voor gemeenschappelijke rekening een verpleegster te nemen, werd dit gewezen van de hand. Zie, in een stad als Haarlem moesten minstens een drietal Geref Verpleegsters zijn, maar éen was voor de drie Diaconieën nog te veel.

We zullen 't hierbij laten, gevoelend M de R. dat we van uwe gastvrijheid misbruik zouden mssm msBBsaoESS. mill; n, zoo we verder gingen, ofschoon de stof op verre na niet uitgeput is.

Een en ander geeft zeker genoegzaam aan leiding tot nadenken, alsook om met de woorden „ongeoorloofd" en „zondig" wat voorzichtig te zijn, en inzonderheid om niet zoo spoedig met zekere voldaanheid over eigen werk, anderer doen te veroordeelen, te rninder, waar men zelf den weg nog nauwelijks ten halve afliep.

Daarbij zal het goed zijn, rekening te houden mefhet begrip„kerk, " gelijk ook met de „gemeene gratie", wier olie en wijn ook aan gewonden en ellendigen in de geïnstitueerde ketk ten goede komen, en immers, in stede van ze te versmaden, omdat ze van buiten die kerk komen, met dank aan haar Heere en Koning worden aanvaard.

Met hartelijken dank voor de opname dezer regelen in uwe kolommen, hoogachtend

3 Dec. I902.

De Diaconie van Haarlem A.

Slechts één opmerking voegen we hier aan toe.

Het ingezonden stuk van anonymus was niet van een broeder uit de Doleantie, maar van een echt kind der Scheiding, die zijn moederkerk hartelijk lief heeft.

Maar liefde sluit niet uit, dat men ach teraf inziet, dat er nog wel eenig gebrek was.

Voorts laten \vij dit onderwerp rusten.

Van onzen hoogleeraar ia de Ambtelijke vakken verwachten wij, dat hij, zoo God hem krachten gunt, ook de diakonie wel eens met een principieele uiteenzetting van dit punt verrijken zal.

Hierover zullen wel allen het eens zijn, dat het voor de eere van Christus Kerk veel beter is, wanneer de Diaconie niet latTger op de geleende krukken van een publieke schaalcoUecte behoeft te gaan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 14 december 1902

De Heraut | 4 Pagina's

De publieke schaalcollecte.

Bekijk de hele uitgave van zondag 14 december 1902

De Heraut | 4 Pagina's