Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ds. Gispen.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ds. Gispen.

3 minuten leestijd

Ds. Gispen beantwoordt onze vraag, met welk recht hij zich aandiende als tolk van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs, met het volgende schrijven :

Met welk recht?

Hooggeachte Redacteur ?

Indien het waar is, dat ik een leelijken blaam op de Theologische professoren heb geworpen, heb ik, zonder eenig recht, iets zeer verachtelijks gedaan.

Maar meent gij dit wezenlijk ?

Gij kunt het niet meenen. Ik onderstel dat gij, door overstelpende drukte, deze beschuldiging wat al te haastig hebt neergeschreven.

Mocht ik mij hierin vergissen, dan verzoek ik u ernstig mij de dagvaarding te zenden, waarin de feiten, waarop het mij ten laste gelegde berust, duidelijk genoemd en omschreven zijn.

Zoolang gij dit niet gedaan hebt, ben ik buiten de mogelijkheid mij te verantwoorden, en blijf ik leven onder den blaam dat ik de Theologische professoren geblameerd heb.

Moet ik onder die beschuldiging nu voortaan leven ? Ik zeg nog eens: dat kunt gij niet willen.

Met broedergroete en dank voor de plaatsing dezer regelen,

Zooals men ziet, is de hoofdzaak, waarom het ging, behendig ontweken en wordt alleen nader bewijs gevraagd, dat de voorstelling van Ds. Gispen, was ze juist, een leelijke blaam zou werpen op de Theologische hoogleeraren der Vrije Universiteit.

Laat ons bij de beantwoording dier vraag nogmaals voorop mogen stellen, dat aan opzet of moedwil door ons niet gedacht is. Wij zijn ten volle overtuigd, dat Ds. Gispen de Vrije Universiteit oprecht liefheeft en met name aan haar Theologische hoogleeraren een goed hart toedraagt.

Maar juist daarorn moest te eer door hem vermeden zijn een voorstelling te geven, die in breeden kring een hoogst pijnlijken indruk heeft gemaakt.

De hoogleeraren in de Theologie hebben op de Synode te Arnhem mede een voorstel ingediend, waarvan Ds. Gispen in het bewuste artikel verklaarde : i. dat het een ongerijmdheid bevatte; 2. dat het de souvereiniteitsrechten der Universiteit prijsgaf; en 3. dat het hoogst onzeker was, of de Vereeniging het zou hebben goedgekeurd.

Ons dunkt, dat de hoogleeraren het met deze critiek kunnen doen.

Maar nog smartelijker was, dat Ds. Gispen de voorstelling gaf, alsof deze hoogleeraren, nu de Theologische faculteit weer volledig bezet was, niet meer bereid zouden zijn hun voorstel te handhaven, ook al wilde de minderheid achteraf in hun voorstel berusten.

De schijn werd daarmede gegeven, alsof deze hoogleeraren wegens de innerlijke zwakheid van hun Theologische faculteit, nu ja te Arnhem wel bereid geweest waren aan de kerken belangrijke concessies te doen, maar, zoodra Prof. Bavinck en Biesterveld waren ingepalmd, plotsehng met zekere hooghartigheid zich tegenover de kerken zouden plaatsen en van deze al concessies niets meer zouden willen weten.

Voelt Ds. Gispen niet, dat hiermede deze hoogleeraren in een zeer onaangenaam daglicht worden gesteld.'' En eindelijk.

De hoogleeraren der Theologische faculteit hebben te Arnhem een ernstige poging gewaagd om de moeilijkheid van het zoogenaamde beding op te lossen en de beide tegenover elkander staande beginselen van de universitaire en seminaristische opleiding te vereenigen in een practisch voorstel.Ds. Gispen schrijft dienaangaande :

Naar mijn gevoelen blijft er niets over dan den toestand te aanvaarden zooals hij is. Eenvoudig, eerlijk, vroom en oprecht; en dat wij alle juristerij op het woord „beding, " en alle diplomatieke scherpzinnigheid „om van twee verschillende beginselen één beginsel te maken, " van ons laten gaan, aan Gods voorzienigheid overlatende wat in de toekomst geschieden zal.

Juristerij en diplomatieke scherpzinnigheid, vooral wanneer ze tegenover , , eenvoudig, eerlijk, vroom en oprecht" worden gesteld, zijn geen vleiende titels.

Een „dagvaarding" is deze korte opsomming van de feiten niet.

Hoe eerder dit persoonlijk incident gesloten wordt, hoe liever het ons wezen xal.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 14 december 1902

De Heraut | 4 Pagina's

Ds. Gispen.

Bekijk de hele uitgave van zondag 14 december 1902

De Heraut | 4 Pagina's