Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Uit de Pers.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de Pers.

7 minuten leestijd

Hoeveel aanspraak de Zending onder de verre heidenen ook op onze belangstelling heeft, toch mag bij dien zendingsijver nooit vergeten worden, dat Christus' kerk ook een roeping heeft tegenover de Joden in ons midden, die in den Heiland der wereld nog niet hun Messias hebben gevonden.

Broeder Kropveld draagt dan ook wel zorg, dat de Jodenmissie niet in het vergeetboek raakt, en gaarne nemen wij in ons persoverzicht ditmaal de mededeelingen op, die hij aan het Gereformeerd Volkshlad zond:

Viel het onzen Broeder Smit lang niet gemakke lijk om Zwolle, waar hij reeds iseingebürgert" was en vele goede vrienden zich verworven had, te verlaten en in het groote, en voor hem zoo goed als onbekende, 's Gravenhage zich te vestigen, toch heeft hij ondervonden, dat wij in Gods weg overal kunnen wezen, en dat de Heere Zijn volk in alles bijstaat en helpt.

Hoe vreemd het hem aanvankelijk in de Resi dentie ook was, niet lang duurde het of hij vond ook daar vrienden, en wel dezulken, die met zijne komst in Den Haag bijzonder ingenomen waren.

Het sinds vele jaren aldaar gevestigde plaatselijke Joden-Comité begroette hem met groote blijdschap ; en dat te meer om reden hij van Deputaten vrijheid had ontvangen om in overleg met genoemd Comité te arbeiden. De Broeders meenden dit niet beter te kunnen doen, dan hem in hun Comité op te nemen; wat onze Broeder zich gaarne liet welgevallen. Natuurlijk; want zoodoende had hij de schoonste gelegenheid om in Den Haag weldra be kend te worden, en met de Joden in aanraking te komen.

Het duurde dan ook maar zeer kort toen hier voor pogingen werden aangewend, hetzij door hen aan hun woning te bezoeken, hetzij des Maandags en des Vrijdags op de markt met hen te spreken.

Bij het bezoek aan de huizen was de vraag, of men ook een Bijbel wilde koopen, meestal de in leiding, om zoodoende tot een gesprek te komen; hetwelk den eenen keer echter veel beter ging dan den anderen zooals zich wel laat begrijpen.

Een Bijbel had men zelden of ooit noodig, bewerende, dat men dien wel bezat; hoewel de meeste Joden geen Bijbel, ook zelfs geheel het Oude Tes lament niet, in huis hebben. Zij noemen Bijbel óf den Pentateuch 6f hunne gebedenboeken.

Soms gebeurt het, zoowel in het beschaafde s-Gravenhage, als op het'platte land in Groningen en Drenthe, dat men den Colporteur op zeer ruwe wijze bejegent, en hij het geraden acht om, wil hij niet op gevoehge wijze de vijandschap der Joden ondervinden, eenvoudig de geuite bedreiging ter harte te nemen en heen te gaan. Dikwerf echter loopt het beter af, is hij in de gelegenheid zijn kostbare waar aan te prijzen, en over den Messias, de hope der vaderen, te spreken.

Bijna immer treedt de verregaande blindheid, waarin Abraham s nakomeUngen gezonken liggen, daarbij te voorschijn ; inzonderheid wat den persoon en het werk van den Messias betreft.

Over Abraham en Mozes weten de meesten nog wel wat mee te praten, voorzoover het de naakte geschiedenis betreft. In verband echter met den zondeval, de rechtvaardigheid Gods en het ver lossingswerk is het meer dan treurig, hoe oppervlakkig en verward de kennis dienaangaande is.

Zoo werd o. a. eens op de vraag «waarom Israël thans niet meer offerde ? ' geantwoord: »dat ze daar thans te arm voor waren, en dat daarvoor God nu de gebeden had ingesteld".

»Dit stemde ik ', schrijft ome Broeder in zijn maandelijksch Rapport, »geen van beide toe. Wat de armoede aangaat, wees ik op de vele rijke Joden, die zonder bezwaar zouden kunnen offeren. En wat de gebeden betreft, herinnerde ik er aan dat de offerhanden de gebeden niet uitsloten terwijl God nergens in Zijn Woord had gezegd, dat de gebeden in de plaats van offerhanden zouden gesteld worden'. — «Maar Mijnheer! wij zijn niet meer in Jeruzalem, en daaroui kunnen wij thans niet meer offeren".

— »Maar Juffrouw! de vele duizende Joden, die thans in Jeruzalem wonen, offeren óólc niet. En dat kan ook niet, zoomin binnen als buiten Jeruzalem; niettegenstaande het offer door Jehovah is ingesteld; want zonder bloedstorting is er geen vergeving. Maar het offer zag op den Messias die komen zoude om zichzelven tot een offer over te geven. Daardoor is Hij het ware offer geworden, maar konden en moesten, na Zijn lijden en sterven, ook alle andere offerhanden een einde nemen".

Het slot van dit belangrijke gesprek-was, dat de Juffrouw een Nieuw Testament aannam, met de belofte het niet alleen te lezen, maar het ook met het Oude Testament te vergelijlcen. Zulke ontmoe tingen zijn voor onzen Broeder eene oase in de woestijn; want al kan niemand zeggen wat het resultaat zal wezen, toch is het reeds aangenaam een woord kwijt te kunnen worden, en vooral het Woord van God te kunnen uitreiken met de niet gansch ongegronde hoop, dat het althans met eeni gen ernst onderzocht zal worden.

Zulke verschijnselen zijn dikwerf de dageraad van een nieuw leven, gelijk bij tal van toegebrachte zonen en dochteren Abraham's van achteren ge bleken is. Daarom is het des te meer verblijdend dat dit feit niet op zichzelf staat, maar het wel meermalen is gebeurd, dat het gesproken woord met geduld — en soms zelfs, zooals het althans scheen, met belangstelling werd aangehoord; terwijl in bijna ieder gezin één of meer traktaatjes - speciaal voor de Joden — worden achtergelaten.

Een enkele maal wordt een Oud-of Nieuw Tes lament gekocht; hetwelk uit een zedelijk oogpunt natuurlijk veel meer waarde heeft, dan dat het gegeven wordt.

Zoo kocht verleden zomer iemand een Nieuw Testament, om eens te weten of er ook veel kwaads van de Joden in stond.

»Wel neen", antwoordde Broeder Smit, sintegendeel, er staat zeer veel goeds van hen in. Ja, zeker kunt gij er zeer veel in vinden, wat tegen uw volk getuigt; maar dat vindt ge evenzeer bij Mozes en de Profeten, die op schier iedere bladzijde klagen, dat Israël van de Heere afdwaalde, en dat hunne ongerechtigheden zeer vele zijn".

Toen las ik hem Rom. 3 voor, waar aandachtig naar geluisterd werd.

De gesprekken op de Markt, waarbij ook meestal traktaten worden uitgereikt, zijn uit den aard der zaak korter, en minder geregeld. Want de een be gint te schelden, de andere te schreeuwen om zijn koopwaar aan den man te brengen; terwijl een derde een handige zet doet om den Colporteur en de omstanders aan het lachen te brengen.

De arbeid op de Markt is dan ook meer om traktaatjes te verspreiden, dan om een geregeld gesprek te voeren ; voor dit laatste moet men bij de menschen aan huis wezen ; ook opdat de man of de vrouw, die wel een woordje over den Christus wil spreken, zich voor de anderen niet behoeft te ontzien. Maar al te goed weten we hoe de Jood, die den Christus' begint te zoeken, er op uit is om alles zoo stil mogelijk te houden. En zeggen ons de geslotene deuren der Discipelen niet, hoe de vreeze voor de Joden het harte beklemmen kan?

De grove onkunde, waarin de meeste Joden leven, blijkt uit deze mededeelingen treffend genoeg. Gaarne zouden wij echter nog iets meer vernemen omtrent de vrucht, die deze zendingsarbeid droeg. Wellicht dat een volgend maal Ds. Kropveld daaromtrent ons eenige inlichtingen geven kan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 25 januari 1903

De Heraut | 4 Pagina's

Uit de Pers.

Bekijk de hele uitgave van zondag 25 januari 1903

De Heraut | 4 Pagina's