Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De Bazuin.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Bazuin.

5 minuten leestijd

Nu Prof. Bavinck als de redacteur van de Bazuin bedankte, heeft het college van curatoren voorloopig den oudsten hoogleeraar der Theologische School, Prof. Noordtzij, verzocht als hoofdredacteur op te treden.

Prof. Noordtzij doet dit met het volgende woord:

Bijna op den laatsten dag van het voorbijgesnelde jaar 1902 ontving ik van de Curatoren der Theologische School een schrijven, waarin zij mededeelen, „dat Dr. H. Bavinck niet langer „als Hoofdredacteur van De Bazuin meende „werkzaam te kunnen zijn. "

en dat, „daar het Curatoren onmogelijk is „samen te komen en de zaak behoorlijk te be-„spreken, zij eenparig hebben geadviseerd, " mij „mij als oudsten Hoogleeraar aan de School te „verzoeken om voorloopig als Hoofdredacteur „van JDe Bazuin op te treden" . . - . „totdat „in de eerstkomende Vergadering van Curato-„ren eene definitieve aanstelling van een Redac-„teur moge kunnen plaats vinden."

’t Spreekt baast vanzelf, dat ik het vertrouwen van de Curatoren in deze niet mocht beschamen en een deel mijner krachten aan de volvoering van deze opdracht zal wijden.

Ik doe dit echter niet dan in de vreeze des Heeren.

Want ik ontveins 't mij geenszins, dat mijne krachten klein zijn en de volvoering van deze taak hare eigenaardige moeilijkheden medebrengt.

Vooral in de omstandigheden, waarin Kerk en School zich thans bevinden.

Wij zijn nu eenmaal, door den haastigen spoed van niet-weinigen naar eene beslissing in zake de opleiding — meer of min in overspanning geraakt.

Ook is, door allerlei zwenkingen om nuttigheidsredenen, door met ernstige afspraken en verbintenissen te weinig rekening houdende voorstellen van leiders zoowel als door 't gewelddadig ingrijpen op een gewenschte oplossing van de opleidingskwestie — helaas, bij velen 't vertrouwen in niet geringe mate geschokt.

En bovendien zijn, in verband daarmede, door 't uiteenloopend geschrijf van velen, door 't in omloop gebracht zijn van onjuiste voorstellingen en legendes, waarvan de meesten de waarheid nitet konden onderzoeken — niet weinigen zoo de kluts kwijt geraakt, dat zij tamelijk moedeloos zijn geworden om óf bij de pakken neer te zitten of zich af te wenden.

En toch, ofschoon veel van dit alles onze sympathie Leeft; hoewel veel daarvan ons drukt — toch versagen wij niet.

Waarom ?

Omdat wij niet twijfelen of, door Godes ontfermingen, zal er ootmoedige inkeer komen; zal 't koortsachtig en oppervlakkig jagen vervangen worden door kalm gepeins en vroed

overleg om op 's Heer en tijd tot een finale oplossing van de kwestie te komen; zullen de Kerken bij de eenheid bewaard blijven!

In dit vertrouwen aanvaard ik, ook in deze alles van den Heere verwachtend, voorloopig de hoofd-redactie van De Bazuin; in dien geest wensch ik deze mijne taak, open en rond, te vervullen.

Van „pluimstrijken" houd ik nu eenmaal niet, al heeft ook een goede vorm mijne volle sympathie.

Mijn levensdevies: „me nemini mancipavi", d, w. z. de vrijheid, die wij in Christus Jezus hebben, te handhaven — wensch ik nimmer te verloochenen, maar niet minder te volharden bij mijn lijfspreuk: de eenheid behouden en zoeken met allen, die naar Gods Woord en der Kerken Belijdenis bijeenbehooren.

Die vrijheid is voor mij tevens de hoogste eenheid voor Kerk en School beide!

Ben ik nu, uit kracht van een en ander, een tegenstander van het streven naar eenheid van opleiding? Die zulks meenen, zouden dwalen: naar ik wil hopen, ter goeder trouw.

Ben ik nu daarom een „warme voorstander voor 'timmer afzonderlijk voortbestaan der School te Kampen? " Die 't beweerden, zouden dwalen, naar ik wil aannemen, ter goeder trouw.

Naar mijne vaste overtuiging is eenheid van opleiding mogelijk met volle handhaving van de souvereiniteit der Kerken naar den Woorde Gods, en van de vrijheid der Universitaire wetenschap naar haren aard: zonder dat de zedelijke verplichtingen van 1892 ten opzichte van de School der Kerken of van vrije studie worden geschonden.

Ziedaar mijn program in deze, dat ik echter thans alleen geef om zooveel mogelijk misverstand en misschien kwade praktijken af te snijden en alzoo in De Bazuin met anderen voor haar belang en dat van School en Kerken beide werkzaam te kunnen zijn.

De Bazuin verandert dus door mijn redactiearbeid niet.

Geen der medewerkers behoeft om mij zijne inzichten te wijzigen; zij zijn, behoudens eigen verantwoordelijkheid, volkomen vrij in hunne rubrieken.

Aller medewerking is hoogst aangenaam; zelfs die van Prof. Bavinck zou wij zeer waardeeren.

Broeders, onthoudt der Bazuin uw steun niet!

Ook de arbeid van inzenders van stukken zal ons aangenaam zijn; mits — er zoo zakelijk als vormelijk mate in zij. U weigeren zullen wij niet licht!

Eindelijk rest ons nog aan Prof. Bavinck onzen bijzonderen dank te betuigen voor den arbeid door hem als Hoofdredacteur aan dit blad verricht. I-ïij deed het met eere en ook niet ongezegend voor het blad zelf. De Heere vergelde hem ook dezen arbeid voor Zijn Koninkrijk!

En ten slotte: medewerkers en lezers, weest ook door ons met uw bestaan en uw arbeid van harte Gode bevolen in het ingetreden jaar onzes Heeren 1903. Brenge het ons weinig kwaads, veel goeds. Zoo Hij is onze glorie en onze kracht, op Hem ons hart en ons leven is gericht — dan zal de uitkomst, wat Hij ook over ons beschikt, zeker niet falen.

Werken wij terwijl 't dag is.

De Heere komt!

De critiek op den gevoerden strijd laten wij voor rekening, van Prof. Noordtzij. In voortzetting van den strijd in de pers, nu de beslissing op kerkelijk gebied gevallen is, zica wij geen heil.

Dat Prof. Noordtzij een finale oplossing van de opleidingsquaestie mogelijk acht, waarbij zoowel de souvereine rechten der kerk naar den Woorde Gods, als de vrijheid der universitaire wetenschap naar haren aard gehandhaafd worden, verblijdt ons.

Na al de vruchtelooze pogingen gedurende een tienjarig tijdvak beproefd, neigt men er toe den moed op te geven. De toekomst zal moeten leeren of de pessimisten, dan wel de optimisten gelijk hebben.

Maar de ontfermingen onzes Gods zijn wonderlijk, en wat bij den mensch onmogelijk schijnt, is mogelijk bij God.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 25 januari 1903

De Heraut | 4 Pagina's

De Bazuin.

Bekijk de hele uitgave van zondag 25 januari 1903

De Heraut | 4 Pagina's