EENE MERKWAARDIGE RECENSIE.
Merkwaardig is wat Pniël, het orgaan van Dr. J. H. Gunning J.Hz., in het bijblad van no. 577 zegt naar aanleiding van het ernstige woord van den oud-hoogleeraar J. H. Gunning aan de Hervormde gemeente:
„Natuurlijk, dat wij ook thans met alle aan-„dacht geluisterd hebben naar hetgeen Prof. „Gunning hier tot ons zegt. Wij weten, dat, „wat deze geleerde schrijft, voortkomt uit het „innigst leven zijner ziel. Bovendien is de „wensch van Prof. Gunning ook de onze. Wat „zou het een zegen zijn, indien er in onze kerk, „gelijk de schrijver begeert, eenheid van belij-„denis ware!
„Wat hebben ook wij behoefte aan een tucht, „niet aan die, welke men in deze of gene kerk „uitgedacht heeft, maar aan die ernstige, bid-„dende en broederlijke tucht, z. a. de Schrift ons „die leert en die toch ook alleen door Prof. „Gunning bedoeld wordt! Wat zou er van onze „kerk een kracht uitgaan in de wereld, indien „zij daar stond als een pilaar en vastigheid der „waarheid! Wij gelooven echter volstrekt niet, „dat deze wensch ooit in deze bedeeling ver-„vuld zal worden. Het ware Christendom is „nog nooit ook door maar één kerk betracht en „zal nooit door een kerk betracht worden. Een-„heid van belijdenis is nergens, tenzij men de „geesten doodt of de geveinsdheid toelaat. Ook „die kerken, die zich veel meer dan de onze „als een pilaar en vastigheid van de waarheid, „zooals zij die dan natuurlijk opvatten, voor-„doen, zijn dit toch werkelijk niet, en daarom „gaat er van haar dan ook volstrekt njet meer „kracht uit dan van de Ned. Herv. Kerk. Het „is daarom, dat wij niet begrijpen kunnen, hoe „iemand voortdurend kan blijven strijden voor „eene nieuwe organisatie der kerk. Wil die „ooit tot stand komen, dan moet die, dunkt ., mij, langs een gansch anderen weg worden „verkregen en wel langs den weg van evange-„lisatie. Doch al kwam zij tot stand, dan nog „zou de kerk niet wezen wat Prof. Gunning „van haar eischt. Dat is, naar wij meenen, de „eenige reden, en niet dus de reden, welke „Prof. Gunning haar toedicht, waarom de Sy-„node niet op zijn wensch inging; en art. 10 „het ook, wat wij gedwongen zijn als antwoord „te geven op dit nieuwe woord van dezen hoog-„geachten Oud-Hoogleeraar."
Inderdaad merkwaardig. Wij zagen nog maar zelden in zulk een kort bestek zooveel gewichtigs opgestapeld.
Vooral ónze kerkjes mogen het zich gezegd houden!
Hare tucht valt onder de rubriek „uitgedachte"; haar „Christendom" is onwaar; haar eenheid van belijdenis bezwaard met „doode geesten" en huichelende „geveinsdheid"; zij zijn in werkelijkheid geen pilaar en vastigheid der waarheid; en kracht gaat er hoegenaamd niets meer van hen uit dan van de Herv. kerk. De Redactie van Pniël moet wel err.stige studie van onze kerken gemaakt hebben, want zulke dingen constateert men maar niet zoo los weg. En wat het punt in kwestie betreft is de slotconclusie vooral belangrijk: omdat „de keik toch niet wezen zou, wat prof. Gunning van haar eischt", heeft de Synode groot gelijk, dat' zij de zaakjes maar blauwblauw laat. Dat wij den toon van het geheele schrijven veel minder warm vinden, dan wij van den redacteur van Pniël gewoon zijn, zal wel aan ons liggen — maar de groote merkwaardigheid dezer pleitrede voor het goede recht der Synode zal ieder lezer zeker wel in het oog springen. Vandaar dat wij deze recensie den Jleraut-lezevs, die ook thans van des oud-Hoogleeraars protest kennis kregen, onder de aandacht brachten.
Lexmond.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 8 februari 1903
De Heraut | 4 Pagina's