Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Breslau.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Breslau.

6 minuten leestijd

Gaarne verlecnen wij een plaats aan de dringende bede, die uit Breslau ons toegezonden wordt.

DRINGENDE BEDE.

Toen eenige weken geleden de oproeping van heeren deputaten aan de Geref kerken verscheen, om voor de Geref kerk in Breslau eene collecte te houden, was ik van ganscher harte verblijd. Niet minder is dat thans het geval, nu door den penningmeester voor deze zaak gemeld werd, dat eenige kerken reeds aan die opwekking gehoor gaven.

En toch is het laatste juist de aanleiding, dat ik bij dezen de vrijheid neem, om meteen dringende bede tot de Eerw. kerkeraden, ja tot de Geref. kerken zelven te komen.

Eerlijk gezegd vrees ik namelijk, dat zeer vele, zoo niet de meeste kerkeraden, ook deze circulaire op de gewone (bij de veelheid van dergelijke aanvragen alleszins verklaarbare) wijze zullen gaan behandelen, d. w. z. dat zij geen eigenlijke collecte houden, maar eenvoudig een klein bedrag uit de kerkelijke kas voor dit doel afzonderen zullen.

Mijne dringende bede aan de Eerw. kerkera den is nu deze, dit toch liefst niet alzoo te willen doen, maar dit buitengewone geval ook als zoodanig te willen beschouwen en met eene opwekking, gedaan in den aandrang der liefde, zich rechtstreeks tot de leden der kerken zelven te willen wenden.

Of is het niet waarlijk een geheel exceptioneel geval, waar het om gaat?

Ongeveer een halve eeuw lang aireede worstelt daar in Breslau eene kleine schare geloofsgenooten om hun bestaan, te midden van eene omgeving, waarin zelfs de besten van de volstrekte vrijmacht der genade niets willen weten.

Eindelijk is zij noode er toe overgegaan, om een eigen kerk te bouwen. Noode, zeer noode zelfs, maar voor haar laatste lokaal moest zij meer dan 2000 mark jaarlijicsche huur betalen. Door het kerkbouwen zelf is zij dus eer vóóruitdan achteruit gegaan. Nu zegt misschien deze en gene, dat zij daar in Breslau te duur gebouwd hebben, en dat 25, 000 mark te veel is. De zoodanige berekene vooreerst eens, van hoe groot kapitaal de vroeger betaalde buur de rente zou geweest zijn. Bovendien bedenke hij het volgende. De eischen der bouwpolitie in eene stad van 400, 000 inwoners zijn zeer zwaar. Daarbij komt, dat de voorzijde van de kerk betrekkelijk zeer duur werd, doordat zij voor het grootste gedeelte uit glas bestaat en toch de vereischte stevigheid hebben moest. Dit kon niet anders, omdat de kerk van deze zijde zoo goed als al haar licht ontvangt. Want de beide lange zijmuren staan onmiddellijk op de grens van het erf, zoodat daar in 't geheel geen raam mocht gemaakt worden, en de muur aan de achterzijde, is zoo kort bij de grens, dat er maar zeer weinig licht van deze zijde invalt Dit alles moet dus wel in het oog gehouden worden. .

Waar dan de groote nood eigenlijk vandaan komt? Nu, heel eenvoudig uit het feit, dat zulk eene kleine kerk in eene zoo groote stad, niet bij machte is, om een lokaal (eigen of gehuurd) te hebben èn eenen predikant, vooral met een groot huisgezin (ook de woningen zijn in Breslau zeer duur) redelijk te onderhouden. Dat beide is in zulk eene stad zooveel moeilijker, wijl zooveel duurder dan in eene kleine stad ofop het platte land. Naar waarheid kan ik getuigen (ruim 12 jaren geleden kwam ik als student naar Breslau en sta sedert dien tijd in nauwe verbinding met de kerk aldaar) dat de kerk van Breslau zich steeds zeer groote opofferingen getroost heeft en dit doet tot op den huldigen dag. En met haar ook haar dienaar des Woords, die zijn oorspronkelijk beroep al koopman vaarwel gezegd hebbende, meer dan 25 jaren daar in Silezië gearbeid heeft in zijn moeilijke en eenzame positie met eene taaiheid en eene zelfverloochening, die ik altijd bewonderd heb. Ongeveer 60 jaren oud zijnde, met een negental, voor het grootste gedeelte (op twee na) nog schoolgaande en nog niet eens schoolgaande kinderen, met eene zeer geschokte gezondheid, staat deze broeder op zijnen eenzamen post, in het onwrikbaar geloof van zijne Goddelijke roeping, om aldaar de waarheid Gods naar onze dierbare Geref. belijdenis te verkondigen.

Ds. Gispen schreef eens (en dat met het oog op Nederland) in De Bazuin: het Calvinisme is bij uitnemendheid de secte, die overal tegenge sproken wordt. Wat zal het Calvinisme dan zijn in eene stad als Breslau, uit welke eeuwen geleden, Urzinius om zijne Geref. belijdenis moest heengaan? Wat moed en wat volharding hoort dan er niet toe, om als een eenzame aldaar, toch zijne stemme te blijven verheffen en als eene kleine schare te blijven belijden?

Zal deze kerk met dezen dienaar beschaamd worden? Zal dat getuigenis van vrije genade daar in Silezië, zoo lange gehoord zijnde, straks weder moeten verstommen?

Vergeeft het daarom aan eenen jeugdigen medebroeder in de bediening, die uit die streken afkomstig is en aan die keiken, vooral ook aan die van Breslau, zooveel dank schuldig is, wanneer hij u, Eerw, broeders kerkeraadsleden, maar niet minder u allen, geliefde broeders en zusters in de Geref kerken opwekt, om voor die kerk van Breslau, ja voor de handhaving van de Geref belijdenis in Silezië te doen, wat gij kunt en wat uwe hand vindt om te doen, door mild en blijmoedig te geven, voor die zoo arme en eenzame zusterkerk aldaar in de verte.

Vooral gij dienaren des Woords, die met kerkeraden en kerken — trots alle schaduwzijden vooral van den tegenwoordigen tijd — u toch moogt verheugen in het rijke leven der kerkelijke en broederlijke gemeenschap ten uwent, en vooral gij velen, geliefde broeders, die ik zelf tijdens mijne studie in Kampen en later heb leeren kennen, gij allen . samen maakt u toch op, om het zwakke, dat sterven zal, zoo gij niet helpt, te versterken tot prijs en eere van Gods souvereine genade!

Van andere zijde heeft Breslau geen hulpe te wachten!

Mocht daarom mijne dringende bede bij u allen gehoor vinden en mochten straks vele en rijke collecten aan den Wel Eerw. heer Ds, Js. V. d. Linden in den Haag opge.sonden worden!

Dat wenscht met hartelijke broedergroete en heilbede,

HERMANN GRAEFE, V. d. m.

GronaulW., 26 Jan. 1903.

De kerkelijke bladen worden vriendelijk en dringend verzocht deze bede, van welke natimrlijk Breslau's kerk noch dienaar iets afweet, over te nemen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 8 februari 1903

De Heraut | 4 Pagina's

Breslau.

Bekijk de hele uitgave van zondag 8 februari 1903

De Heraut | 4 Pagina's