Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Opleiding der inlandsche helpers.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Opleiding der inlandsche helpers.

7 minuten leestijd

De zoon van den beroemden hoogleeraar Dr. G. Warneck gaf onlangs in het Allgemeine Missions-Zeitschrift een zeer belangrijk artikel over de opleiding der inlandsche helpers onder de Bataks. In het Tijdschrift voor de Rijnsche Zending worden hieruit enkele bijzonderheden meegedeeld, die ook voor onze kerken van belang kunnen zijn. De Rijnsche Zending heeft een gevestigden naam. Haar arbeid onder de Batakkers is rijk gezegend en ze bezit sinds 1868 een eigen kweekschool, waaraan de jonge Warneck werkzaam is. De Rijnsche Zending gaat bij haar arbeid van de juiste gedachte uit, dat de Europeesche toestanden niet kunstmatig in Indië kunnen worden overgeplant, maar dat een eigen kerkelijk leven, aan den aard en behoeften van het volk beantwoordende, zich in Indië ontwikkelen moet. Met de ervaring aan deze Zendingsschool opgedaan, kunnen dus ook onze kerken winst doen, al wil dit natuurlijk niet zeggen, dat critiek hierbij overbodig zijn zou. Het rekenen met de ervaring van anderen en het aanpassen aan de toestanden der te kerstenen volkeren, moet altoos onder de controle staan van de beginselen, die Gods Woord ons voor de Zending geeft. Anders zou een jacht op tijdelijk effect ons verleiden, met hout en stroo in plaats van met steenen te bouwen. Houten huizen b^wt men spoediger, maar een steenen woning alleen kan eeuwen doorstaan.

De Rijnsche Zending tracht vooral ge bruik te maken van inlandsche helpers en onderscheidt .deze in twee soorten. Voor^ eerst heeft men de goeroe's, die onderwij zers en catechiseermeesters zijn, en ten tweede de pandita's, de geordende inlandsche hulp' predikers. Beide worden aan de kweekschool te Sipoholon opgeleid.

De opleiding voor de onderwijzers duurt vier jaar; het leerplan is vastgesteld met het oog op de ontwikkeling der Batakkers en hun eigenaardigen aanleg; het omvat de gewone vakken, als rekenen, spraakkunst, natuur-en aardrijkskunde, zang en muziek; maar daarnaast wordt alle zorg besteed om hen geschikt te maken voor hun taak in den dienst der Zending. Desaangaande deelt de heer Warneck het volgende mede

Van het grootste gewicht zijn natuurlijk de bijbelsche vakken. In de kennis der h. schrift resp. bijbelverklaring wordt dagelijks onderwijs gegeven. De kweekelingen leeren den hoofd zakelijken inhoud der bijbelsche boeken, inzon derheid van die des nieuwen testaments, kennen, en daarbij .tevens van de inleiding zooveel als tot recht verstand noodzakelijk is, dus eigenlijk niet veel. Bijzondere opmerkzaamheid wordt er geschonken aan het leven van Jezus, de bergprediking en de gelijkenissen. Wij zoeken iedere schematische behandeling zooveel mogelijk te vermijden, om onzen Batakschen jongelingen het woord Gods verstaanbaar en levend te maken. De lessen kunnen weliswaar niet bepaald een stichtelijk karakter dragen, maar toch moet bij een goede behandeling der leefstof ook den inwendigen mensch daarbij gewin ten deel val len. — Natuurlijk worden ook de katechismus en het gezangboek verklaard en de eerste grondig behandeld.

Daar de inlandsche onderwijzers ook den dienst des woords te vervullen hebben, moet aan de kweekschool wel niet bepaald de homiletiek, maar toch het prediken geleerd worden. Dit onderwijs moet in eminenten zin praktisch zijn; het is een der schoonste takken van onzen arbeid, maar ook zeer moeilijk en rijk aan menige teleurstellingen. Van even groot gewicht zijn de kathechetische oefeningen, die met een klasse der volksschool worden gehouden, en dan grondig en zonder erbarmen gemeenschappelijk worden gecritiseerd. Deze oefeningen gaan hand aan hand met de paedago giek, waaraan veel vlijt wordt besteed. Ook in de vakken van lager onderwijs worden door de kweekelingen oefeningslessen gegeven. Een volledige oefenschool zal weldra worden ingericht.

Kerk en algemeene geschiedenis worden vlij tig en met zichtbaar nut geleerd, hoofdzakelijk de eerste. Een gedrukt handboek, voor de Bataks speciaal bewerkt, maar niet vertaald, bevat het voor hen wetenswaardige. Hier moet men zich daardoor als meester bewijzen, dat men zich tot het noodige weet te beperken. Dat valt een theoloog niet altijd gemakkelijk, en men kan het geheele onderwijs, indien het met verstandig overleg wordt gegeven, wel tot de oefeningen in de zelfverloochening tellen. Naast den apostolischen en den daarop volgenden tijd behan­ delen wij met nadruk de geschiedenis der uitbreiding der Christelijke kerk, die der kerkhervorming en der christelijke liefdadigheid. Kennis van het Mahommedanisme is voor ons volk, dat van alle zijden door den Islam wordt bedreigd en ten deele verslonden, noodzakelijker dan b. v. kerkelijke leertwisten. Het einddoel is daarbij bekendheid met de groote mannen der kerk; wij willen het gevoel daarbij wekken, dat God zijn kerk regeert. De leerstof wordt meer in den vorm van op zich zelf staande schetsen dan in doorloopenden samenhang behandeld.

Van uitnemend practisch nut blijkt ook de bepaling, dat alle kweekelingen verplicht zijn voor eigen onderhoud te zorgen. Het onderwijs zelf wordt gratis gegeven, maar voor kost, kleeding] enz. moet door de familie worden gezorgd. Wanneer desniettegenstaande voor 30 vacante plaatsen zich verleden jaar 160 sollicitanten aanboden, dan blijkt wel hoe hoog deze school door de inlandsche bevolking wordt gewaardeerd.

De jeugdige onderwijzers, die aldus gevormd zijn, worden nu onder toezicht der zendeliiigen uitgezonden: ze doorloopen daarmede een practische oefenschool. Uit de meest bekwame onderwijzers, die blijken geven van buitengewonen aanleg, worden dan door den raad der zendelingen telken jare een zevental uitgekozen, die voor hulpprediker worden opgeleid. Zoo heeft men waarborg, dat alleen de meest geschikte en vertrouwdste onderwijzers voor het predikambt in aanmerking komen, en juist deze keuze werkt in de practijk uitnemend. Eenerzijds om het corps onderwijzers tot energie te prikkelen, anderzijds om ongeschikten van het predikambt verre te houden.

De cursus voor deze hulppredikers duurt twee jaren, en het leerplan omvat de volgende vakken: Vooreerst wordt Oud-en Nieuw Testament grondig gelezen en bestudeerd, hoewel niet in de grondtalen; hierbij trekt bijzonder de aandacht, dat deze Christenen zulk een goed bevattingsvermogen voor het Oude Testament hebben; vervolgens wordt dogmatiek en moraal gegeven, en eindelijk ook practische theologie. Aangaande de dogmatiek en de ethiek geeft de heer Warneck de volgende wenken:

Voor de geloofsleer schijnen mij de volgende richtlijnen van gewicht. De kweekelingen moeten leeren, de problemen der dogmatiek denkend in behandeling te nemen (slechts niets, wat zij niet begrijpen; liever weinig!). Zij moeten de bijbelsche gronden, waarop de verschillende leerstukken berusten, inzien, en ook iets van de kerkelijke ontwikkeling der dogmatiek leeren kennen. Een zelfstandig door studie verkregen oordeel kunnen zij over alle dogmatische hoofdstukken niet gewinnen, daarom moeten hun na gemeenschappelijken, vorschenden arbeid duide lijke resultaten gegeven worden, die geleerd, maar eerst begrepen moeten worden. Symboliek met onderscheidingsleer komt daarbij vanzelt ter sprake. De problemen, die zich om den persoon en het werk van Christus groepeeren, worden van bijzonder gewicht geacht. Er worden ook opstellen over dogmatische en bijbelsche themata gemaakt, die voorgelezen en besproken worden. Zooveel als mogelijk wordt er bij dit alles op het oud-Bataksche heidendom geacht. Deze methode vind ik hoe langer zoo meer zeer vruchtbaar.

De moraal heeft duidelijk te maken, hoe het geheele Bataksche leven een christelijken vorm aannemen moet, hoe bijv. het recht en de zeden met behoud van al het oorspronkelijk goede toch christelijk nieuw moeten worden, hoe het Bataksche familieleven, opvoeding der kinderen, huwelijks-en politiek leven zich te vormen hebben. Nieuwe, buiten het Christendom onbekende begrippen moeten duidelijk gemaakt worden, bijv. het begrip van eer, van het geweten, van schuld, waarheidsliefde, spaarzaamheid. Voorts hoe de christelijke barmhartigheid zich in het Bataksche leven moet openbaren etc. Dit alles moet bij uitstek practisch behandeld worden; want het onderwijs in de. zedeleer moet aan het practische leven dienstbaar gemaakt worden. Dit onderwijs vereischt natuurlijk een nauwkeurige kennis van het Bataksche sociale leven, van het voelen en denken des volks. Het is zeker een va, n de moeilijkste vakken, maar ook een der rijkste aan vrucht.

Een wetenschappelijk karakter draagt deze opleiding natuurlijk niet, maar toch levert ze voor de zending onder het volk bruikbare predikers, die, naar den heer Warneck mededeelt, voor het volk kunnen prediken op een wijze, zooals geen zendeling vermag. Pakkend en opwekkend. Daarbij leggen zij een ijver aan de dag, die voor de Europeanen vaak beschamend is. Ze geven zich aan hun arbeid met heel hun hart.

Natuurlijk ontbreken de schaduwzijden niet; maar deze arbeid toont toch, hoe goed het is, dat de zendingsarbeid van het volk zelf uitgaat. Een Europeaan blijft met zijn denken en voelen steeds aan het Indische leven vreemd. Eerst wanneer er predikers uit het volk komen, die in hun taal en in h'jn levensbeschouwing het Evangelie vertolken, kan de zendingsarbeid als geslaagd worden beschouwd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 22 februari 1903

De Heraut | 4 Pagina's

Opleiding der inlandsche helpers.

Bekijk de hele uitgave van zondag 22 februari 1903

De Heraut | 4 Pagina's