Voor Kinderen.
IN ANGST, EN NIET.
XIII.
Het bleek dat Govert waarheid had gesproken. Jeroens of liever zijn ouders bezaten allerlei steenen vaatwerk, dat er keurig uitzag-en waaruit een weetgierig mensch ook heel wat had kunnen leeren. Er was b.v. een stel borden met tafereelen uit de Bijbelsche geschiedenis. Op een aantal drinkkannen vond men dieren voorgesteld ; de kat, de hond, de koe, het schaap enz. Onder elk stond een vers, zoo onder de koe:
Myn booter en melck Dienen een elk.
Onder de kat:
Der muysen schrik Ben ick.
Toen Bernard zijn nieuwsgierigheid had voldaan tot groot genoegen der huisvrouw, die zeer gesteld was op haar pronkstukken, noo digde zij Bernard, die blijkbaar alles wist te waardeeren, dringend uit nog eens weer te komen. Deze voldeed hieraan, en zoo werd zijn bekendheid met Jeroens tot vriendschap.
De ouders van den laatste waren hierop niet weinig gesteld, wijl Bernard, gelijk we weten, zeer knap was, en de ander bij dien omgang veel winnen kon.
Ook Bernard echter voer er wel bij. Want hij had zelden geld teveel. Niet wijl hij, gelijk vele studenten, er roekeloos op los leefde en groote verteringen maakte, maar wijl vader niet rijk genoeg was, om meer dan het noodige te zenden. Gelukkig had onze vriend niet veel behoeften, en leefde hij zeer ingetogen. Wel zou hij, gelijk ik reeds zei, van zijn rijke vrien den geld hebben kunnen krijgen, doch dit stuitte hem. Hij had er echter en terecht minder tegen, in 't huisgezin van Jeroens vaak mee aan te zitten en de goede ontvangst te genieten, die hem daar ten deel viel.
Over de dingen die zijn hart vervulden, over zijn ongeloof en twijfel, sprak Bernard met Jeroens heel zelden. Deze toch scheen daarvan niet veel te begiijpen, en antwoordde steeds eenvoudig en vroom: „Ik geloof dat de vreeze des Heeren 't beginsel der wijsheid is, en dat er geen heil is buiten onzen getrouwen Zaligmaker. Jezus Christus." En soms dacht Bernard wel: „Ik wou, dat ik dat ook zeggen kon."
Op een schoonen zomermiddag wandelden beide vrienden eens van Leiden den weg op naar Warmond. Het was heerlijk weder, doch zeer warm. Tegen drie uur begon de lucht te betrekken en werd het bladstil. Uit het westen kwamen grauwe wolken opzetten en de hitte werd drukkend.
„Mij dunkt", zei Jeroens, „we moesten terug-•keeren. Er komt een zwaar onweer op."
„Met genoegen, " zei Bernard, „als Let wat helpen kon. We zijn nu al dichter bij Warmond dan bij Leiden. Breekt het onweer los, laten we dan in het dorp gaan sciiuilen en wachten tot het over is."
De vrienden liepen dus voort, zich haastend om Warmond te bereiken. Doch eer zij nog zoover waren, was de hemel zwart van wolken. De donder ratelde en 't geluid kwam al naderbij. Een felle bliksemstraal flikkerde en tegelijk verhief zich een geweldig ruischende dwarrelwind, die het stof opjoeg en de boomen deed zwiepen. Kortom, 't werd een noodweer. Weldra viel de regen in stroomen neder; het was bijna onmogelijk voor zich uit te zien.
Onze wandelaars voelden zich alles behalve op hun gemak, maar wat moesten ze doen ? Zoo snel mogelijk liepen ze voort, terwijl bun dunne zomerkleeren v/eldra doornat waren van den dichten regen. Het onweer werd al geweldiger. De eene vuurstraal volgde de ander en de donder klonk ver over het veld.
Aan de sloot langs den weg, stonden in de wei de koeien met gebukte koppen angstig onder een boom bijeen. Daar schoot weer een bliksemstraal door de lucht, en met een schreeuw van ontzetting sprongen Bernard en Jeroens tegelijk achteruit. Vlak vóór hen was een koe door den bliksem doodgeslagen.
„Vriend, ” sprak Bernard, „we moeten zien te schuilen. Kijk, daar ginds ligt een boerderij. Laten we daarheen vluchten."
Beide holden den weg over en 't hek door naar de boerderij. De luiken en de deur waren dicht, maar op hun kloppen verscheen een vrouw, die de deur opende, en toen zij onze reizigers daar doornat zag staan, aanstonds vriendelijk zei:
„Kom binnen, jongelui! Wel, wat zijtgenat."
Dit was waar. Ze dropen waar zij stonden, en Jeroens zei dan ook, zeker gedachtig aan de netheid van zijn moeder:
„Och vrouw, 't is heel vriendelijk, maar we zouden je huis maar vuil maken. Als we hier maar even in de gang mogen staan, tot het weer over is. In de schuur is ook goed."
„Weineen, " zei de goede boerin, komt maar mee!"
Ze kwamen in de keuken, waar zelfs bij dit weer een helder vuur brandde. Want, zei de vrouw, 't is waschdag. In zoover kwam dat onzen wandelaars zeer gelegen, dat zij nu hun druipende kleeren wat konden drogen. De keuken lag aan de achterzijde van 't huis, en hier waren de luiken open, zoodat men zien kon dat het zware weer nog steeds voortduurde.
„Ik kom straks wel terug, " zei de vrouw en vertrok. „Gaat maar zitten!"
Onze studenten namen plaats en redeneerden eens over de beste wijs om straks naar huis te komen. In dien tijd ging dat minder gemakkelijk dan nu, of men moest al zeer rijk zijn, en ook dan nog kon het in den zomer vaak gebeuren, dat op een dorp voor geen geld of goede woorden een wagen of een paard te krijgen was. Trouwens dat is nog in onzen tijd ook wel eens 't geval.
»Hoor eens!” zei Jeroens eensklaps, „wie zingt daar ? "
„Dat moet de boerin zijn, " antwoord Bernard, terwijl hij luisterde.
Beiden zetten nu de ooren open en trachtten te verstaan, wat de huisvrouw zong, die een fraaie stem had. Doch, gelijk meestal wanneer in ons land een psalm of een vers gezongen wordt, waren ook nu de woorden onverstaanbaar.
Intussschen duurde het onweder nog steeds voort, al begon het wat te minderen.
Na een poos kwam de boerin weer binnen. Zij zag er evenals straks, eer vroolijk uit dan bezorgd. Dit maakte dat Jeroen vrijmoedigheid kreeg te vragen, wat zij daar zoo even zong: „Wel een vaarsje." „Ja, maar welk? " „Een vaarsje van Lodensteyni), " zei de boerin, „'t Is zoo:
Wij houden aan U vast, dat zal ons rust zijn;
Wij houden aan U vast, dat zal ons lust zijn.
Wij houden aan U vast, die dan hersticht zijn.
Wij houden aan U vast. Gij zult ons licht zijn."
I) Een zeer bekend leeraar uit dien tijd.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 maart 1903
De Heraut | 4 Pagina's