Uit de Pers.
Over het kwaad der „gedwongen huwelijken" schrijft Ds. Renkema in het Gereformeerd Volksblad een ernstig woord:
Het kwaad der z.g. gedwongen huwelijken komt in onze kringen en kerken herhaaldelijk voor. 't Is wel jammer dat deze bekentenis moet worden ge daan, doch het feit bestaat, dit kan niet worden tegengesproken, 't Is trouwens een kwaad, dat al sinds lange tijden op den Vaderlandschen bodem wordt aangetroffen. Wie de oude kerkelijke archie ven doorsnuffelt, merkt daarvan gedurig de sporen. Wat is er in de vroegere Gereformeerde Kerken dan ook veel gedaan, om dit kwaad te voorkomen en om het in s Heeren kracht te bestrijden. Bij de kerkelijke tuchtmiddelen heeft men gevoegd allerlei burgerlijke strafifen om de gedwongen huwelijhen seeveel megelijk togen te gaan.
Toch is het nimmer gelukt dit kwaad geheel en al uit de Kerken te doen verdwijnen. Vanwaar dat verschijnsel^ zoo vragen wij onwillekeurig.
Onderscheidene oorzaken kunnen genoemd wor den waaruit dit telkens voorkomend kwaad kan worden verklaard. De voornaamste oorzaak is zeker wel deze, dat het zondige der gedwongen huwelijken door menigeen niet ten volle wo dt gevoeld en beseft. Dat de samenleving der verloofden, vóór en aleer het huwelijk door den burgerlijken rechter is gesloten, in beslisten strijd is met het 7de gebod, het weegt niet genoeg tp de conscientiën van vele jonge menschen. En vandaar, dat men tegen deze zonde niet genoeg waakt en bidt. Dat men niet genoeg met vreeze voor deze zonde vervuld is. Zoodoende speelt menigeen op dit gebied met vuur, en vergeet de waarschuwing der Heilige Schrift: »Zai iemand door het vuur gaan, en zich niet branden ? «
Een tweede oorzaak der gedwongen huwelijken is de vroegrijpheid van het geslacht in dezen onzen lijd. Op de schoolbank worden dikwijls de geheimen van het huwelijksleven al besproken.
Wat de een niet weet, dat weet de ander. En wat nog verborgen bleef, 't wordt door den ha.tstocht prikkelende en onzedelijke geschriften aan de jeugd wel bekend gemaakt. Zoo kweekt men een vuur in eigen boezem. Paulus heeft gezegd:9 t is beter te trouwen dan te branden». Doch velen zijn al brandende als er van trouwen nog geen sprake kan zijn. Is het wonder, dat zij tot een val komen ? Is het wonder, dat deze vroegrijpe schepseltjes al verdronken zijn, nog eer zij het water hebben gezien ; gelijk men dat noemt ?
Immers neen!
Een derde oorzaak der gedwongen huwelijken moet gevonden worden in de verkeerde gewoonten, die tijdens de verkeermg of vele plaatsen in ge bruik zijn. Van de nachtelijke vrijages zullen wij nu maar zwijgen. Doch hoivele verloofden zijn er niet, die van alle op-en toezicht zijn ontbloot ? Nóch de dag-, noch de nachtwacht der ouders wordt over hen gehouden. Zood a het engagement maar gesloten is, gaan ze vrijelijk in en uit, en bewandelen bijna geheel zelfstandig hunoen weg. Waarbij dan nog komt, dat vele verkeeringen jarenlang duren. De omstandigheid laten het niet toe, zooals men meent, om op den rechten tijd tot huwelijkssluiting over te gaan. En zoo vergeet men, wat in het Huweliiksformulier zoo nadruk keiijk gezegd wordt, »dat allen, die tot hunne jaren gekomen zijn en de gaven der onthouding niet hebben, verbonden en schuldig zijn, zich naar Christelijke ordening, met willen en weten van ouders, voogden en vrienden, in den huwelijken staat te begeven, opdat de tempel des Heiligen Geestes, d. i. ons hchaam, niet veronteinigd worde.''
Och ja, werd dat ook meer door onze jonge lieden verstaan, dat ze geheiligde bondelingen zijn, toe gewijd aan de dienst van den Heere. Velen beschouwen zich zelven geheel en al als wereldsche lieden, bij wie het er niet zoo erg op aankomt.
Hoe menige jongeling uit onze kringen zoekt verkeering met een jonge dochter, zonder dat hij den Heere zijnen God daarin kent en erkent.
Alsof het niet waar is : «Tevergeefs bouwen de bouwlieden, indien de Heere niet bouwt !
Daar zijn soms jonge menschen, die, als, zij door den huwelijksband tot één vleesch verbonden worden, nog nooit met elkander over den dienst van God en de eeuwige belangen hebben gesproken.
De Heere Jezus Christus is niet de derde, die gevraagd wordt het verbond hunner liefde te heiligen; die gebeden wordt, om hen te ver ge zeilen al de dagen huns levens. Hoe kan bij dezulken de huwelijksreize voorspoedig en zegenrijk zijn ?
Nog eer zij is aangevangen, beginnen de ellenden al te komen ; het begin deu^t niet, hoe zou het vervolg goed kunnen worden ?
Tot aan hunnen dood toe moeten daardoor vele echtgenooten boeten voor de z.nden, die zij in hunne jonkheid hebben begaan. Ook op dit gebied geldt de wet: »Zoo wat de mensch zaait, dat zal hij ook maaien."
Worde dan toch alles gedaan, om deze treurige, zondige, noodlottige toestanden tegen te gaan; om het kwaad der gedwongen huwelijken zoo mogelijk te overwinnen. Gods naam wordt er door ont eerd ; de goede naam der Gemeente l^dt er schade door; terwijl ook voor de betrokken personen de droeve gevolgen niet achterwege blijven. Zelfs voor staat en maatschappij beteekent het zooveel, dat de vorming van de huisgezinnen en voorbereidmg van de huwelijken, geschiede naar den Woorde Gods.
't Bederf van een volk vangt met het bederf der huisgezinnen aan.
Er schuilt veel waars in deze diagnose. Vooral de „nachtelijke vrijerij" die nog op zoo menige plaats in gebruik is, doet veel kwaad.
Daarom kan er op catechisatie en in de prediking niet ernstig genoeg gewaarschuwd tegen deze volksgebruiken, die de zonde in de hand werken.
Gods kerk moet het zout en het licht der wereld zijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 15 maart 1903
De Heraut | 4 Pagina's