Buitenland
Buitschland. De nieuwe „hof theologie."
Het is niet meer te ontkennen, dat aan het Duitsche hof in de laatste jaren niet meer dezelfde geest heerscht, als in de dagen van Wilhelm I. Toen laatstgenoemde keizer leefde, waren predikanten als Kogel, Frommel en Stöcker in hofkringen gezien. Tegenwoordig is de moderne theologie geworden, wat men in Duitschland „hoffahig" noemt. Dit is gebleken door de beschermende hand, die de vorst uitstrekte over den modernen hoogleeraar Harnack; dit kwam uit, toen hij voorliefde betoonde voor een Chamberlain en zijn bedenkelijke beginselen, en zich de rechtvaardige zaak van onze Zuid-Afrikaansche broeders niet aantrok; dit is ook openbaar geworden toen hij den sultan van Turkije, den gekroonden moordenaar van zoovele Armenische Christenen, zijn broeder noemde en toeliet dat Duitsche officieren naar Turkije kwamen, om het Turksche leger te organiseeren. Wel staat daar tegenover, wat de keizer verklaarde te Wittenberg, toen de historische slotkerk geheel gerestaureerd" weer in gebruik genomen werd; wel wordt ook gewezen op hetgeen hij sprak bij de opening van de Evangelische kerk te Jerusalem, waarbij hij instemming betuigde met de Evangelische belijdenis; doch dit neemt niet weg, dat hij zich, naar aanleiding van de roering die er ontstaan is door de voordrachten van den hoogleeraar Delitzsch over „Babel en Bijbel", uitgelaten heeft op een manier, die duidelijk doet zien, dat hij tot de aanhangers der moderne theologie moet gerekend worden.
De keizer zelf echter meent dit niet. Hij denkt dat hij tegenover de ontkenningen van Delitzsch, die o. a. in een gesprek aan het hof de godheid van Christus geloochend had, de Bijbelsche waarheid heeft gehandhaafd. Hij noemde daarna in een schrijven aan den ad miraal HoUmann, „Jezus de grootste openba ring Gods" in de wereld, „want Hij verscheen in den Zoon; Christus is God; God in menschelijke gestalte." Maar dit verhindert den keizer niet, om ook uit te spreken, dat God zich, om de ontwikkeling van het menschelijk geslacht te bevorderen, in dezen of genen grooten wijze, priester of koning, al is hij een heiden. Jood of Christen, openbaart. Onder die wijzen vindt men Hammurabi, Mozes, Abraham, Homerus, Karel de Groote, Luther, Shake speare, Goethe, Kant, keizer Wilhelm I. Hieruit blijkt zonneklaar, dat de keizer de openbaring Gods door Mozes op één lijn stelt met datgene wat wijlen zijn grootvader Wilhelm I voor zijn volk geweest is.
Wel onderscheidt hij de openbaring door groote mannen van eene andere openbaring die „meer godsdienstig" is, en dat die openbaring door Christus gegeven is. Maar dat de Christus zelf heeft gesproken van de openba ring Gods door Mozes en de profeten en dat Hij gezegd heeft, dat de Schrift niet kan gebroken worden, schijnt de Duitsche keizer niet te vermoeden. Ook heeft hij er niet het minste besef van, dat hij de plank geheel misslaat, wanneer hij aan de eene zijde beweert, dat hij het met Luther eens is, als deze in het bekende: „Een vaste burg is onze God, " uitroept : „Das Wort sie sollen lassen stahn, " doch aan de andere zijde zegt, dat de handeling van de wetgeving op den Sinaï, „sl'echts.als symbolisch door God geïnspireerd beschouwd worden kan, toen Mozes wellicht tot een opfrissching van oude bekende wetsartikelen (misschien hun oorsprong ontleenend aan den codex van Hammurabi) moest overgaan om het wufte volk dat zoo weinig weerstandsvermogen had, samen te binden."
Het spreekt wel van zelf, dat de modernen zich in Duitschland, en ook in ons vaderland, over zulke uitlatingen verheugen. Het doet ons leed, dat de Christelijke pers in Duitschland, over het algemeen, zich over het schrijven van den keizer aan den admiraal Hollroann uitlaat op eer manier, waaruit blijkt dat men meent, ^ dat de keizer nog aan de fundamentstukken van de Christelijke leer vasthoudt. De Allg m Ev. Liith. Kirchenz. is althans va^i oordeel, dat sommige punten in het schrijven van den kei zer wel nadere toelichting eischen, maar dat toch zijn uitlating toont, dat hij het Evangelisch geloof getrouw bleef.
Engeland.Eene protestmeeting tegen het Ritualisme.
In het laatst van Febr. werd in de groote St. James' Hall te Londen eene vergadering gehouden om te protesteeren tegen het voortwoekerend Ritualisme in de Engelsche staatskerk. Lord Portsmouth presideerde. Hij betoogde dat het ging otn de handhaving van het Protestantsche karakter der Engelsche staats kerk. Hij gaf daarbij te kennen, dit hij hoopte dat, om een hevigen strijd te vermijden, de bisschoppen aan de predikanten zouden te verstaan geven, dat het Engelsche volk ernstig het handhaven van het Protestantsche karakter van de kerk wilde. De predikant Brand stelde eene resolutie voor, waarin het in de bisschoppen gewraakt werd dat zij het vieren van de mis en het invoeren van de biecht toelieten. Hij herinnerde er aan, dat vier jaren geleden door het parlement verklaard werd, dat indien de pogingen van aartsbisschoppen en bisschoppen om hen tot gehoorzaamheid te brengen, wat spoedig effect sorteerden, er wetten zouden gemaakt worden om de eerbiediging van de bestaande wetten in de kerk te verzekeren.
Doch men vergeet, dat de groote meerderheid van de bisschoppen en van de predikanten in Ritualistische richting werkt! Protestvergaderingen, processen tegen „geestelijken" die de godsdienstoefeningen in Roomschen trant gingen houden, besluiten van het parlement, niets heeft een dam kunnen opwerpen tegen den steeds wassenden stroom van het Romanisme. Of de Church Association al een prote'stmeeting meer of minder houdt, het verandert aan den loop der dingen weinig. Hoe zouden wij ons verblijden wanneer we mochten vernemen, dat er niet alleen in de Engelsche Staatskerk, maar ook in de Vrije Kerken het besef begon te herleven, dat de Gereformeerde religie het grootste kleinood is voor een volk. Doordat men uit de beginselen van het Methodisme leeft en over het algemeen de Gereformeerde waarheid heeft prijs gegeven, daarom staat men krachteloos tegenover het machtige streven der Ritualisten die niet zullen rusten voordat de Engelsche staatskerk weer het opperherdershap van den paus erkent.
N.-Amerika. Nog iets over de bijzondere School.
Wij vonden in de Hope het volgende stuk :
De Bijbel in de Scholen van NS)raska. — Zooals onze lezers weten werd door de tegenstanders der publieke scliool, gouden munt geslagen uit het vonnis van het hoogste gerechtshof van den Staat Nebraska, waardoor het gebruik der Heilige Schrift op de publieke scholen van dien Staat, voor onconstitutioneel verklaard werd.
Het zal onze lezers, waarvan de meesten het zeker reeds uit de bladen weten, goeddoen te hooren dat dit gerechtshof enkele dagen geleden op dat vonnis is teruggekomen en thans heeft verklaard, dat het gebruik der Heilige Schrift op de scholen geheel wordt overgelaten aan de plaatselijke School Boards.
En hier is juist het radikale verschil tusschen onze toestanden en die in Nederland; waarvoor de meesten onzer broeders, die eene bijzondere school voorstaan, schijnbaar geheel blind zijn.
In Europa heeft men staats scholen, die door den Staat gecontroleerd werden; wij hebben in Amerika publieke scholen, die door de plaatselijke burgerij worden gecontroleerd.
Natuurlijk kunnen die scholen geen secteschohn, geen z.g. parochiale scholen zijn of worden.
Maar christelijk kunnen zij zijn, indien de burgers, die den school-Board verkiezen, zulks begeeren.
Plaatselijke omstandigheden kunnen dus, in individueele gevallen, het oprichten van bijzondere scholen voor Christenen gewetensplicht maken.
Maar wie hier van Staatsscholen spreekt en alle scholen over éen kam wil scheren, bewijst daardoor dat hij van de Amerikaansche toestanden, op schoolgebied, weinig snapt.
Beiden Dr. Kuyper en Dr. Bavinck hebben, bij hun bezoek aan Amerika, dit verschil gevat en hebben zich herhaaldelijk in dien geest uitgelaten.
Men make van de school een gewetenszaak en zorge dat de directie der publieke school in vertrouwbare handen blijft.
Dat kan geschieden als de Christenen zich organiseeren en als zij samen werken voor de teedere zaak der opvoeding hunner kinderen.
Vele broeders, die de publieke school veroordeelen, zijn totaal onzaakkundig, en de meesten er van hebben nooit een voet gezet in onze scholen en weten dus bepaald niets van wat er omgaat.
De bijzondere school in Amerika is tot op dezen dag toe eene sectarische school en werkt geheel en al in het belang en onder het opzicht van bijzondere secten.
Het feit dat enkele broeders van buiten af meewerken, of dat ouders van buiten af hunne kinderen naar zulke scholen zenden —'• doet aan het feit niels af.
Rome, de Luthersche kerk en andere kerken werken, door de school, voor eigen erf."
Volgens ons zien vele broeders in Amerika nog met in, dat de school van de ouders moet uitgaan, en dat het niet aangaat om het van de samenstelling der Boards te laten afhangen, of het onderwijs op de scholen al dan niet Christelijk zal zijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 15 maart 1903
De Heraut | 4 Pagina's