Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

„Onderdanig in de breeze Gods.”

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

„Onderdanig in de breeze Gods.”

8 minuten leestijd

Malkander onderdanig zijnde in de vreeze Gods. Efeze. 5:21.

Zijt ge o? idcrdaan1 wordt gevraagd. En op die vraag luidt het antwoord uit duizend kelen: Neen, en nogmaals neen. Onderdaan is een vernederend begrip, we zijn nu vrije burgers!

Kn in dit onderdanen of vrije burgers is scherp en klaar uitgesproken, w vt thans feite lijk in de wereld tegenover elkander staat.

Vrije burgers beteekent dan: Evenals we een bond, een vereeniging, een vennootschap kunnen oprichten naar eigen wil en goedvinden, zoo ook hebben we een Staat opgericht^ en ook daarin hebbén wi^ dus alleen en wij alles te zeggen. Bij ons berust de macht, en van die macht maken we gebruik naar eigen wil of gril, juist zooals het ons gelieft. En doet het zich nu voor, dat een deel der vrije burgeis anders wil dan wij, dan tellen we wie de meerderheid heeft en telt de minderheid niet meê.

Vrije burgers beteekent dan: Geen koning over ons, dan dien we zelf aanstellen, geen Grondwet dan die we zelf maken, geen wet dan die we zelf goedkeuren. Op geen enkel punt iemand of iets dat over ons heerscht. Nooit ons onderwerpen dan aan het uitdruksel van onzen eigen wil. Niemand ooit gehoorzamen, dan die door ons zelven is aangesteld. Geen nieester over ons, maar wij zelven baas en meester tot in elk onderdeel. En daarom in den Staat geen God erkend, en in het Staatsieven met geen Godsdienst gerekend. Want als ge van God in de wet spreekt, dan zou die God toch weer boven den „vrijen burger" staan; en hiermee hielden we dan op „vrije burgers" te zijn, en werden toch weer onderdaan.

Het hoort dus bijeen, en is niet van elkaar af te scheiden. Of ge erkent en eert God, maar dan ook zijt ge onderdaan van de Overheid die God over u gesteld heeft. Of ge wilt geen onderdaan zijn, en dus ook geen Overheid erkennen, maar dan moet het ookheeten: geen God en geen meester meer. En dat is en blijft het dan ook bij heel den bent der Revo lutie, in alle land en in alle streek en onder alle klasse.

Gij zijt 60de onderdanig, maar dan vloeit hieruit rechtstreeks ook voort wat de Apostel zegt: Alle ziel zij de macht die over haar gesteld is, onderdanig. Of wel, ge wilt zelf heer en meester zijn, maar dan verkeert ge ook in opstand tegen God, geheel onverschillig of ge dit flauw of scherp uitdrukt.

Flauw heet het dan: Uw Godsdienst is privaatzaak.

Scherp, grof en vermetel, zóó dat ge bijna huivert het neer te schrijven, wat nog pas in Rotterdam als opschrift van een anarchistisch pamflet stond: God is de pest, en die pest moet uitgeroeid.

Vree slijk!

Ge ijst, ge gruwt van zulk een taal der hel! Meer nog, ge beseft diep, dat aan zoo verregaande Godslastering toch paal en perk moest worden gesteld.

Doch keer nu in uw omgeving terug.

Dezelfde Schrift die zegt: „Alle ziel zij der macht, die over haar gesteld is, onderdanig, want alle macht is van God", zegt ook : „Gij, vrouwen, weest uwe eigen mannen onderdanig."

En wat ontwaart ge nu telkens? Is het niet dit, dal diezelfde vrouwen, zelfs Christenvrouwen, die op staatkundig gebied al zulke verwerpers van de onderdanigheid aan de Overheid verafschuwen, in haar eigen huis van die onderdanigheid aan haar man niets weten willen, ja, er om lachen, en soms waar haar kinderen er bij zijn, er den spot mee drijven.

En zooals moeder zingt, zoo piepen dan de jongen.

Ook tot de kinderen zegt de Schrift, altoos naar hetzelfde beginsel: „Gij kinderen zijt uw ouders gehoorzaam, want dat is recht." Maar als moeder zoo voortgaat, waarom zouden de kinderen dan niet volgen ? En als de opgeschoten knaap dan aan zijn moeder de gehoorzaamheid opzegt, sluipt het kwaad van moeder op het kind, en van het kind op de dienstboden, en heel het gezin raakt uit zijn voegen.

En dan is er zoo menige vader, die als de orde in huis zoek raakt, buitenshuis in Staat en maatschappij precies evenzoo gaat redeneeren: Vrouw en kinderen moeten hem onderdanig zijn, maar hijzelf wil als „vrije burger" van geen onderdanigheid weten.

Toch is „gehoorzamen" den mensch zóó ingeschapen, dat diezelfde man, die er tegen op komt dat hij „onderdaan" zou zijn, straks tot een vereeniging of bond yan zijn gelijken toetreedt, en nu aan het bestuur van die vereeniging zich als een willooze slaaf onderwerpt.

Sterk komt dit thans in den kring van God piet vreezende werklieden uit.

Dat bestuur geeft orders, dat bestuur deelt geheime instructies uit. Of die orders, die bevelen, die geheime instructies billijk, óf ze redelijk, of ze eerlijk, of ze voor de rechtbank der zedelijkheid bestaanbaar zijn, doet er niet toe.

Er komen orders af, en die orders moeten gehoorzaamd. Ieder, wie ook, moet er zich blindelings aan onderwerpen. En men weet van geen eigen wil of eigen inzicht of eigen oordeel meer. Zóó als de orders afkomen, zoo doet men.

Sterker nog. Zelfs zij die geen lid zijn, moeten die orders opvolgen. En zoo zij dat weigeren, hebben ze geen leven meer. Dan worden ze gestraft. Soms zelfs worden ze dan bedreigd met de doodstraf. En men trekt er met messen en knuppels tegen los.

En ook aan die demonische dwingelandij hebben soms mannen, die Christus liefhebben, meegedaan. In zelfverblinding, en niet bedenkende wat ze deden, het zij zoo. En zelfs nu nog is er een man van Christelijke herkomst gevonden, die met deze revolutiebent in haar vergaderingen meedeed.

Is het niet God geklaagd! En vraagt ge, of ieder dan maar willoos en weerloos aan wie over hem gesteld is, moet worden overgeleverd? Of een vorst dan met zijn volk, een man met zijn vrouw, een moeder met haar kind, en zoo aldoor, doen kan wat gelust? Dan toont, wie zoo vraagt, reeds daardoor dat hij de Schrift niet kent.

Als het volk bidt: „O, God, geef den koning uwe rechten en uwe gerechtigheid aan des konings zoon, '' dan is dit de vrucht: „dat hij het volk zal richten met gerechtigheid, dat hij de kinderen der nooddruftigen zal verlossen, en de verdrukten zal verbrijzelen."

Dezelfde Schrift die tot de vrouw zegt: ., Wees uw man onderdanig", zegt evenzoo tegen den man: „Gij, mannen, hebt uw eigen vrouwen lief, " en tot de vaders: „Gij, vaders, verwekt uw kinderen niet tot toorn, maar voedt ze op in de vermaning en leering des Heeren."

Ook wie ons dient, moet, naar de Schrift wil, ons onderdanig zijn; maar evenzeer wordt tot ons gezegd: „dat we de dreiging zullen nalaten, dat we hun recht en gelijk zullen doen, want dat er bij God geen aanneming des persoons is "

Diezelfde God die van ons eischt, dat we onderdanig zullen zijn, waakt dus evenzoo, dat er geen misbruik van gezag of macht zij.

Zoo schonk Hij ook aan ons volk zijn rech ten en vrijheden, die in de wet gewaarborgd liggen. Zoo waakt diezelfde wet tegen den boozen man voor zijn vrouw, en tegen den ontaarden vader voor zijn kind.

In elk land, waar Vorst en Volk God vreest, en in elk gezin waar man en vrouw God dient, en moeder en kind den Heere voor oogen houden, heerscht vrede, vreugde en geluk.

Toch is dat laatste niet de hoofdzaak. Het is gevolg, maar niet de spil zelf, waarom alle leven in Staat en Maatschappij zich wentelt.

Die spil is en blijft God en God alleen. God die ons schiep; die ons land schiep; die ons volk schiep; die elk huisgezin schiep, en in elk huisgezin den vader, de moeder en het kind; God Almachtig, door wien en tot wien we geschapen zijn.

God moet geëerd, moet gediend, moet gehoorzaamd.

Daarom zegt de Apostel: Weest onderdanig in de vreeze Gods. elkander

De wereld beslaat niet om ons, maar om God; en het is alle religie, alle godsvrucht in de hartader steken, zoo ge niet gevoelt en erkent, dat het hoogste en het eerste is, dat de Heere onze God tot zijn eere kome.

Zelf vraagt de Heere : „Ben ik een Vader, waar is dan mijn eere, ben ik een Heere, waar is dan mijn vreeze ? "

En daarom, in elk volk, in eiken kring en in elk gezin, waar die vreeze Gods op den voorgrond staat, daar komt het menschelijk leven tot zijn hooger ontwikkeling en beantwoordt het aan zijn doel.

Maar ook omgekeerd, in elk volk, in eiken kring, en in elk gezin, waarin de religie privaatzaak heet, en de vreeze Gods een particuliere zaak van het hart, daar zijn de fundamenten omgestooten, daar laten de binten en ankers van het huis los, daar ontbindt zich de saamleving, en houdt de Revolutie haar intocht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 5 april 1903

De Heraut | 4 Pagina's

„Onderdanig in de breeze Gods.”

Bekijk de hele uitgave van zondag 5 april 1903

De Heraut | 4 Pagina's