Patrimonium.
Amsterdam, 3 April 1903.
„Patrimonium" gaf in zijn jongste nummer het volgende manifest aan de „niet-revolutionaire arbeiders" :
„Het Comité van verdediging meent aan de door haar vertegenwoordigde Christ, arbeidersorganisaties het volgende te moeten berichten.
Gelijk bekend is, is ons comité saaragesteld na de oprichting van het „Comité van verweer" en de publicatie van de motie 20 Februari te Amsterdam aangenomen, bij welke motie een algemeene werkstaking op een nader door het Comité van verweer te bepalen dag werd aangekondigd „ter wering van de wet, die naar het comité beweert de vrijheid van staken aanrandt”.
Tegen deze beweging, waarbij het dreigen met een werkstaking werd gebruikt als verzet tegen de bij de Regeering en volksvertegen woordiging in behandeling zijnde wetten, heeft ons comité gemeend te moeten protesteeren, door woord en geschrift, teneinde al wat onder ons volk van christelijke belijdenis is, terug te houden van dezen revolutionairen weg.
Mede tengevolge van dit ons optreden, is een andere tactiek voorgeschreven. Niet een algemeene, maar een menigte kleinere of grootere werkstakingen, dan hier dan daar, voor te bereiden, is thans het doel waarop wordt aangestuurd.
Ons comité meent de Chr. arbeiders hiervoor ten zeerste te moeten waarschuwen, teneinde, ondanks de veranderde tactiek, hetzelfde revolutionaire doel niet te helpen bevorderen.
Ook al zullen deze stakingen, hier en daar, op de economische basis, hooger loon, verkorte werktijd enz. worden voorgesteld, toch mag bij dezen stand van zaken geen enkel man bij onze organisatie aangesloten, daaraan meedoen.
Het Comité van*verweer, heeft nu eenmaal aan den strijd op het gebied der vakbeweging, een politiek en revolutionair doel verbonden.
Dit onwettig verzet, dat niet wordt opgegeven, maar thans op andere wijze blijft voortduren, te bestrijden, achten wij den ernstigen plicht en dure roeping van ieder, die met ons elk revolutionair optreden wenscht tegen te staan, en meent, dat alleen in den weg van orde en wet, het goed recht der arbeidersorganisaties is t? verdedigen en te handhaven.''
Dit kkeke woord toont, dat in den lof, door ons aan de Christelijke werklieden toegezwaaid, geen woord te veel is gezegd.
Het socialisme buigt en wringt zich in allerlei bochten. Nu de „revolutionaire staking", waarmede gedreigd werd, onder de afkeuring van heel het volk bezweek, wil men langs den omweg van de „oeconomische staking" hetzelfde systeem van terrorisme toepa.ssen.-
Maar Patrimoniiim liet zich niet vangen. En zoolan, g onze Chri.stelijke werklieden op hun post blijven staan, vermag de revolutiepartij niets.
Ze kan dreigen. Maar juist dit dreigen toont, dat ze van haar machteloosheid zich bewust is.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 5 april 1903
De Heraut | 4 Pagina's