Afgodsbeeld.
Nu wij hierboven een onjuiste aanklacht tegen de Vrije Universiteit ingebracht, afweerden, zij het ons tevens vergund een andere zaak te bespreken, die evenzeer aanstoot schijnt te geven.
Men ergert zich nl. aan het feit, dat de pedel der Vrije Universiteit een staf draagt, waarop, in zilver gedreven, een beeld van Minerva prijkt. Dit beeld is, naar men zegt, een afgodsbeeld en daarom in strijd met het tweede gebod.
Nu is bij de opening der Vrije Univer-.siteit deze zelfde klacht reeds door de Heraut uitvoerig beantwoord. Alleen omdat deze klacht thans opnieuw opduikt en het goed is alle ergernis uit den weg te ruime; ? , zij nogmaals uiteengezet, waarom van een zonde tegen het tv/eede gebod hier geen sprake kan zijn.
Het tweede gebod verbiedt ons eenig beeld of gelijkenis te maken, waaraan men goddelijke eer bewijst, maar niet het maken of hebben van eenig beeld op zich zelf. Anders zou alle beeldende kunst zonde zijn en God de Heere zeker niet bevolen hebben afbeeldingen van Cherubs-gestalten boven de Arke des Verbonds te plaatsen. En waar niemand zoo dwaas is te gelooven, dat de Vrije Universiteit aan dit Minervabeeld eenige eere bewijst, vervalt deze klacht dus van zelf.
Vraagt men of het dan toch niet beter zou zijn, als symbool der wetenschap geen Minervabeeld te kiezen, omdat Minerva als godin der wetenschap door de Grieken en Romeinen aangebeden werd, dan luidt hierop ons antwoord, dat dit Minervabeeld zeker zou af te keuren zijn, wanneer nu nog in onze omgeving Minerva als godin geëerd werd. Dan zou metterdaad in dit Minervabeeld gevaar schuilen. Maar nu niemand in onze dagen op dit heidensche standpunt staat en Minerva niets anders is geworden dan een symbool voor de wetenschap, zooals Mercurius voor den koophandel en de Muze voor de kunst, zou het overdreven preutschheid zijn, zich aan dit beeld der klassieke oudheid te ergeren.
Onze Gereformeerde vaderen waren op het stuk van den beeldendienst streng genoeg. De kostbaarste gedenkstukken der Christelijke kunst hebben hun mokers verbrijzeld, omdat ze in die beelden van Maria en de heiligen een gevaar zagen voor het volk. Ze lieten zich liever martelen, dan dat ze zelfs aan het kruisbeeld eenige goddelijke eer zouden bewijzen.
Maar deze zelfde Gereformeerde vaderen hebben er geen het minste bezwaar in gezien, dat bij de opening der Leidsche Hoogeschool in 1574, als loon voor Leiden's heldhaftig verzet tegen Spanje, een allegori-, sche optocht werd gehouden, waarbij Minerva, nog wel geharnast en te paard, optrad als symbool van de litterarische faculteit.
Het is dan ook wel eenigszins zonderling, dat men zich zoozeer ergert aan dit zilveren Minervabeeldje der Vrije Universiteit, dat slechts enkele malen per jaar te voorschijn komt, terwijl niemand er aanstoot aan neemt, dat ditzelfde Minervabeeld week in week uit prijkt in den kop van De Bazuin, het officieele orgaan van de Theologische School te Kampen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 3 mei 1903
De Heraut | 4 Pagina's