Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Misverstand.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Misverstand.

2 minuten leestijd

Dr. Wagen aar bespreekt op niet geheel geruststellenden toon de wijzigingen, door de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op de buitengewone ledenvergadering te Utrecht in haar statuten en regelmenten aangebracht.

In de eerste plaats acht hij het bedenkelijk, dat voor alle professoren de eisch wordt gesteld, dat zij lid moeten zijn eener Gereformeerde kerk. Voor de professoren inde Theologie kan dit er nog door, maar voor een medisch professor is deze eisch z. i. te streng.

En in de tweede plaats leidt hij uit deze bepaling af, dat elke kerkelijke censuur terstond tot gevolg zou hebben, dat de betrokken hoogleeraar ook in zijn kwaliteit van hoogleeraar geschorst zou moeten worden, zoo niet afgezet.

Wat het eerste bezwaar betreft, zoo schijnt het de aandacht van Dr. Wagenaar ontgaan te zijn, dat de bedoelde bepaling aanvankelijk wel was voorgesteld, maar dat op advies van de commissie een wijziging werd aangebracht juist in den geest, dien Dr. Wagenaar wilde. Het lidmaatschap van de Gereformeerde kerk is alleen vereischt voor de Theologische professoren.

Het is wel eenigszins vreemd, dat Dr. Wagenaar het verslag van de Utrechtsche vergadering in de Heraut zoo vluchtig las, dat dit cardinale punt door hem over het hoofd werd gezien. Zoo vindt het Quandoque bonus ook bij dezen historicus van professie zijn toepassing.

En evenzoo staat het met bezwaar. het tweede

Dr. Wagenaar is te goed in het kerkrecht thuis om niet te weten, dat iemand lid der Kerk blijft, ook al is hij gecensureerd. Eerst na de excommunicatie houdt men op lidmaat te zijn. Wanneer het huishoudelijk reglement dus voorschrijft, dat Directeuren, Curatoren en Hoogleeraren in de Theologie lid moeten zijn eener Gereformeerde Kerk, dan is daarmede omtrent de werking der censuur op het terrein der Vereeniging nog niets bepaald, uitgezonderd het ééne geval dat de censuur tot afsnijding voortschreed.

Natuurlijk zou over deze zaak meer te zeggen zijn, vooral in verband met de hoogleeraren in de Theologie. Maar dit raakt de quaestie niet, waarop Dr. Wagenaar doelde. Zijn fout school in den minor. Directeuren, curatoren en hoogleeraren der Vrije Universiteit moeten lid zijn eener Gereformeerde Kerk, was de maior. De minor luidde : een kerkelijke censuur heft het lidmaatschap op. Daarop grondde zich de conclusie, dat de kerker aad, door zelfs de eerste trap van censuur toe te passen, heel de Universiteit plotseling van haar bestuurders, verzorgers en hoogleeraren berooven kon. Quod absurdum est.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 10 mei 1903

De Heraut | 4 Pagina's

Misverstand.

Bekijk de hele uitgave van zondag 10 mei 1903

De Heraut | 4 Pagina's