Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Uit de Pers.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de Pers.

8 minuten leestijd

Naar aanleiding van de rede, waarmede de Minister van Waterstaat de leden der Enquêtecommissie installeerde, schrijft Ds. Van Schelven in de Geldersche Kerkbode het volgende:

In de Staats-Cow'ant is opgenomen de toespraak waarmede de Minister van Waterstaat, Handel en Nijverheid, Mr. J. C. de Marez Oyens, de enquête-Commissie heeft geïnstalleerd ; die toespraak is een schoon stuk, dat wij gaarne in zijn geheel zouden opnemen; het is echter veel te groot, en bestaat n de groote bladen, meer dan twee kolommen, met kleine letters gedrukt.

Eerst v? ordt daarin gewezen op het onderzoek in 1890 - van Staatswege ingesteld, naar de maatschappelijke toestanden der arbeiders, en naar de verhoudingen tusschen hen en hunne werkgevers, dat zich ook uitgestrekt heeft tot de spoorwegen. Over het algemeen was de uitslag van dat onderzoek bevredigend. Slechts in tweeërlei opzicht drong die Commissie, destijds, op verbeteringen aan; ten eerste wat aangaat de regeling der werktijden, en ten andere met betrekking tot de wijze waarop de klachten moesten worden ingediend bij het Hoofd bestuur der Spoorwegen.

Op verbetering is in dit tweeledig opzicht aan gedrongen; en er is verbetering aangebracht.

De Minister verbaasde zich dan ook over den geest der ontevredenheid die bij zeer velen der spoorwegarbeiders werd gevonden, en meende dat r van schromelijke overdrijving hier sprake moest wezen ; dit werd met de stukken zelf bewezen.

Er is n 1. als zware klacht dit ingebracht, dat het personeel met allerlei boeten een groot deel van zijn loon zich onthouden zag; en wat is nu het officieele cijfer ?

In 1901 werd door de Staatsspoor uitbetaald aan loon, negen millioen gulden ; het bedrag der ge zamenlijke boeten was niet meer dan ongeveer 5000 gulden; bij de HoUandsche spoor werd uitbetaald vijf millioen gulden a-n loon, en betaald aan boeten door de arbeiders, ongeveer 4 ^ 5000 gulden ; dus ongeveer een halve of heele cent op de duizend gulden, een bedrag te klein om er veel over te zeggen, laat staan iets.

Toch schijnt er iets niet in den haak te zijn, waardoor de ontevredenheid is gaande gemaakt; er is iets waaromtrent dringend onderzoek en opheldering noodig is, opdat alle onzekerheid wegvalle.

Met het oog daarop heeft de Regeering eene Commissie van enquête in het leven geroepen; wier taak het is zoodanig licht te ontsteken, dit alle duisternis wijke, en de grond van rechmatige ontevredenheid kome weg te vallen. Hoe nauwkeuriger en spoediger die Enquête-Commissie hare taak afwerkt, hoe aangenamer het der Regeering wezen zal.

In dier voege sprak de Minister tot de Com missie die daar voor hem stond; vooral zijn slot woord nemen wij hier woordelijt over: »Zij (nl. de belangrijke taak dier Heeren) heeft haren oorsprong in gebeurtenissen, die in de geschiedenis van ons vaderland van het begin de; er eeuw, een kenmerkende plaats zullen blijven innemen. Is er veel gebeurd wat tot droefheid, inkeer en verontmoediging een ieder zou kunnen stemmen, die de nationale gemeenschap levendig gevoelt en zich weder schuldig erkennende aan dwalingen en zonden, in welke groepen ook zijner natie, en daaruit geboren ellende als zijn eigen leed aanvaardt, uit de nevelen, waarin de laatste maanden waren ge huid, zal de dag zeker rijzen, indien maar hetgeen wij hebben doorleefd, moge leiden tot ernstiger betrachting van het woord dêr Schrift, dat gerechtigheid een volk erhoogt. Dat daartoe bevorderlijk moge wezen het in te stellen onderzoek, de samen vatting en overweging zijner uitkomsten, en de maatregelen, die er uit kunnen geboren worden ten bate der arbeiders, die ons als deel van onze natie na aan het hart liggen, het is de wensch waarmede ik thans de Commissie, ingesteld bij Koninklijk besluit, voor geïnstalleerd verklaar, en waarm.ede ik aan de ervaren en vaste hand van uwen Voorzitter den presidialen hamer overreikt."

Ieder die dit stuk in zijn geheel leest, zal met ons moeten toestemmen dat het een schoon stuk is, waaruit een hart spreekt, en tevens den goeden wil om bezwaren, wier zekerheid nog niet eens duidelijk bleek, op grondige wijze te onderzoeken en alsdan weg te ruimen.

Die toespraak dient weer om aan het licht te brengen het ongegronde beweren, dat slechts kapi talistische beweegredenen ook bij deze Regeering voorzaten in het optreden in de bekende stakingsgeschiedenis.

Schoon vinden wij hier het solidariteitsgevoel door den Minister geuit; solidair in schuld en zonde, solidair ook m het daaruit voortvloeiende leed; hier een staan tegenover elkasr, aan de eene zijde van den Minister, die slechts uit de hoogte oor deelt, en aan de andere zijde van een groep arbei ders die hooghartig voorbij wordt gegaan; maar beide behooren' tot eene natie, tot één volk, die met elkander zich voor God verootmoedigen, en samen buigen voor het gezag van Gods Woord, dat aan beiden aanwijst den weg der verhooging, in het doen van gerechtigheid.

Wat zullen de niet Ministerieele bladen van deze toespra-k zeggen? wat zullen vooral zij oordeelen die a tijd zoo laatdunkend spraken over de «christelijke beginselen" ?

Wat zal Het Volk verkondigen omtrent het woord van dezen Minister ? Dit blad heeft reeds gesproken en noemt de geheele toespraak »een schandail".

Wij kunnen niet anders dan God danken dat Hij ons zulke mannen gaf die het waarlijk te doen is om het sHeil des Volks.

Wij begroeten deze toespraak met groote inge nomenheid, ook nog om andere redenen.

Tegenover de aanklachten die van den socialistischen kant werden ingebracht, stond het niet geheel ongegronde vermoeden dat die klachten sterk overdreven werden; zoo gemakkelijk kon men nu geraken tot het standpunt dat er met veel wettige grond is om te klagen, om straks, in conservatieve onaandoenlijkheid, vrede te nemen met het bestaande, en als de priester en de leviet on gevoelig voorbijgaan.

Onze Regeering doet dat niet; niettegenstaande de afwezigheid van het geldig bewijs, wordt toch het onderzoek ingesteld.

Zoo diende de natie ook te doen, gelijk als ook ieder lid dier natie voor zich zelven ; grondig alles onderzoeken op de meest onpartijdige manier, opdat ook het verborgen en bijna sluimerend kwaad worde gekend e 1 opgeruimd.

Een conservatief looft het bestaande; maar een mensch die bij de Schrift leeft, kent de kracht van zonde, sleur, gewoonte, en weet dat de prikkel van Gods Woord daartegen moet worden gericht telkens opnieuw. Gelijk iedere Ger formeerde kerk heeft te zeggen : reformata quia reformanda, d.i. gereformeerd zijn wij, maar om daaruit juist te ont leenen de roeping om op den weg der reformeering te volharden.

Dit nu past ook ieder Christen, dien naam in den goeden zin opvattend, en dien naam dus waardig, op alle terrein des levens toe.

Er is echter nog eene reden waardoor blijd schap bij ons werd opgewekt bij het lezen van dit Staatsstuk.

De Regeering had gestaan tegenover een deel des volks dat met booze plannen vervuld was; met de gewapende hand moest het dreigend oproer worden bedwongen en voorkomen.

Eene conservatieve Regeering zou na de verkregen stilte, na krachtsontplooiing terugzinkende in zwakheid, gemeend hebben genoeg te hebben verricht, daarin gesteund door het onderzoek van 1890 wa irin verklaard was da' alles voortreffelijk in orde was: tout est pour Ie mieux dans Ie meil leur des mondes.

Zoo doet deze Christelijke Regeering echter niet, na handhaving van het gezag, zal recht geschieden; niet door de schuldigen te straffen, (dit zal natuurlijk niet uitblijven, zoo de wetten worden overtreden) maar door voor de belangen van den werkman op te komen. De werkman moet verlost worden uit den strik waarin het - ocialisme hem gevangen houdt: dat hij bij de Rejeering staat aangeschreven als uitstekend geschikt om alleen het vuile werk te doen

De Regeering wil zóó optreden dat de arbeiders gaan inzien, dat niet die Regeering het grootste vijand is, maar dat die vijanden moeten gezocht worden onder de Oudegeesten, de Potters, de Domela Nieuwenhuizen en Troelstra s en derge lijken.

Laat dit stuk van Minister de Marez Oyens o„s leeren om niet langer conservatief te denken, te spreken en te handelen, maar zooals het betaamt; als dezulken die het Woord kennen, en toepassen willen; en die voor God verantwoordelijk weten te staan in doen en laten, met de beginselen en beweegredenen die aan dat doen en laten ten grondslag liggen.

Gerechtigheid verhoogt een volk, maar de zonde is de schandvlek der natiën.

Ook de Gereformeerde kerken, met hare leden, hebben eene roeping tegenover dat «Conservatief van alle gading".

Dit is volkomen juist opgemerkt.

Het conservatisme mag in onzen kring geen steun vinden. Waar misstanden te verbeteren en rechtmatige grieven weg te nemen zijn, daar moet de Christen in de eerste plaats toonen, dat hij opkomt voor de verdrukten.

Het is een geruststelling, dat onze Regeering van dit valsch conservatisme niets weten wil.

Daardoor zal ook de partij der werklieden leeren inzien, waar de beste beschermers voor haar belangen gevonden worden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 10 mei 1903

De Heraut | 4 Pagina's

Uit de Pers.

Bekijk de hele uitgave van zondag 10 mei 1903

De Heraut | 4 Pagina's