Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Buiteuland.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Buiteuland.

7 minuten leestijd

Frankrijk. Een nieuw schrikbewind.

De antichristelijke geest die de Fransche regeering bezielt, is niet tevreden met de verdrijving van de niet door haar erkende congregatiën. De minister-president Combes heeft nu den bisschoppen streng verboden voortaan op de kansels der staatskerk de verdreven predikers te laten optreden, die anders zoo menigmaal in de vasten in de kerken prediken. Daarbij zijn in Frankrijk alle kapellen en kerken gesloten, die naast de officieele kerken waren gesticht. Hiermede is de minister nog niet te vreden. Hij laat zich ook inlichten om te weten tot welke richting de staatsambtenaren behooren, en met die inlichtingen wordt bij bevordering enz. gerekend.

De heer F. de Pressensé, zoon van den overleden predikant Edmond de Pressensé, ook in Nederland wel bekend, wil den minister overtreffen. Hij heeft een wetsontwerp ingediend, waarin voorgesteld wordt, dat alle tractementen die aan pastoors of predikanten uitbetaald worden, zullen ingetrokken worden; hun die boven de 45 jaar oud zijn en 20 dienstjaren hebben, zal een pensioen van hoogstens 600 francs, d. i. nog geen f 300, verzekerd worden. De staat en gemeenten behooren beslag te leggen op alle goederen, zoowel roerende als onroerende, welke aan de kerken toebehooren, als deze niet bewijzen kunnen dat die goederen door legaten zonder medewerking van den staat ot de gemeenten verkregen werden. De gebouwen, kerken of pastoriën v/orden of aan burgerlijke vereenigingen verhuurd, die voor onderhouden van den eeredienst gevormd zijn, of andere vereenigingen die bijv. voordrachten laten houden of feesten organiseeren. Het bouwen van nieuwe kerken is streng verboden.

Voorts worden alle geestelijken, die de regeering beschimpen, met boeten van 500 tot 5000 francs bedreigd. Wanneer herderlijke brieven of synodale [besluiten worden voorgelezen, waarin aangeze wordt, om ongehoorzaam te zijn aan de wetten des lands, wordt een boete van 1000 tot 10, 000 francs opgelegd. De boete van 100— 1000 francs wordt bedreigd, wanneer men door schimp of dreiging, iemand bewegen wil voor de kosten van den eeredienst bij te dragen. Ook worden dezelfde bepalingen, die voor alle andere vergaderingen van kracht zijn, ook van toepassing verklaard voor de kerkelijke bijeenkomsten.

Dit is nu de vrije kerk in den „vrijen staat! En dit alles wordt voorgesteld door een man die in Frankrijk voor een vertegenwoordiger van het protestantisme doorgaat. De Pressensé heeft dit ontwerp aan de vrijdenkers onderzijn medeafgevaardigden voorgelegd, en het zal denkelijk v/el door de socialisten overgenomen worden. Men kan zich nu voorstellen, hoe de liberalistische heeren denken over de vrijheid der kerk, wanneer het concordaat opgeheven wordt.

Weldra zullen 15, 964 personen, die zich aan he. onderwijs wijdden en tot een of andere orde behooren, het land uitgewezen worden!

Het spreekt wel van zelf, dat de bevolking, die nog aan haar kerk vasthoudt, zich tot verweer toerust. Men heeft reeds eene „vereeniging tot verdediging der volksscholen opgericht, waar van de graaf De Haussonville aan het hoofd staat. Deze vereeniging heeft buiten Parijs reeds 120 comité's met 2000 leden. Het zal daarbij niet blijven.

Op de openbare scholen zullen de boeken van Quinet moeten verdwijnen. Men kan het hem niet vergeven, dat hij geschreven heett: „Een volk dat de Godsgedachte verliest, verliest daarmede elk ideaal, ... Ik geloof dat een atheïstisch volk aan zedelijken hongerdood sterven moet, even als een volk dat te ver in de woestijn doordringt, veroordeeld is om van dorst te sterven." In dien geest zijn de boeken die op de leekenschool gebruikt worden. Daarom moeten zij weg.

De minister van marine wil den ministerpresident op zijde streven. Daarom verbood hij dat een godsdienst leeraar in een hospitaal of gevangenis zal worden toegelaten, als hij niet door een zieke of gevangene geroepen wordt. Ais hij daar verschijnt op verzoek, mag hij geen gebed uitspreken en geen godsdienstige handeling verrichten, als alleen het laatste oliesel toedienen aan zieken die weldra zullen sterven. Roomsche geestelijken mogen niet meer, gelijk tot hiertoe, in hospitalen wonen, en alken zulke schepen, die voor den oorlog zijn toegerust mogen geestelijken mede nemen.

Het is alsof de dagen van het schrikbewind zijn teruggekeerd. Reeds doet de militaire macht dienst om de maatregelen van geweld ten uitvoer te leggen. Arm Frankrijk!

Duitschaland. Twee vergaderingen over de sociale nooden en eene tot wederlegging van de beweringen van Prof. Delitzsch.

In i8go werd er voor het eerst een Evangelisch sociaal congres gehouden. Na een bestaan van dertien jaar moet iemand die tot oordeelen bevoegd is, getuigen, dat de vergaderingen dienen om het ongeloof en het halfgeloof gelegenheid te geven met elkander van gedachten te wisselen. De zaak van het Evangelie wordt' daardoor waarlijk niet bevorderd.

Dezer dagen kwam te Berlijn de „vrije kerkelijk sociale conferentie" samen. De handelingen dier conferentie lezend, wordt men weldadig aangedaan, als men daaruit leert hoe mannen als Professor Seeberg en de hofprediker Stöcker een ondubbelzinnige belijdenis aflegden van Christus als den Zoon Gods, als den opgeweklen Heiland en Middelaar, zonder dat één stem zich daartegen verhief'. Zoo leest men in een Duitsch kerkelijk blad. Doch wij vragen: moet men daarvoor een vrij kerkelijke sociale conferentie houden ? Nu is het ons wel bekend, dat in den laatsten tijd door het optreden van hoogleeraren als Harnack en Delitzsch het geloof aan de Godheid van Christus bij velen werd geschokt, doch wij kunnen het niet voor eene bijzonderlieid houden dat een hoogleeraar in de Theologie en een hofprediker op een vergadering, waar over sociale zaken gehandeld worden zal, het uitspreken, dat zij nog aan de oude waarheden, dio de geheele Christelijke Kerk, ook de Roomsche, belijdt, vasthouden.

Het voornaamste wat op de vrije kerkelijke conferentie ter sprake kwam, was het vrouwenkiesrecht. Tot ons leedwezen moeten wij getuigen dat hetgeen Dr. Stöcker hierover in het midden bracht en wat door de vergadering ten deele beaamd werd, ons voorkomt van de goede lijn af te voeren. Men gaf namelijk in de referaten zooveel mogelijk toe aan de eischen van de „Evangelische sociale Frauenverein"; een vereeniging van vrouwen die meent dat de vrouw evengoed stemrecht toekomt als den man. Er werd o. a. door Stöcker beweerd, dat vrouwen in de gemeente evengoed hunne stem moeten uitbrengen tot beroeping van een predikant als mannen. Ook leerde hij dat het algemeene gelijke en direkte kiesrecht in beginsel ook aan de vrouwen aanspraak gaf op het volle stemrecht. Alleen omdat het voor de vrouw onmogelijk is, welke onmogelijkheid in hare natuur gegrond is, om alle staatkundige pUchten te vervullen, kan haar het stemrecht onthouden worden! Hieruit volgt, en deze consequentie zal zeker getrokken worden, dat wanneer een vrouw hare plichten als staatsburgeres wil vervullen, men haar ook stemrecht geven moet.

De raad om bij; het sturen in feministische richting de noodige behoedzaamheid in acht te nemen werd door de onderwijzeres Freitag in den wind geslagen. Deze dame erkende dat zij „een radicale" was, en dat de radicalen geen nieuwe rechten, maar eene nieuwe wereldbeschouwing wenschen. Zij wilde niet er van weten dat het huwelijk de bestemming der vrouw is. „Het huwelijk, zeide Fraülein Freitag, is met een vloek ingezegend geworden: hij zal uw heer zijn. Dat is slavernij!

Wanneer op een kerkelijk sociale vergadering zulke uitdrukkingen vernomen worden, welke toonen dat de spreekster geheel met Gods Woord gebroken heeft, dan is toch duidelijk dat ook die conferentie gevaar loopt om op dezelfde küp te stooten waarop het Evangelisch sociale congres schipbreuk geleden heeft.

Eene eigenaardige vergadering werd den 8en April 11. in het Burger Museum te Stuttgart gehouden. „Kirchenrat, Dr. Kroner, de Opperrabijn, hield een voordracht over „die Keilschriftforschung und die Bibel". Het] gehoor van honderden personen bestond hoofdzakelijk uit Joden, Toch waren ook aan predikanten der Evangelische kerk toegangskaarten voor gereserveerde plaatsen gezonden. In den uitnoodigingsbrief las men: „De aanvallen die Prof. Delitzsch te Berlijn op grond van zijne Assyriologische onderzoekingen in woord en schrift tegen den Bijbel en het Jodendom gericht heeft, welke evenzeer de Christelijke religie als de Joodsche treffen, eischen verweer en vragen een onderzoek naar hun wetenschappelijk recht. In alle kringen, waarin men aan den Goddelijken oorsprong en aan de zedelijke waarde, zoowel als aan de beschavende kracht van den Bijbel, wil vasthouden, bestaat dringend behoefte aan het bewijs dat de consequentiën, die Delitzsch trekt, niet te aanvaarden zijn.

Dr. Kroner behandelde zijn onderwerp in een schoone voordracht. Op deze vergadering werd niet gediscussieerd, maar het is te begrijpen dat de opperrabijn ook door Joden over zijn lezing aangevallen wordt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 10 mei 1903

De Heraut | 4 Pagina's

Buiteuland.

Bekijk de hele uitgave van zondag 10 mei 1903

De Heraut | 4 Pagina's