De Wet op het Hooger Onderwijs.
II.
Amsterdam, 22 Mei 1903.
Voordat we de voorstellen der Regeering bespreken in zake de erkenning van de graden door de Vrije Universiteiten verleend, dient eerst nog de aandacht gevestigd op hetgeen de Regeering voorstelt in zake het bijzonder gymnasiaal onderwijs.
Gelijk men weet, waren de bijzondere gymnasia reeds zoo gelukkig wat het door hen uitgereikte diploma betreft gelijk te zijn gesteld met de openbare gymnasia. Het amendement door den heer de Savornin ohman in 1900 ingediend en door de weede Kamer aangenomen, bracht ons eze winste, een belangrijke schrede voorwaarts naar het einddoel, dat het openbaar n het bijzonder onderwijs op alle trappen elijke rechten zullen genieten.
De thans ingediende voorstellen regelen it diplomeeringsrecht der bijzondere gymnasia nog nader, door de voorwaarden, waaraan de bijzondere gymnasia hebben te voldoen om dit recht te verkrijgen, nauwkeuriger en beter te omschrijven.
Toch ligt in deze kleine emendaties niet het zwaartepunt van dit wetsvoorstel.
Van veel hooger belang is, dat de Regeering voorstelt ook de bijzondere gymnasia te subsidieeren.
Onze christelijke gymnasia, zoowel van Protestantsche als van Roomsche zijde, hebben voortdurend met geldgebrek te kampen. Al mag de Roomsche huishouding minder duur zijn, het huren van een groot gebouw, het inrichten van laboratoria, het salarieeren van wetenschappelijk gevormde personen eischt schatten gelds. Om de kosten aan het in stand houden van een bijzonder gymnasium verbonden te dekken moest men dus één van tweeën doen: of het leergeld zoo hoog stellen, dat daardoor de concurrentie met de staats-gymnasia schier onmogelijk werd, of om hulp aankloppen bij meer gegoede geestverwanten, die toch reeds met zulke aanvragen overstelpt worden.
De bestaande toestand was dus metterdaad een onrecht. Onze christelijke burgerij werd eerst in den vorm van belastingen gedwongen voor de stedelijke gymnasia te betalen, opdat de vaak rijke liberale ouders voor een spotprijs hun zonen daar konden laten studeeren. En daarna mochten zij nog geheel zorgen voor hun eigen gymnasia, zonder daarvoor van Staatswege ook maar eenige vergoeding te ontvangen.
Het beginsel van gelijk recht moest ook hier worden toegepast en even goed als de lagere school wat de subsidie betreft bij de staatschool niet meer achterstaat, zoo moest het ook worden met onze christelijke gymnasia.
Wij zijn de Regeering dankbaar, dat zij dit gevoeld heeft en daarom in haar wetsvoorstel de subsidieering van de christelijke gymnasia opnam zonder daaraan eenige bepaling toetevoegen, die voor de vrijheid van het bijzonder onderwijs krenkend zou kunnen zijn.
Ook de wijze, waarop de subsidie geregeld is, schijnt ons gelukkig gekozen. Het wetsvoorstel bepaalt desaangaande:
107e. Aan de besturen van de bijzondere gymnasia, bedoeld in artikel 1070, wordt uit 's Rijks kas subsidie uerleend, mits het gymnarium staat onder het bestuur van eene in stelling of vereeniging, die rechtspersoonlijkheid bezit.
Het szbsidie wordt verleend:
1. per wekelijks gegeven lesuur tot een maximum getal lesuren, dat overeenstemt met het getal, dat wekelijks, volgens het algemeen leerplan, bedoeld in artikel 7, aan het onderhoud in de vakken, vermeld in art. 5, onder a—m aan een openbaar gymnasium besteed wordt. Indien het getal leerlingen in eene klasse meer dan vijfentwintig bedraagt en de klasse gesplitst is in twee parallel klassen, komen hierbij twee, en indien het getal leerlingen in eene klasse meer dan vijftig bedraagt en de klasse gesplitst is in drie parellelklassen, drie parellelklassen voor de berekening van het subsidie in aanmerking ;
2. tot een bedrag van vijfenveertig gulden indien het gymnasium gevestigd is in eene ge meente, waar de bevolking 30000 zielen of minder bedraagt, en tot een bedrag van vijftig gulden, indien het gymnasium gevestigd is in eene gemeente. Vaar de bevolking de 30000 zielen te boven gaat.
Bovendien wordt eene bijdrage in de aan den rector uit te keeren jaarwedde verleend tot een bedrag van een duizend gulden.
Toor die subsidiën komen niet in aanmer king de bijzondere gymnasia :
a. waarvan de opbrengst der schoolgelden eene inkomst oplevert van gemiddeld meer dan tweehonderd gulden per leerling en per jaar;
b. waarvan blijkt, dat zij gehouden worden als winstgevend bedrijf.
De besturen zijn gehouden aan Onzen Minister van Binnenlandsche Zaken alle inlichtingen te geven, verlangd met betrekking tot litt. a en ^. in dit artikel vermeld, en zulks op straffe van verval van aanspraak op de subsidiën.
Jaarlijks in de maand Januari zendt het bestuur, dat op de Rijkssubsidien krachtens dit artikel over het voorgaande jaar aanspraak maakt, zijne daartoe strekkende aanvrage aan onzen Minister van Binnenlandsche Zaken.
Voorschriften omtrent de uitvoering van dit artikel worden bij algemeenen maatregel van beetuur gegeven.
Voor onze christelijke gymnasia kan door deze wet een tijdperk van nieuwen bloei aanbreken. Gymnasia, die zich nauwelijks konden staande houden door gebrek aan de noodige middelen, zullen, wordt deze wet aangenomen, een veel betere toekomst tegengaan en nieuwe kracht kunnen ontwikkelen. Terwijl zonder eenigen twijfel in deelen van ons land als Friesland en Groningen, waar een talrijke beslist Calvinistische bevolking woont, nieuwe gymnasia zullen verrijzen.
Van hoe hoog belang dit zal blijken voor de toekomstige ontwikkeling van ons volk, valt niet gemakkelijk te zeggen. De jaren op het gymnasium doorgebracht zijn de leeftijd, waarop de geest het meest gevormd wordt. Dan komt het ontwakend denken het eerst te staan voor de groote problemen van het leven. En wie op dien leeftijd een quasi-neutrale, maar metterdaad aan alle Christendom vijandige opvoeding ontvangt, loopt gevaar voor goed zijn geloof te verliezen.
De Regeering heeft daarom een goed werk gedaan met de vrijmaking van het onderwijs, naar de belofte bij haar eerste optreden afgelegd, met kracht ter hand te nemen. Ten opzichte van de christelijke gymnasia biedt het voorgestelde wetsontwerp ons wat wij wenschten en stemt het tot dank aan de Regeering, dat zij zulk een voorstel deed.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 24 mei 1903
De Heraut | 4 Pagina's