Uit de Pers.
In de Friese he Kerkbode schrijft Ds, A. Kuyper van Makkum over de nieuwerwetsche theorieën die omtrent dood en leven verkondigd worden, het volgende:
Het aangrijpend verschijnsel van den dood heeft allen eeuwen door de menschheid tot nadenken gebracht. Ook buiten de religie om, heeft men allerlei beschouwingen over die ontzettende macht in het natuurlijk leven ten beste gege en. Men wilde niet weten dat de dood de bezoldiging der zonde was. Men zag er geen straf Gods in, waar door het kwaad tegen de Allerhoogste Majesteit Gods bedreven, gewroken werd.
Maar men stond dan toch voor het feit dat telkens het leven wel begon, maar immers vroeg of laat werd afgebroken. Men had te rekenen met die onweerstaanbare macht, waartegenover zelfs de sterkste en rijkste mensch zich machteloos gevoelde.
Zoo vinden we in de Heidenwereld allerlei natuurlijke beschouwingen over den Dood, en mythologieën hebben in symbolische taal er diepzinnige beschouwingen over ten beste gegeven. De kunst trachtte in dichtelijke taal en artistieke beelden het hare er van te zeggen. En de philosophen spitsten hunni aandacht op die alles vernielende werking in het Heelal.
Wij willen thans niet in theologische beschou wingen over den Dood treden, noch nagaan hoe Philusophie en Mythologie en Poëzie het mensch dom hebben willen onderwijzen aangaande dien somberen Engel der verschrikking. Stoffe voor zulk een onderwerp is er anders overvloedig Menigeen heeft voor zulk een onderzoek veel tijd over gehad. En een dankbaar onderzoek is het ook, niettegenstaande al zijn somberheid.
Maar wel willen wij iets mededeelen uit eene redevoering die onlangs door professor L. liolk op het IXe Nederlandsch Natuur en Geneeskundig Congres te 's-Gravenhage over dat onderwerp gehouden is. Hij sprak over »de natuurlijke Dood, ' d. w. z. over den Dood zooals hij in het natuur lijke leven bes, chouwd dient te worden.
Men was van oudsher, op ge ag van Aristoteles, gewoon in de natuur te onderscheiden t sschen twee machten: een scheppende of voortbreng nde macht en een vernielende of doodende macht. Daarbij was de dood dan, in natuurlijken zin het einde van den strijd tusschen die twee masHten en wel een zoodanig einde waarbij de vernielende mac t triumfe.'rde over de scheppende en onderhoudende macht.
Tegen, deze, smds Aristoteles gangbare, beschouwing nu trad professor Bolk op. Hij geloofde wel dat de dood in strijd is met de natuur van het leven, maar hij bestrijdt de voorstelling dat de dood eene zelfstandige kracht in de natuur is, aan het leven tegenovergesteld. Veeleer moest de dood als een «toestand' gequalificeerd worden, en niet als eene »natuur kracht."
Sinds Darwin, de bekende uitdenker van de nieuwe ongeloovige natuurbeschouwing, optrad, ontstonden ook andere inzichten over het mysterie van den Dood. Hij predikte het dogma dat er eene voortdurende ontwikkeling was, waarbij telkens het mindere door het meerdere, het zwakkere door het sterkere verdrongen werd in een voortdurenden strijd om het bestaan. Zoo doende werd in het stelsel van het Darwinisme een nieuwe beschouwing over de beteekenis van den Dood ingedragen, want het minderwaardige werd afge dankt zoodra het meerderwaardige was verkregen. De dood was-dus niets anders dan een schakel in het eeuwige proces der ontwikkeling, om wat uitgebloeid was te verwijderen dan als het nieuw ontwikkelde was gekomen.
In het jiar 1882 trad echter de bekende wijsgeer Weissmann voor het publiek op met een nieuw geschrift, handelende over doodsbeschouwingen 'Hij bepleitte daarin »de noodzakelijkheid van den dood". De gang zijner redeneering was deze, dat alles in het Heelal doelmatig i , aan zekere doeleinden beantwoorden moet. Met den voortgang van het leven verhindert die doelmatig heid langzamerhand door slijtage. En als het doelmatige heeft opgehouden, dan is er geen reden \an bestaan meer, en treedt de dood in, om het ondoelmatige, geen reden van bestaan meer heb bende, weg te nemen uit de natuur.
Weissman verzette zich tegen de voorstelling dat »het leven" als zoodanig beperkt of eindig zou zijn. Zijns is de gedachte dat de dood slechts eene aanpassing is aan den uitwendigen vorm. En die beweren grondde hij op het feit (? ) dat de één cellige diertjes (infusorieën) onsterielijk zijn.
Doch nu komt professor Bolk dien grond van Weissman's theorie ondermijnen, door mede te deelen dat dat «feit" niet waar is. In het jaar 1889 toch heeft de geleerde Maupas een onderzoeknaar die één cellige diertjes ingesteld, en bevonden dat zij zich wel tot 200 a 300 maal konden splitsen maar dan ten slotte zeer zeker dood gaan.
Weissmann noemde zijne theorie die van de «potentieele onsterfelijkheid.' Miar Maupas' onderzoe kingen wierpen haar beslist omver. Het leven eindigt ook bij die kleine, voor het bloote oog onzichtbare diertjes, wanneer zij zich niet meer voortplanten. Alleen door voortplanting wordt het leven in stand gehouden. Het individu is dan onverbiddelijk aan den dood onderworpen, alleen de soort wordt door voortplan'ing in het leven behouden.
Hieraan nu verbond professor Bolk eene .«nieu werwetsche beschouwing" over het wezen van den dood, waardoor de eeuwenoude theorie van Aristoteles door hem en de zijnen wordt prijs gegeven. Niet de ondergang van het individu, de verdwijning van den persoon, mag als het oogenblik van den dood worden aangegeven. Want niet dat is de eigenlijke dood die ons naar het graf doet ver huizen.
Als ))het leven" in de voortplanting zelve gelegen is en van haar geheel afhankelijk is, dan houdt »het leven" op en treedt de dood feitelijk in op het moment dat de voortplanting potentieel ophoudt.
Men zal, derhalve, in dat nieuwe stelsel voor den natuurlijken dood zijn geslachtsdood, en niet zijn lichamelijken dood hebben te houden. Is het voortplantingsleven dood, dan is de mensch biolo gisch d, od, hoe nuttig hij overigens als persoon voor de maatschappij ook moge wezen. Niet het gemiddeld aantal levensjaren, maar het aantal nakomelingen bepaalt de levenswaarde van een volk. Na den sexueelen dood is er slechts sprake van een nabLeien van het leven. Want alleen in de voortplanting is het voortbestaan van het leven der soort zelf besloten.
Ahoo wordt tegenwoordig geredeneerd!
We zullen dit alles niet aan critiek onderwerpen. Toch is het goed om het oor te luisteren te leggen aan wat in andere kringen over het mysterie van leven en dood geleeraard wordt. Onderzoekt alle dingen en behoudt het goede.
Bovendien, er is zeer veel waars in. We behoeven slechts het 19e vers van Romeinen IV in te zien, om het element van waarheid te vatten, dat in deze voorstelling gelegen is. Maar ook is er veel eenzijdigheid Het natuurlijke leven in den tijd kan nooit anders dan door voortplanting bestendigd worden. Doch deze waarheid is zoo groot als een grazige viervoeter in de weide.
Maar wat hier ten eenenmale gemist wordt, is het geloof aan het eeuwige leven ook voor het individu. Daar is een eeuwig leven voor allen ook persoonlijk. Wie eenmaal het leven ontving, ont ving het voor eeuwig. En tijdelijk is er slechts eene bewaring in het graf.
Maar daar is eene opstanding des vleesches voor allen en een iegelijk. Wie daar niet aan ge looft, zal nooit het mysterie van den dood kunnen doorgronden. Dan tast men altijd in den blinde. Zij hebben God verlaten, wat wijsheid zouden ze nog hebben.
Alleen in het licht zien we het licht!
Het is goed, dat op deze dingen de aandacht gevestigd worde.
Men ziet er uit, hoe de wetenschap, die Gods Woord loslaat, omtrent de groote mysteriën des levens in het duister rondtast.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 24 mei 1903
De Heraut | 4 Pagina's