INGEZONDEN STUKKEN.
{Buiten verantwoordelijkheid van de Redactie) v b
Aan de Redactie van De Heraut.
Mijnheer de Redacteur!
Mag ik UEd. beleefd verzoeken opname dezer regelen in uw blad.
In De Heraut van rp April kwam ook mij dat niet onbelangrijk stuk onder 't oog, waardoor enkele predikanten der Herv. Kerk zich eerlijk en openhartig uitspreken, als mede schuldig staande aan den revolutiegeest en zichzelven een verwijt doen niet den menschen gebracht te hebben, wat zij niet komen halen, of te geven wat zij niet hebben; ja, de leden der Kerk gelijk geeft, als zij zouden zeggen, dat de a predikers hun roeping verzuimden.
En dan vinden zij (die predikers) de dieper liggende oorzaken van verzet en revolutiegeest in de veronachtzaming van het huisbezoek en zielezorg. Hieraan nu voegt U aan 't slot toe: „De predikers der Herv. Kerk schijnen te voelen waar de schoen wringt; de massale volkskerk, die niets doet voor haar leden dan predikatiën houden op den kansel, vervreemdt de armere klasse van 't geloof. — d K eBV
Dat is de vloek die op de Volkskerk rust; zij wil alles omvatten, en daardoor gaat de zielszorg en huisbezoek, ja alle band en zorg voor de armen te loor.
En bij dat slot dacht ik, oordeel niet te hard, en P gevoelde ik iets, dat mij noopte om een klein n plaatsje te vragen, bescheiden, en, kon het zijn, h te dienen tot waarschuwing, en dan vraag ik : s Gereformeerde Predikanten, gevoeldet ook gij niets aan 't slot; is dat verwijt, die vloekspraak aan het adres der Hervormde Kerk niet te stout? Kan dit met volle vrijmoedigheid door u worden weggezonden? Want is de belangstelling, de bearbeiding, de naastenliefde tot de leden bij ons, zooals die wel behoort ? Laat de zielszorg en het huisbezoek bij ons ook niet l zoo ontzaggelijk veel te wenschen over? Is he niet een meevaller (op 't platte land) als w eenmaal per< ; jaar den predikant of ouderling eens officieel mogen ontvangen, doch wij zijn dan nog de bevoorrechten; maar in de steden, hoe is het daar? Is het niet treurig, te moeten getuigen dat ook hij ons Gereformeerden dat euvel gevonden wordt, waar ik persoonlijk goed op de hoogte ben met den toestand, en u menschen kan aanwijzen, die in 3 en 4 jaren, hoe verlangend ook uitgezien, nooit de eer ge had hebben een predikant in hnn woning te ontvangen, en nog andere weet, die in ettelijke jaren, alleen bij nood, die eer eens hebben mogen genieten, welke volstrekt geen menschen zijn, die wegkruiper spelen — die zijn er helaas — doch wier attestatie is ingebracht, kinderen hebben laten doopen, trouwe kerkgangers zijn. Is dit niet hoogst treurig ? Is da zielszorg ? Laten wij elkander mogen waarschuwen. Doch dezulken loopen niet het grootste gevaar, er zijn er ook bij ons die zeggen: ja, de dominé's hebben Zondags groote v/oorden, maar verder is de belangstelling in ons maatschappelijk en geestelijk welzijn in de week zoo gering. Zij, die door allerlei invloeden, lectuur, vergaderingen, verkeerde leiders, en eigen booze overleggingen, zich hoe langer hoe meer van de waarheid afwenden en de leugen gaan gelooven, zich verbroederen met den Socialist en Democraat —voor hen is 't gevaar groot en ontzaggelijk. Het volk gevoelt goed, er kon wel iets waars in zijn. En toch, gel. Br., zij die nog niet geheel vervreemd zijn van God en Zijn Woord, zijn nog wel te leiden en te winnen; ik weet het bij ervaring, 't Is voor menigen werkman een eer en genot, opbeurend, als hij, afgezonderd van de samenleving, eens een predikant bij hem mag zien, die belang stelt in zijn maatschappelijke en geestelijke belangen. Wat zouden de banden inniger en vaster zijn en wat zouden de kansels meer aan de behoefte en vatbaarheid des volks voldoen als er samenleven gevonden werd. Want ook bi ons vervreemdt de armere klasse van de waarheid, dus ook van 't geloof.
Nadert dus tot elkander. Predikant, u eerst, want u is het woord des Heeren toebe trouwd, als uitdeeler der menigerlei genade Gods, opdat gij niet eenmaal, als gij zoudt zoeken naar de dieper liggende oorzaken van ongeloof en revolutiegeest, moest zeggen: wij hebben het volk niet gewezen op Hem, die opperste Machthebber en Wetgever, die alleen, gehoorzamende Zijn wettige ordinantiën, ons een stil en gerust leven zal doen genieten; doch dit verwerpende, ook gij het schuldig zoudt uitroepen.
Maar ook aan onze medeleden doen wij een waarschuwing. Denkt er om, die mede arbeidt en den toestand inziet, dat er wel verademing is, doch geen verlossing. Sluit u nauw aan elkaar, want de strijd blijft, ja zal nog erger worden, zoekt samenwerking met allen die God in zijn wetten, macht en gezag, willen erkennen en bukt en buigt u daarvoor, opdat er onder den zegen des Heeren kracht moge uitgaan tegen dien stroom des ongeloofs en Christus' verwerping. Ook dat is voor ons roeping en plicht. Laat onze waarschuwing uitgaan tegen hen, die deel genomen hebben en medegewerkt hebben aan de bestaande toestanden en zeggen we : Scheur u toch los van dien verderfelijken bond, want er zijn ook van ons die deel uitmaken, en gemaakt hebben, van dat verrot en geest-en ziel verder vend beginsel en ideaal. Ons is de wereld, ons is de toekomst. Schaamt u Gereformeerden, om mede te doen aan de omverwerping der maatschappelijke orde. Schaamt u, omdat gij Nederlanders zijt, die door God eenmaal vrij gemaakt zijn van alle geweld, die veneens God naar Kroon en Troon stonden. Verfoei die volksverleiders, die u zoeken te verderven; verafschuw de vergaderplaatsen, waar de steenen gewelven eenmaal getuigen zullen van schandelijke, God-onteerende woorden, lannen en handelingen daar gesmeed en beraadslaagd. Sla niet langer God in't aangezicht, in hetgeen Hij zoo wijs en goed, in Zijn ontferming, aan ons heeft gegeven, waardoor er nog leven en rust op de wereld zou kunnen zijn. Laat u nimmer wijs maken, dat hoofddoel otsverbetering is, maar grondbeginsel is: weg et Christus, weg met de meesters! 't Zijn allen goddelooze werktuigen in de hand des Satans om u van uw beginsel en van de waarheid at te rekken. Terug dan, verlaat hen, en belijd uw verkeerheid voor God, en zoek weer rechte egen en paden voor uw voet. Sluit u aan bij de mannen die u zoo gaarne in hen midden eer opnemen, en organiseert u, met de Chriselijke vakorganisaties, al zijt gij nog zoo weinig n getal. Uw werk zal gezegend worden. Denk r dus om eer het te laat is. Denk aan uwe vrouwen, aan uwe kinderen, want dat en die ijn de toekomst. Denk aan uw maatschappelijk n eeuwig welzijn. Kies dus dat heilig eginsel, dat zoo goed ons, is geopenbaard in ods Woord, opdat wij mogen zijn kinderen an den tijd, maar mannen bij de Gratie Gods tezamen opwerpende een dam tegen dien atanischen geest en wij van Hem gezegend, rede, welvaart mogen zien in den lande, trouwe urgers en onderdanen van Neêrland, maar ovenal bevonden worden getrouwe belijders er waarheid. Op dan, onder de banier van t Kruis, want met Hem zullen wij kloeke daden oen, Gode ter verheerlijking.
U bij voorbaat dankend voor de plaatsruimte.
Uw dw. Dr.
N.Amstel, Amsteldijk 26 April 1903,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 24 mei 1903
De Heraut | 4 Pagina's