Niet snugger.
Naar aanleiding van het debat in de Eer.ste Kamer, over de wenschelijkheid om de doodstraf weder in te voeren, heeft een inzender in de Nieuwe Rotterdammer de volgende opmerking gemaakt, die zeker niet van 'smans bijzondere snuggerheid bewijs geeft:
Wie (op Bijbelsche gronde») de doodstraf wil toegepast hebben, moet kunnen aanwijzen de „vrijsteden" waarheen de niet moedwillige doodslager zal kunnen vluchten. Want aldus lezen wij Num, 35 : 10, 11, 14, I5:
„Spreek tot de kinderen Israels en zeg tot hen: Wanneer gij over den Jordaan gaat naar het land Kanailn, zoo zult gij maken dat u steden tegemoetliggen, die u tot vrijsteden zullen zijn, opdat de doodslager daarhenen vliede die eene ziel onwetend verslagen heeft. Drie dezer steden zult gij geven op deze zijde van den Jordaan, en drie dezer steden zult gij geven in het land Kanaan: vrijsteden zullen het zijn. Diezelfde zes steden zullen den kinderen Israels, en den vreemdeling en den bijwoner in het midden van hen, tot een toevlucht zijn, opdat daarhenen vliede wie eene ziele onvoorziens verslaat."
Dat deze inzender, die blijkbaar op theologisch gebied aan daltonisme lijdt, niet wij eer is, zullen wij hem niet euvel duiden, al kan de raad van Groen van Prinsterer, dat wie op publiek terrein als voorlichter wil optreden, toch beginnen moet met eenige studie van zijn onderwerp te maken, hem wel te pas komen.
Maar wat de grenzen overschrijdt, is dat de Hervorming, een blad door theologen geredigeerd, met instemming deze dwaze redeneering overneemt en daaraan nog de volgende aardigheid toevoegt:
Dusver de inzender in de DJ. R. C.
Hij had ook nog kunnen vragen: of wij ons, na de aanwijzing der vrijsteden, eveneens zullen hebben te houden aan de verzen 26 en 27 van hetzelfde hoofdstuk 35 van het boek Nuraeri, waar wij lezen:
„Doch indien de doodslager te eeniger tijd de grens der vrijstad waarheen hij gevlucht is, overschrijdt, en de bloedwreker vindt hem builen het grondgebied zijner vrijstad, dan zal de Moedwreker den doodslager doodslaan, zonder daarmede blocdschuld op zich te laden."
Het schijnt, dat de heeren moderne theologen door al hun critische studies over Jahvist en Elohist, zelfs geen tijd over houden om de eerste beginselen der Gereformeerde dogmatiek na te gaan.
Elk goed onderlegd catechisant zou dezen theologen van bescheid kunnen dienen, door hen er op te wijzen, dat de instelling der vrijsteden behoorde tot de ceremonieele wetten, die alleen voor Israël golden en juist dienden, om de bloedwraak te beteugelen.
Het gebod door God aan Noach gegeven, en in hem aan heel het menschelijk geslacht, dat de moordenaar met den dood moet gestraft v/orden, op één lijn te willen stellen met een particuliere wet, die alleen voor Israël bedoeld was en die met het ophouden van de bloedwraak, vanzelf alle reden van bestaan verloor, is toch al te onnoozel.
Wie zoo anderen in de val wil laten loopen, heeft toch al bitter weinig verstand van de „bijbelsche gronden, " waarmede de voorstander van de doodstraf zijn goed recht bepleit!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 24 mei 1903
De Heraut | 4 Pagina's