Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Uit de Pers.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de Pers.

9 minuten leestijd

Prof. Biesterveld, die in het Diaconaat Correspondentieblad zijn interessante artikelenreeks voortzfit over het diaconaat, toonde ditmaal aan, hoe de barmhartigheid alleen bloeien kan op den bodem eener Christelijke levens-en wereldbeschouwing.

In den strengtenzin van het woord, kanalleen bij de echt christelijke levens-en wereldbeschouwing sprake zijn van het oefenen van barm artighcid. Niet, alsof bij anderen gansch geen ontfermen gevonden wordt. Maar dat is uit tweeërlei te verklaren Als in onzen tijd zoo memigeen uit de kinderen der wereld beschamende bewijzen van zin tot weldadigheid geeft, is dit eene vrucht van de algemeene genade Gods, die door zoo velerlei inwerking, door het getuigenis der conscientic, door het werken der natuurlijke liefde, door menige instelling van weerhoudende kracht, door het bewustzijn van zelfbehoud enz, nog de volle ojjcnbaring der zelfzucht tegenhoudt. Daarbij is er dan gewis bij hen, die in de christelijke maatschappij leven, al hebben zij ook met het positieve christendom gebroken toch altijd een onwillekeurige invloed van de christelijke belijdenis merkbaar. In hoofdzaak is onze maatschappij toch nog ingericht naar de tien geboden, wat meewerkt tot eene andere beschouwing van armen en ellendigcn dan we' uit het beginsel, waaruit men zegt te leven, voortvloeit.

Een tweede oorzaak is dat de menschen lang niet altijd hun stelsel consequent toepassen, en va k beter zijn nog in hun daden, dan in hun verstandelijk leven. Men ziet dat bij allerlei stelsels. De zuivere consequentie van elk systeem, dat uit het Pessimisme leeft, zou zijn het aanprijzen van den zelfmoord. Toch is er maar een heel enkele, die tot dit uiterste komt. Menigeen, die het meest gelijkvloersche Materialisme voorstaat, alle schuld der zonde ontkent, van misdrijf in den gewonen zin niet weten wil, leeft toch praclisch een burgerlijk zedelijk leven. Vele Antinomianen, wier stelsel aan de zonde vrij spel geeft, het is immers de oude Adam niaar, die zich doodzondigt, leven toch onberispelijk. liet gevaarlijke van zulke stelsels is gewoonlijk, dat de adepten practisch do toepassing gaan maken, terwijl de leermeesters het er bij lieten om de stellingen te poneeren. D arom moeten ook alle verderfelijke leeringen weerstaan, al zien wij nog niet dadelijk in de practijk de elleride, die uit die gepredikte denkbeelden voortvloeit. De omzetting van de practijk in het leven toch, is altijd het gevolg van eene verandering in de theorieën die het leven beheerschen. Onze tijd heeft daarvan voorbeelden te over, die er voor pleiten om vooral te strijden tegen de valsche meeningen, omdat wij dan pas het kwaad, dat naar buiten zich openbaart, in den wortel aantasten.

Nu moet de stelling, dat a leen de echt chris • lelijke levens-en wereldbeschouwing de bodem is, waarop de ware barmhartigheid bloeien kan, naar twee zijden heen worden betoogd. Onze levens beschouwing staat eenerzijds lijnrecht tegenover elk stelsel, dat het leven in dezen tijd laat opgaan, en anderzijds lijnrecht tegenover elk stelsel dat het natuurlijke miskent, en alleen met de toekomst rekent.

De eerste soort van stelsels moet er consequent toe komen om te zeggen: wie de middelen om te leven niet heeit, moet maar sterven, en het is in den grond dwaasheid om door barmhartigheid aan de verlenging van zulk een leven mee te werken. Immers de ontwikkelings idee brengt mede, dat het zwakkere voor het sterkere moet wijken, en dat, wat zelf het middel om te blijven bestaan niet heeft, moet vallen.

Het mindere bestaat alleen om het meerdere te produceeren — en als de soortelijk betere er is moet het mindere verdwijnen. De moraal van Nietzsche, dat het eenvoudige is het slechte, en

het machtige het goede, dat het niet gaat om do kleinen, maar om de enkele groeten, om den Ueber nicnsch, is hiervan de uiterste toepassing. Hij spreekt het dan ook onomwonden uit, dat hel Christendom de levensverhoudingen heeft bedorven, toen het voor de onderdrukten en ellendigen partij koos, zich over de armen ontfermde, en aan de nederigen en verslagenen van geest het evangelie verkondigde. Nog één stap verder en men komt tot de goddelooze onbarmhartigheid van de ge woonte bij sommige heidensche volkeren, om de ouden van dagen te laten sterven, en gebrekkige kinderen bij hunne geboorte te dooden.

De tweede soort van stelsels moet komen tot levensverachting. Het ideaal wordt dat van den monnik, die de natuur doodt om te eer tot het bovennatuurlijke leven zich te verheffen.

Armoede, vrijwillig gekozen, is een loonende deugd. Kastijding des lichaams ten bloede toe, al zou zij leiden tot vroegen dood, is eene boetedoening Gode bijzonder aangenaam Eigenlijk deed men den arme den besten dienst hem te laten sterven, want het leven zoo vol van ellende en nood, heelt geen waaide. Doet men dan loch aal moes en weldadigheid, het is alleen om het loon dat door God er aan verbonden is, dus niet om den arme, maar om zich zelf, en om een rijker deel in het leven der toekomst.

De rechte barmhartigheid nu veronderstelt aan de ccne zijde, dat het leven een doel .heeft en eene bestemming, die verre heengaan over het leven in dezen tijd, en aan de andere, dat het leven ook in zich zelf waarde heeft, en als zoodanig groole bctcekcnis voor het bereiken v< tn het gestelde doel in de toekomst.

Aan dezen eisch beantwoordt het Christendom, en dat doet het onder alle religiën alleen. Het rijk Gods wacht zijn volle openbaring en glorie pas in de toekomst van onzen Heere Jezus Curistus. Dan als God alles zal zijn en in allen, zal ieder op zijn plaats volledig meewerken kunnen aan de reali seering van het ideaal: de glorie Gods in alle dingen. En tegelijk zal het openbaar worden, dat alleen op die wijze het door God geschonken leven, de door hem be eide gave en kracht, tot rijke ontplooiing komt. Dat Godsrijk echter is er nu reeds in deze bedeeling, en is in zijne heerlijkheid komende. In dat rijk heeft ieder kind van G d op zijn plaats te arbeiden. Alleen in dien weg van strijden en arbeiden zijner onderdanen zal het komen. Niet de luie knecht, die zijn talent in de aarde verbergt, is de ware dienaar in dat rijk, maar wie met zijn gaven woekert ontvangt den lof van den Meester. Ieder moet zijn plaats in dat rijk zoeken te kennen, en te vervullen. Dat vervullen geschiedt in elke levensverhouding. In het Goddelijk be oep, in den trouwen arbeid, in het leven va i het huisgezin, in den kring van den staat en van de maat schappij, in allen arbeid van hoofd en van hand, waartóe God de gaven en de krachten verleent. Wie deze zijn plaats niet verstaat, wordt door God als een onnut meubel in den hoek gezet.

De allereerste taak der barmhartigheid nu is, ieder in staat te stellen zijne roeping in het Gods rijk te volbrengen. Want dit staat vast: ieder mensch neeft hier een roeping te vervullen. Geen menschenleven wordt te vergeefs door God geschapen; geen kind komt zonder doel op de wereld. Zelfs in het lijden is een roeping te vervullen. Dat is gezien aan Job die zoo te bewijzen had, dat hij God liefhad om Zijn zelfs wil, en niet om de weldaden die hij genoot. Zoo is er geen menschenleven zonder waarde of beteekenis. Het Christen dom stelt zich ook in dit opzicht nooit tegeno.er de natuur. Wel tegenover de zonde. Zij toch wil juist deze bestemming van den mensch in het rijk van God doen mislukken. Door de zonde is er allerlei ellende in het leven van den enkele en in het samenleven ingedragen, die als hinderpaal voor het vervullen van de levensroeping moet worden gerekend. Zoowel het bederf in het lichaam, als het bederf in de ziel. De krankheid van lichaam en van geest, de verduistering van het verstand en de booze tochten in den wil. Zoowel de haat der menschen, als de gecompliceerde levensverhoudingen, die den strijd om het bestaan zoo moeilijk maken. Ook de armoede en het zware lichamelijk leed.

Nu is het de ideale worsteling van den Christen op alle gebied tegen de zonde en haren verderfelijken invloed, om zoo het leven en den eigen arbeid in het rijk Gods mogelijk te maken, eraan intdearbeidend, dat ieder zijn plaats bekleede, ge lijk God dat wil. Dat is de impuls, die aangrijpt als de Christen-geleerde in zijn wetenschap de ordinantiën Gods zoekt te doen kennen, die den Christenstaatsman bezielt om in dat samenleven er naar te staan de verhoudingen zoo te regelen, als het meest hiervoor dienen kan; diedebeaeling uitmaakt van ons worstelen op het maatschappelijk terrein; die het hoogste motief geeft voor de prediking van het Evangelie, dat de verlossing naar lichaam en ziel bedoelt.

Ook de drang voor de barmhartigheid. Er is een zekere mate van welstand, ook voor den nederigste van staat van noode, om aan zijn roeping als mensch Gods te kunnen voldoen. Daarom oefenen wij aan de armen barmhartigheid. Niet maar om van hen af te zijn — zelfs niet om het leven nooddruftig te onderhouden, en voor sterven van gebrek te bewaren, maar om hem te helpen in zijn taak, en zoo voor te bereiden, dat hij zelf weer, zonder steun, zijn roeping vervullen kan.

Eveneens kan het lijden zoo zwaar zijn, en het kruis de schouders zoozeer naar beneden drukken, dat het niet te dragen schijnt. Dan komt er moe deloosheid, opstand wellicht, en het lijden tot eere Gods wordt niet gezien. De barmhartigheid heeft dan door verzorging en vertroosting in staat te stellen, het lijden geduldig en Gode dankend te dragen, opdat zoo de roeping des lijdens vervuld worde.

Op deze wijze is de barmhartigheid aan alle sentimentaliteit gespeend, heeft zij een wel om schreven taak, en een heerlijk ideaal. Was het dan te veel gezegd, dat de ware baimhartigheid alleen bloeien kan op den bodem van de Christelijke levens-en wereldbeschouwing ?

Dit is klaar en duidelijk uiteengezet.

Buiten het terrein der Christelijke kerk kan Iictsij als vrucht der gemeene gratie of als na werking van het Christelijk beginsel, wel iets van deze heerlijke deugd worden gevonden.

Maar de ware barmhartigheid ontluikt alleen, waar de Christelijke kerk in het beeld van Christus Jezus de volle openbaring van Gods barmhartigheid ons toont.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 31 mei 1903

De Heraut | 4 Pagina's

Uit de Pers.

Bekijk de hele uitgave van zondag 31 mei 1903

De Heraut | 4 Pagina's