Uit de Pers.
In Timotheus gaf H. K. de volgende aangrijpende beschrijving van het sterfbed van Calvijn:
In 1556, acht jaren vóór zijn dood, begint de ziekte, die zijn lichaam zal sloopen, zich met kracht te openbaren. Maar Calvijn wijkt niet van zijn post. Zijn krachten minderen, maar zijn arbeid niet. In 1558 wordt hij zoo ernstig krank, dat hij niet meer geregeld kan preeken, maar hij blijft schrijven, en zijn armen en kranken bezoekt hij, zoolang hij kan. Toen kwam het laatste jaar 1564. Den 6den Februari hield hij zijn laatste preek, een bloedspuwing belette hem voort te gaan, hij daalde den kansel af om dien nooit meer te betreden. Tot den laatsten dag van Maart liet hij zich nog in de kerk dragen om eenige woorden tot de gemeente te spreken.
Zijn lijden nam toe, zijn lichaam versmolt, maar zijn geest bleef helder en werkzaam. Nooit kwam een klacht over zijn lippen, zijn belangstelling in alles wat de zaak der kerken betrof verflauwde niet. De laatste maanden zijns levens waren een gedurig sterven, een aaneenschaking van krankheden en smarten.
«Niettegenstaande dit alles", verhaalt ons Beza, zijn vriend en levensbeschrijver, «hield hij niet op met werken. Want in die laatste ziekte heeft
hij zijne Harmonie over Mozes geheel uit het Latijn 'm het Fransch vertaald, de vertaling van Genesis herzien, over het boek Jozua geschreven, en ten slotte de meeste der Fransche aanteeke ningen op het Nieuwe Testament, die anderen vroeger hadden verzameld, herzien en verbeterd Behalve dat heeft hij zich nooit aan de aan ge legenheden der kerken onttrokken, zoowel monde lijk als schriftelijk antwoordende, als het noodig was: ofschoon wij van onzen kant hem vermaanden, om toch meer zichzelven in acht te nemen. Maar zijn gewoon antwoord was, dat hij zoo goed als niets deed; dat wij het gelaten moesten dulden, dat God hem altijd wakende en, zoo goed hij het vermocht, met zijn werk bezig vond tot aan den laatsten ademtocht".
Den 2den April werd hij, niettegenstaande zijn groote zwakte, op zijn wensch nog eenmaal naar de kerk gedragen, om er met zijne geliefde gemeente voor het laatst het Heilig Avondmaal te vieren. Uit Beza's handen ontving hij de teekenen van het lichaam en bloed van Christus. De gemeente hief aan: «Heer, nu laat Gij uw dienstknecht gaan in vrede." Calvijn zong mede met bevende stem, maar met »zulk een uitdukking, dat de heilige vreugde in het gelaat van den stervende niet verborgen bleef.' Zijn laatste werk was de verklaring van het boek Jozua die hij stervend voleindde, en met reeds half gebroken stem dicteerde. Bij het 23e hoofdstuk, de afscheids rede van Jozua aan het volk van Israël, legde hij voor immer zijn pen neder.
Toen hij nu zelf duidelijk zijn einde voelde naderen, uitte hij den wensch afscheid te nemen van allen, met wie hij in zijn leven had samengewerkt. Van den raad der stad, van de leeraren, van zijn vrienden. In de eenvoudige woning in de Rue des Chanoines zijn de mannen vergaderd, voor wie Calvijn een vaderlijk vriend en raadsman is geweest. De grijze Farel, bijna tachtig jaren oud, die den geheelen weg van Neufchatel had afgelegd om zijn stervenden vriend te bezoeken, zit naast het bed aan Calvijns rechterhand. Viret staat achter het bed, biddend met ten hemel geslagen oogen, terwijl Calvijns boezemvriend, Beza, den stervende ondersteunt. Gemakkelijk herkent men in de groep de vier burgemeesters (Syndics) in hun ambtsgewaad en met hun staven, de teekenen hunner waardigheid. Achter hen de leeraars der kerk en de leden van den senaat, alle in de schiWeracht'ge én kloeke kleeding van hun tijd. De Bijbel, het tafelkleed, de leunstoel en bet portret van John Knox zijn getrouwelijk nageschilderd uit het museum te Geneve, waar zij nog bewaard worden.
Calvijn gaat de wereld verlaten, zijn taak op aarde is afgedaan. En welk een arbeid laat hij achter! Een levende arbeid, die sterker zal blijken dan de eeuwen, die volkeren zal doen rijzen en dalen, en die de geschiedenis zal omzetten in haren loop. 1 Door Calvijns geest bezield, heeft het Protestantisme zich de heerschappij in Zwitserland Nederland, Schotland, Engeland en de Noord-Amerikaansche Staten verzekerd, ontstonden in Zuid-Frankrijk 2000 Protestantsche gemeenten en schoot de Protestantfche leer wortel in Spanje, Italië en Oostenrijk, in de onmiddellijke nabijheid van haar hevigste vijanden, van paus en keizer!'
Doch de man, door God te bekwamer tijd verwekt, om van dezen reuzenbouw de machtige f n-damenten te leggen, zal nu het moede hoofd neder leggen ter eeuwige ruste. Nog eenmaal zal hij getuigen en vermanen. De overheid wijst hij op haar dure roeping. Zij moest niet versagen in deze benarde tijden; God had gered. God zou voortgaan met redden, mits zij getrouw bleef.
»Zoo gij deze republiek in veiligheid bewaren wilt, zie, dat de heilige zetel der macht, waarin God u geplaatst heeft, niet door zonde bevlekt worde; want, die Hem eer en, zal Hij eereji: maar die Hem versmaden zullen licht geacht worden ... ik vermaan de ouderen, de jongeren niet te verachten, en ik vermaan de jongeren zich met bescheidenheid 'e gedragen, en zich voor hoogmoed te hoeden Weersta alle slechte bedoeling en zelfzucht: zie op Hem, die u op uw eerepost ge plaatst heeft, en zoek de leiding des Heiligen Geestes."
Tot de leeraren sprak hij o. a.: »Zijt standvastig, mijne broederen, in het werk, dat gij op u genomen hebt, en laat uwe harten niet versagen — Verre zij van u alle onderlinge twisting: omhelst elkander in wederkeerige liefde.... Ik beken, dat ik met u, broeders, in de hechtste banden van ware en op echte liefde geleefd heb, en ik neem afscheid van u met dezelfde gevoelens. Als gij mij ooit hard of onaangenaam hebt be vonden in mijn beproevingen, zoo roep ik uw vergiffenis in. Vaartwei."
Calvijn beval hen ten slotte in een vurig gebed aan Gode en zijne bescherming aan, en »daarna, ' zegt Beza, »hun in het algemeen en in het bijzonder verzocht hebbende, om hem al zijne gebreken te vergeven, stak hij hun de hand toe. Ik weet niet, of er een droeviger schouwspel had kunnen te beurt vallen aan die overheidspersonen, die hem allen, en met recht, wat zijne bediening aangaat, als hun eigen vader beschouwden, daar hij eenigen van hen van hun jeugd af had gekend en opgeleid."
))En het overige zijner dagen, " verhaalt dezelfde geschiedschrijver, «bracht Calvijn door in bijna aanhoudend gebed: zijn stem gedurig gebroken door de moeilijkheid van zijn ademhaling, maar zijn oogen (die tot het laatste oogenblik toe hun glans behielden) ten hemel geslagen, en de uitdrukking van zijn gelaat bewees de vurigheid van zijn gebed." In de grootste smarten hoorde men hem Davids woorden uit Psalm 39 aanhalen: »Ik heb gezwegen. Pleere, omdat Gij het hebt gedaan, " of Jesaja s woorden : ))Ik zuchtte als een duive, ' of ))Hoe lange, Heere'.
Tot aan den avond van den 27en Mei de afge smeekte verlossing kwam. Het was ongeveer acht uur en de zon ging onder. Plotseling kwam de verandering. Beza, die hem juist' even verlaten had, werd haastig geroepen Toen hij aan de stervenssponde trad, had Calvijn reeds den laatsten adem uitgeblazen.
In zijn testament had Calvijn uitdrukkelijk ver klaard, dat hij wenschte, dat zijn begrafenis op ))de gebruikelijke wijze" zou plaats hebben. De ^bruikelijke wijze van begraven» te Geneve was toen en is nog, dat geen gedenkteeken het graf zal aanwijzen Eenvoudig als zijn leven, zoo een voudig was ook de begrafenis van dezen grooten doode. Zijn lijk werd in een wit kleed gewikkeld en in een eenvoudige houten kist ter neder gelegd, en toen op Zondag 21 Mei, des namiddags, zonder eenig vertoon weggedragen naar het kerkhof Plainpalais, waar zijn stoffelijk overschot aan de aarde werd toevertrouwd Niemand weet met zeker heid te zeggen, waar de groote Hervormer rust.
En zoo moest hët zijn, voor wie iets verstaat van het geestelijke beginsel, dat Calvijn door leer en leven gepredikt had Tegen Rome's boeleeren met het zichtbare en zinnelijke had hij zijn ban bliksems geslingerd, in armoede en kommer had hij zijn leven doorgebracht, in een zwak en uitgeteerd lichaam had zijn machtige geest gewoond. Geen grafteeken, geen eerezuil, geen standbeeld voor Calvijn. De materie opgeroepen om de ge dachtenis levendig te houden aan Calvijn, den vader van den meest geestelijken vorm, waarin de Hervorming zich vertoonde" (Rijsens.) — het zou bijna een contradictio i7i terminis zijn. Hij was vorst in het Koninkrijk, dat niet van deze wereld is, hij leefde in en voor en uit de dingen, die niet gezien worden en eeuwig zijn. Het standbeeld voor Calvijn, dat is de gestalte, die hij in de geschiedenis der menschheid heeft uitgebeeld, een gees telijk beeld, dat heerscht op den ongezienen, diepen achtergrond des levens, waar beginselen zich vormen, die machiger zijn dan koningstronen en legerbenden. u e d l b l h v z L v e d d g g
Drie eeuwen en een halve zijn verloopen sinds het oogenblik, dat de schilder ons heeft afgebeeld. Geslachten zijn gekomen en gegaan, het beginsel der Reformatie heeft na bangen strijd in Europa gezegevierd, en het heeft God beliefd ook ons ge boren te doen wofden in die gezuiverde atmosfeer, waar hij aangebeden wordt in «geest en in waar heid". d z n
Vergeten wij niet den strijd en het lijden van de mannen, die in Gods kracht het werk der Reformatie hebben tot s and gebracht. Dat God zulke mannen zoo deed leven, toont welk een ern stig, welk een grootsch werk het is. En nu is het toevertrouwd aati onze tijden en.... mede aan onze handen Zij ons gebed tot God, dat ook wij. kleinmoedigen en versaagden van hart, in ons leven iets meer leeren verstaan van die diepe gedachte, dat de eerste drie beden van het Onze Vader zijn: Uw naam worde geheiligd, Uw koninkrijk kome, Uw wil geschiede.
Ook van Calvijn geldt, dat hij met zijn dood God verheerlijkt heeft.
En daarom is het goed, dat zijn sterfbed ook tot ons geslacht prediken blijft.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 5 juli 1903
De Heraut | 4 Pagina's