Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Buiteuland.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Buiteuland.

6 minuten leestijd

Engeland. Lord Salisbury.

Hoe gansch anders oordeelen de Christelijke bladen over den grooten staatsman bij diens geopende groeve, als over Gladstone. Wel moet ook door deze erkend welke groote verdiensten hij gehad heeft, toen Engeland met de Vereenigde Staten, naar aanleiding van Venezuelaansche zaken, met Portugal over Oost-Afrika, met Frankrijk over de bezetting van Fashoda, dreigde in conflict te komen, doch de naam van een Christelijk staatsman, namelijk van een staatsman die zijn politiek door de eeuwige beginselen van Go Is Woord beheerschen liet, wordt hem onthouden.

Opmerkelijk is het, dat TAe Christian erkent, dat ongetwijfeld de oorlog met de Boeren zoo op de schouders van den gewezen eersten minister van Engeland drukte, dat de nood sa kelijkheid om zich uit het publieke leven terug te trekken, daardoor werd verhaast. Hem stond, evenals aan koningin Victoria, de vreeselij kheid van den toestand steeds voor oogen, en de verantwoordelijkheid die door deze zaak op hem rustte, was een last onder welke zijn kracht bezweek. Dus zou volgens The Christian de groote, staatsman, evenals koningin Victoria, onder de slachtoffers van den oorlog te rekenen zijn.

Toch was lord Salisbury geen onchristelijk man in zijn optreden als geleerde en in zijn huiselijk leven. Wij hebben indertijd in dit blad er op gewezen, hoe hij de evolutietheorie in een wetenschappelijk betoog bestreden heeft. Als hij op wetenschappelijk terrein sprak, gevoelde ieder dat een meester aan het woord was.

De hulpprediker van den bisschop van Halfield heeft in zijn lijkrede op den ontslapen staatsman gewezen als op een Christen, die ook in zijn kasteel te Hatfield de ordinantiën des Heeren handhaafde. Hij had daarin eene kleine kapel, waarin eiken dag door den hulpprediker eene godsdienstoefening gehouden werd. Nooit ontbrak lord Salisbury daarbij, hoezeer hij ook overstelpt was met zorg en met werk. Ook liet hij zijn plaats in het huis des gebeds nooit ledig staan.

Maar dit neemt niet weg, dat de overledene zoo goed als onverschillig stond tegenover al de pogingen die in Engeland gedaan worden, om matigheid voor te staan en het misbruik van sterken drank — dat in Engeland ook in de hoogere standen, zelfs onder de dames, schromelijk is — zochten tegen te gaan. Ook wordt hem volgens ons terecht verweten — het is opmerkelijk, dat dit verwijt komt van Engelsche zijde —dat hij in zijn buitenlandsche politiek de menschelijkheid voor de Engelsche belangen, en de rechtvaardigheid voor partij belangen deed wijken.

Op kerkelijk gebied was hij een volger van de hoogkerkelijke partij, terwijl hij een schoolwet wist door te drijven, die den hoogkerkelijken nog meer invloed op het volksleven dan tot dusver het geval was, verzekerde; welke wet, gelijk wij uit de bladen kunnen zien, op zooveel verzet stuit.

N.-Amerika. De Presbyteriaansche Kerk van Canada.

De Presbyteriaansche kerk in Canada telt ongeveer een 250, 000 leden die tot het Heilig Avondmaal zijn toegelaten. Zij is gevormd door vereeniging of samensmelting van verschillende kerkengroepen. Het Schotsche element, dat over het algemeen zeer degelijk is, heeft daarin den boventoon. Dit komt o. a. daarin uit, dat zij vasthoudt aan het uitsluitend gebruik van den Psalmbundel bij de samenkomsten der gemeenten. Deze kerk heeft verbazend veel gedaan aan uitwendige zending. Ov'eral waar Engelsch sprekende landverhuizers zich hebben nedergezet in het groote Westen van Canada, heeft deze kerk een kerkgebouw opgericht met een school er naast. Die arbeid in het Westen heeft de kerken in het Oosten doen opbloe'en, en versterkt naar den regel van Gods Woord, dat de zegenende ziel zal vet gemaakt worden, zoodat de Presbyteriaansche kerk van Canada metterdaad stof tot dank heeft, van wege de welvaart die haar geschonken werd. Dit blijkt uit het volgende.

Het is bekend, dat sommige Engelsche en Amerikaansche kerken bij de wisseling der eeuw besloten een groot fonds saam te brengen om daarmede verschillende christelijke doeleinden te bevorderen, als het bevrijden der kerken van schtdd, het drijven van uit-en inwendige zending, enz. Zoo besloot ook de Presbyteriaansche kerk van Canada een „century endowment" van één millioen dollars, bijeen te brengen. Een kolossale som twee en half millioen ! Doch de kerken brachten niet minder, maar méér dan waartoe men het plan had opgevat, samen, zoodat nu reeds vier millioen guldens ontvangen is.

Deze kerk brengt ook in toepassing dat de arbeider zijn loon waard is, want elk predikant ontvangt minstens een tractement van 730 dollars of /1875 en vrije woning. Zij die veertig jaar gediend hebben, krijgen een pensioen van / 1000, dat spoedig op / 1250 zal gebracht worden. Nu zullen deze tractementen en pensioenen wel uit een algemeen fonds worden betaald, waaraan alle kerken bijdragen, hetgeen wij niet overeenkomstig de Gereformeerde beginselen achten. Maar dit neemt niet weg, dat wij de ofiervaardigheid kunnen bewonderen^ waardoor de Presbyterianen in Canada hetzelfde minimum tractement aan hunne leeraars kunnen geven, dat in Schotland aan de predikanten uitbetaald wordt, namelijk in de vrije kerk. In de Presbyteriaansche kerk van Engeland is dit "minimum nóg hooger. Sinds het jaar 1876 ontvangt daar elk predikant elk jaar een tractement van / 2400.

President Wm. Dewitt Hyde van Bowdoin College vroeg onlangs eenige coUege-studenten, 60 in getal en voor het meerendeel behoorende tot de hoogste klassen, om bun persoonlijke geloofsbelijdenis neer te schrijven met bijvoeging van de redenen waarom zij aldus geloofden. Pres. Hyde herleidde deze 60 geloofsbelijdenissen tot een, waarin hij opnam wat ieder student als waar erkend had. Daarop deelde hij exemplaren uit van deze samengestelde belijdenis en verzocht de klas haar te bespreken. Nadat men twee uur bezig was geweest met wijzigen en amendeeren, werd ten slotte met eenparige stem het volgende als de belijdenis van de klas van 1903 aangenomen:

„Ik geloof in één God, tegenwoordig in de natuur als wet, in de wetenschap als waarheid, in de kunst als schoonheid, in de geschiedenis als rechtvaardigheid, in het maatschappelijk leven als sympathie, in het geweten als plichtsgevoel, en bovenal in Christus als ons hoogste ideaal.

„Ik geloof in den Bijbel als de uitdrukking

van Gods wil door menschen; in het gebed als de toewijding van 's menschen wil aan God; en in de kerk als de gemeenschap van hen, die trachten Gods wil in de wereld te doen.

„Ik geloof dat God te dienen de hoogste inspiratie is tot arbeid; dat opofferingen de prijs zijn, dien wij betalen moeten ora het verkeerde te herstellen "

Het is niet noodig meer af te schrijven. Uit bovenstaande blijkt duidelijk de geest, die zich in deze zoogenoemde belijdenis uitspreekt. Geen sprake van ellende, verlossing en dankbaarheid; van zonde en genade; van dood en leven. Wat van God gezegd wordt, raag niet anders als in pantheïstischen zin worden opgevat. Van de ker^, waarin blijkbaar Christus de plaats als Hoofd en Middelaar wordt ontzegd, blijft slechts over eene vergadering van menschen, die trachten Gods wil te doen. En nu wordt wel gezegd, dat de Bijbel de uitdrukking is van Gods wil, doch het is zeer de vraag of deze jongelieden onder den Bijbel al de Canonieke boeken des Ouden en Nieuuwen Verbonds verstaan.

Terecht merkt De Wachter, dit alles mede deelende, op, dat het niet aangaat de studee rende jongelingschap toe te vertrouwen aan inrichtingen, waarvoor de opperste wijsheid óf in het geheel geen of slechts in naam een plaats is. Het is daarom zaak voor onze Gereformeerde broeders, een college op Gereformeerden grondslag te stichten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 6 september 1903

De Heraut | 2 Pagina's

Buiteuland.

Bekijk de hele uitgave van zondag 6 september 1903

De Heraut | 2 Pagina's