GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

Afglijden.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Afglijden.

6 minuten leestijd

Niet zonder bezorgdheid kan het worden aangezien, dat in Roomsche kringen de invloed van de Schriftcritiek steeds meer veld wint.

Het anti-christelijke karakter dezer nieuwere Schriftcritiek treedt steeds duidelijker aan het licht. Eerst tastte deze critiek alleen de geloofwaardigheid van den historischen inhoud der Schrift aan, maar ze liet de Goddelijke openbaring, het hoog religieusethische standpunt van Israel's religie met rust. Thans is ook deze laatste slagboom gevallen, en de drieste poging van Delitzsch en Winckler, om op grond van de Babylonische vondsten Israel's religie als een „Abklatsch" van Babel's wereldbeschouwing ons voor te stellen, heeft de kroon op het werk gezet. Het houweel van de schriftcritiek heeft het binnenste heiligdom der Schrift aangetast, en Jehova, Israel's God, tot een afgod verlaagd, die hoe eer hoe beter heeft plaats te maken voor den nieuwen god, dien een naturalistische wereldbeschouwing ons nog zal veroorloven a's deus otiosus te aanbidden.

Het ernstig protest dat De Heraut van meet af tegen deze schriftcritiek liet uitgaan, is dparmede volkomen gerechtvaardigd. Di ethische theologie, die ook hier in bemiddelen haar kracht zocht, de inspiratie der Schrift prijs gaf, om in de Goddelijke openbaring aan Israël haar kracht te zoeken, moge thans moord en brand roepen, nu deze zelfde critiek ook dit Goddelijk karakter van Israel's religie aantast en vernietigen wil. Wie het fundament prijs geeft, heeft het aan zich zelf te wijten, wanneer heel het huis ineen stort, en men tenslotte niets dan een waardeloozen puinhoop overhoudt.

Dubbel gevaarlijk is het daarom, wanneer deze moderne critiek ook in de Roomsche kerk met zekere gretigheid ontvangen wordt. Bevreemdend is dit niet. Astruc, de Parijsche doctor, die de vader der moderne schriftcritiek wordt genoemd, was goed Roomsch. Vooral de Jezuïeten zijn met name op het punt der Schriftinspiratie

we 1 eens zeer laks geweest. Het machtigste wapen in de handen der Protestanten, was steeds de Schrift, het: „Daar staat geschreven!" Door aan die vastheid der Schrift te tornen, kon aan het Protestantisme een slag worden toegebracht en tegelijk nog klaarder en duidelijker blijken, hoe niet de autoriteit van, Gods Woord, maar alleen de autoriteit der Kerk, vastheid gdf aan het i geloof.

Natuurlijk wil dit niet zeggen, dat de Roomsche kerk, als zoodanig, ooit de autoriteit der Schrift heeft prijs gegeven. In haar symbolen belijdt de Roomsche kerk die autoriteit even beslist als wij. Zelfs mag met dankbaarheid vermeld, dat de voorgaande paus aangaande de Schriftinspiratie zich zeer beslist heeft uitgelaten, en, door de instelling van de bijbel-commissie, gepoogd heeft paal en perk te stellen aan de gevaren der nieuwe critiek. En evenzoo dient erkend, dat er onder de Roomsche theologen mannen zijn, die met heiligen ijver, met groote beslistheid en met een kennis van zaken, die bewondering afdwingt, tegen deze critiek in hef veld zijn getreden. Het pas verschenen werk van Dornstetter over Abraham zou menig Gereformeerde jaloersch kunnen maken.

Maar daartegenover staat het kwalijk te verbloemen feit, dat de Roomsche kerk, zoolang het dogma der kerk maar niet rechtstreeks weersproken wordt, een groote vrijheid van beweging aan haar theologen toestaat. Met name geldt dat van de inspiratie der Schrift. Het zou vermakelijk zijn, indien het niet zoo diep droevig was, om te i zien, hoe Roomsche theologen zich beijveren, om hun prijsgeven van den inhoud der Schrift, in overeenstemming te brengen met het dogma der kerk. Met name geldt dit van de zoogenaamde „Ecole large" m P> ankrijk, die in pater Lagrange haar tolk en in de Revue Biblique haar orgaan vindt. Evenals de Jezuïten in hun moraal letterlijk tot het laagste peil afdaalden, ten einde den „wereldling" het behooren tot de Roomsche kerk te gemakkelijker te maken, zoo geldt van deze school hetzelfde ten opzichte van de nieuwere critiek. Met de fijne distinctie, dat alleen wat de Schrift bedoelt ons als waarheid te leeren. Goddelijk gezag heeft, maar dat de critiek heeft te oordeelen over de vraag, wat historische inkleeding, mythe en fabel is, en wat in die historische inkleeding als Goddelijke waarheid ligt opgesloten, wordt de deur wagenwijd opengezet, om de zoogenaamde resultaten der nieuwere critiek met het dogma der kerk te verzoenen.

Nu zouden we niet zoo sterk de aandacht hierop vestigen, wanneer niet een Roomsch geestelijke, die achter den naam Pater Coelestinus schuil gaat, in een pas verschenen werk, getiteld: Het aardsche\ Paradijs, Hoe het was en waar het lag, poogde in populairen vorm deze denkbeelden ook bij onze Roomsche landgenooten te doen ingang vinden. In een schijnbaar dood-onschuldig tractaat over de vraag waar het Paradijs lag, wordt hier aan het volk geleerd, dat al wat de Schrift in Gen. 2 en 3 ons meedeelt, niets anders is dan een mythe. Het Paradijs zelf heeft nooit bestaan; de boom des levens en de boom der kennisse des goeds en des kwaads zijn eenvoudig symbolen; het eten van de verboden vrucht is inkleeding om te zeggen, dat de mensch viel; de slang is symbool voor den Satan; dat Eva uit Adam geschapen is, beteekent de hoogere eenheid van het huwelijksleven; m. a. w. al wat de Schrift ons als historisch gebeurd meedeelt, en wat daarom door heel de Christelijke kerk steeds als waarheid is geloofd, wordt hier voor onwaarheid verklaard. Want het baat niet om te zeggen, dat men toch deze verhalen als waar aanneemt, maar dan in geestelijken zin, als meedeeling van Adam's gelukkigen staat in den aanvang, den daarop gevolgden val door invloed van den Booze enz. Wie op deze wijze eenmaal de historie vergeestelijken gaat, kan evengoed verklaren, dat de verhalen van Israel's verlossing uit Egypte en de wetgeving op Sinai, de wonderen door Christus gedaan en zijn opstanding uit de dooden, alleen als symbolen zijn op te vatten van een diepere geestelijke waarheid. M. a. w. men komt zoodoende geheel op de lijn der moderne theologie.

Dat het werkje van Pater Coelestinus met kerkelijke goedkeuring uitgegeven v/erd, maakt de zaak te ernstiger. Tot dusverre hebben de Roomsche theologen in ons land met kracht tegen de moderne Schriftcritiek zich verzet. En het is een droef teeken, wanneer thans de Fransch luchthartige geest, die 'va, de Ecole large aan het woord is, ook in de zooveel ernstiger Roomsche kerk in Nederland veld zou winnen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 27 september 1903

De Heraut | 4 Pagina's

Afglijden.

Bekijk de hele uitgave van zondag 27 september 1903

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken