Vu cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Vu te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Vu.

Bekijk het origineel

De Vijftiende Centrale Viaconale Conferentie

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De Vijftiende Centrale Viaconale Conferentie

8 minuten leestijd

De Voorzitter merkt op, dat het leeren geven niet in de eerste plaats de roeping der diakenen is, maar van den dienst des Woords door mid del van de prediking. Wel mogen de diakenen bij de meergegoeden vragen en hun op hunne roeping wijzen, doch het leeren geven ligt niet op hun weg. Verder betreurt hij het, dat waar wij in onze Conferentiën al zoo lang gesproken en gevraagd hebben, het resultaat zoo treurig is. Hoe menigmaal is reeds bij meerdere ver gaderingen aangeklopt, doch zonder eenig gevolg. Waar blijft het Rapport van Deputaten benoemd voor de opstelling van eene verhandeling in zake den dienst van het Diakenschap, Waar zijn de mannen, die ons helpen, het Diaconaat vooruit te brengen? Worden onze diakenen een weinig wakker, dan vsrordt de vinger dreigend opgeheven en hun toegevoegd, dat hunne conferenties nooit de plaats mogen innemen van de meerdere kerkelijke vergaderingen; dat zij geen bindende besluiten moeten nemen en steeds het karakter moeten dragen van een broederlijke bespreking.

Zijn wij dus niet verplicht om zelfde handen aan den ploeg te slaan en openlijk te verklaren, dat het ons te machtig is om met een 17 eeuw sche wetgeving aan onze roeping tegenover armen en ellendigen van de 20e eeuw te beantwoorden ?

Dr. Blanken, hierop het woord nemende, kan niet nalaten zijne verwondering en teleurstelling uit te spreken over de houding van een deel der broeders. Had hij dit vooruit kunnen denken, dan zou hij op de vraag, wat wij ten opzichte van on-en minvermogende teringlijders kunnen doen, geantwoord hebben: „ga naar den

Doch of wij daarmede aan onze roeping beantwoorden, zou een andere vraag zijn. Herin nerende aan de schoone rede van Dr. Kuyper, bij gelegenheid van de opening van het Gro ninger Ziekenhuis uitgesproken, wijst spreker op de barmhartighe'd te bewijzen aankranken. op de roeping van de Kerk van Christus voor zulk eene stichting, op het werk, dat ook deze Commissie heeft verricht in 't belang onzer Di aconiën, en vraagt of het nu aangaat zich tegen d't alles te verzetten en aldus den arbeid der Commissie van onwaarde te maken. Spreker kan dit niet gelooven, en bepleit met warmte het nu', de noodzakelijkheid, de mogelijkheid en de resultaten der Sanatoria's.

Moeten wij wachten tot de plaatselijke Diaconiën in eigen kring tot volmaking zijn gekomen, laat ons dan dezelfde lijn vasthoudende, ook de Zending onder Mohamedaan en Hei len, Jood en Naamchristen loslaten, want met de prediking des Woords in eigen Kerk zijn wij ook nog niet waar wij zijn moeten. Maar dan betreurt spreker zijn werk, tijd en moeite aan dezen arbeid besteed, die dan als verloren moet geacht worden.

Br. Sluyter vraagt, waar men aandringt op plaatselijken arbeid, of men de arme teringlijders overeenkomstig de eischen der tegenwoordige medische wetenschap dan ook plaatselijk wil en kan behandelen?

Ds. Teerink kan met het gevoelen der Commissie nog niet medegaan en spreekt de onzes inziens vreemde gedachte uit, dat zal zulk eene stichting werkelijk een Diaconale zijn, om de diakenen dan tevens doktoren moeten zijn. Z. Eerw. meent, dat de begeerte naar zulk eene stichting voortvloeit uit de zucht om iets te doen, spreekt verder over diaconia = dienen, helpen, tot hulpe, over het bedienen der tafelen, en over het ontwikkelen ran het Diaconaat in de rechte lijn, wat allen toch willen; doch blijft in gebreke om die ontwikkeling in rechte lijn aan te wijzen. Ten slotte spreekt de geachte adviseur zijn leedwezen uit, dat hij zich tegen over de Commissie moet stellen. Hij acht haar arbeid hoog en is er dankbaar voor. Doch nu wij zoover zijn, dat de meeningen verschillen, dat de Ver. voor Geref. Ziekenverz. de koe bij de horens pakt, adviseerd Z. Eerw. een afwach tende houding aan te nemen, om te zien of wij een volgend jaar verder komen, kunnen door dan b.v. te trachten in contract met genoemde Ver. te komen.

Br. Blankenberg bestrijdt de meening, alsof de Ver. v. Ger. Ziekenverz. concurrentie zouden aandoen. Dit is onwaar. Niet zij, maar wij zijn het eerst over de zaak begonnen, en bovendien is een tweede Sanatorium niet overbodig. Ook bestrijdt hij de gedachte, dat bij de diakenen geen gaven zijn. Welzeker, bij hen is roeping en van den barmhartigen Hoogepriester dalen alle gaven af, zoo wijsheid als beleid. Dr. Blanken blijft de oprichting van een eigen stichting noodzakelijk achten.

Br. Spier is er tegen, dat men telkens met voorstellen komt om het debat te sluiten. Wenschelijk acht hij het, dat men in beginsel uitmake, of deze arbeid behoort tot de Kerk als organisme, of als instituut. Door de redeneering van Ds. Teerink is hij nog niet overtuigd. De Commissie heeft advies ingewonnen bij de Prof. Rutgers en Biesterveld en bovendien eene samenkomst van 2 uren met Prof Rutgers gehad. Hoewel deze adviezen niet geheel met de gedachten der Commissie overeen stemden, toch meende zij met dit Rapport te moeten komen.

Op de vraag, hoeveel teringlijders onder ons voor plaatsing in aanmerking zouden koinen en wie opgenomen moeten worden, antwoordt Dr. Blanken, dat volgens Prof. Rutgers wel meer dan 1000 lijders hiervoor in aanmerking komen en dat alleen zij moeten opgenomen worden, van wie verwacht kan v/orden, dat zij na eene behandeling van ongeveer drie maanden weer in de maatschappij kunnen optreden. Om verschillende redenen is geen bepaald cijfer op te geven.

Bij verdere bespreking blijkt, dat de broeders niet eenstemmig zijn. De een verklaart zich voor, een ander er tegen.

Br. Blankenberg, die dit punt het belangrijkste van de agenda acht, stelt voor de conclusiën van het Rapport in bespreking te brengen.

De Voorzitter verklaart zich hier tegen, daar hij bij het tegenwoordige verschil niet gaarne de conclusiën verworpen zou zien.

Ds. Jonker wenscht de adviezen der beide Hoogleeraren te laten drukken en rond te zenden.

Verschillende voorstellen om deze zaak voor ditmaal te beëmdigen, komen ter tafel. Een motie van br. Wind wordt niet gesteund en komt derhalve niet in behandeling. Beter ging het met een voorstel van Ds. Jonker en een van br. de Lange. Dat van Ds. Jonker wordt na eenige wijziging eenparig aangenomen. Het luidt: De Centrale Diaconale Conferentie, vergaderd te Amersfoort den 22 September 1003 dankbaar erkennend het werk der Commissie, vraagt openbaarmaking van haar rapport — zal daarnaast vragen het advi's der Theologische Professoren, der Geref. Kei ken in ons land — dat den Diaconiën ter bespreking vroegtijdig op te zenden, om op een volgende Conferentie de zaak nader te bespreken."

Tevens wordt besloten, dat de Commissie de fiananciëele zijde der zaak (voorstel 'Ie Lange) zal behartigen. De Commissie verklaart zich bereid deze hernieuwde opdracht te aanvaarden, nadat vooraf een motie van vertrouwen was aangenomen.

Nog werd een schrijven gelezen van een lid der Geref. Kerken inzake aanbieding van grond voor een Sanatorium. Dit wordt voorloopig voor kennisgeving aangenomen en in handen der Commissie gesteld.

Punt VII: Onderlitige saamwerkiog.

In behandeling kwam nu het punt ingezon den door de Diaconie van Meppel:

„a. Is de weinige onderlinge samenwerking onzer D.'aconiën niet in strijd met de Schrift, ('.ie Hand. 11 : 29) en voornamelijk met het voorbeeld, dat de Apostel Paulus ons geeft in Rom. 15:29; I Cor. 16:1—4 en 2 Cor. 8:4?

b. Werkt dit gemis aan onderlinge samenbinding niet mede, dat — ten nadeele van het Kerkelijk leven — het werk der barmhartigheid, buiten elk Kerkelijk verband, veelal bloeit?

c. Zoo ja, hoe is daarin verbetering te brengen? Br. V. d. Bosch (Meppel) leidt deze punten met een enkel woord in.

Ds Teerink wijst op de hulpbehoevende Kerken, die circulaire op circulaire zenden en al heeft men het dan zelf niet breed, toch helpt men. „Draagt elkanders lasten" wijst er wel terdege op, dat wij elkander onderling moeten helpen. Het vormen van classikale en provinciale kass'»n wordt aangeraden. Heeft men echter bij zonderen nood, laat men dan gebruik maken van circulaires. Br. Van Meyenfeldt acht, dat wij den kerkelijken weg moeten be wandelen en moeten gaan langs kerkeraad, classe en provincie. Andere broeders achten dit niet noodig. Algemeen is de conferentie van oor deel, dat onderlinge samenwerking onzer Diaconiën overeenkomstig de Schrift en meerdere samenwerking zeer gewenscht is. Vooral punt b. wordt breedvoerig besproken en met nadruk er op gewezen, dat wij allereerst te zorgen heb­ ben het heft in handen te houden, wat de armen der Gemeente betreft.

Ds. Teerink spreekt nog over allerlei particuliere ongewenschte barmhartigheid, die niet de eere van Christus Kerk bedoelt. Ten opzichte van punt c. werd gezegd, dat wij zooveel mogelijk alles voor eigen armer moeten doen.

Het late uur riep tot spoed. Dit was bij de bespreking der laatste punten duidelijk te merken en daardoor kwam ook dit punt niet tot zijn recht. Er zou nog heel wat over gezegd kunnen worden, waarom een nadere bespreking in het correspondentieblad niet ongewenscht ïou zijn.

( Wordt vervolgd.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 4 oktober 1903

De Heraut | 4 Pagina's

De Vijftiende Centrale Viaconale Conferentie

Bekijk de hele uitgave van zondag 4 oktober 1903

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken