Uit de Pers.
In Holland's Kerkblad vestigt Ds. Winckel nogmaals de aandacht op de treurige diaconale toestanden in Amsterdam.
Bij de Reformatie van 86 kon een groote menigte menschen hen niet volgen die haar ter hand namen. Zij zagen niets of heel weinig van de breuk der dochter Zions en hielden eenige oude gebouwen voor de Kerk der Vaderen die men niet mocht verlaten. Zij wisten riiet, dat het noodig was den Reglementenbundel van het Ned. Herv. Kerkge nootschap te laten varen en de Dordsche kerkenordening weer kracht en geldigheid te verleenen, om het koningschap van Christus over zijn duurgekochte kerk weer eenigszins tot zijn recht te laten komen. De groote menigte had daarvoor geen oog ; de kerken waren ook zoo jammerlijk verachterd zoodat de groote menigte die tot haar behoorde geen kennis genoeg bezat om te kunnen waardeeren, dat er mannen onder de leeraren opstonden, die met prijsgeving van veel uitwendig voordeel de kerken voorgingen in het buigen voor Gods Woord. Maar daarom gevoelen zij, die als voorgangers dezen stap deden, zich niet los van het volk dat achterbleef Zij hadden het zoo gaarne medegenomen; maar met geweld dwingen, konden ze niet en al hadden ze d t ook vermocht, ze zouden hst niet gewild hebben. Zij blijven den loop der dingen met belangstelling in het Hervormd kerkgenootschap volgen, in de hoop van teekenen te mogen aanschouwen, die duiden op ontwaking en terug keer tot de wegen des Heeren. Voor zooveel in ons vermogen is, blijven wij voor die kringen, die achterbleven, het goede zoeken, wij verheugen er ons in, wanneer in die kringen nog goede dingen gevonden worden, ja wij verblijden ons er in, dat in menige gemeente de doleantie er toe dreef om, zij het ook enkel 'en einde wat hoorders naar het kerkgebouw te lokken, rechtzinnige predikers inplaats van moderne te beroepen; gelijk wij het betreuren, wanneer wij teekenen van inzinking en verach tering opmerken.
In de gemeente Amsterdam is voor zoov.r zij onder Synodale reglementen bleef, weinig van wederopleving van de waarheid, die naar de Godzaligheid is, te bespeuren Er is daarentegen veel, dat aanduidt, dat het in de hoofstad des lands wat de religie betreft, niet vooruitgaat. Ruim de helft der bevolking behoort aldaar tot het Ned. Herv. kerkgenootschap, dus ongeveer een kwart milUoen zielen, en toch wordt er zoo weinig de kerk bezocht, dat de diakenen, trots de rente van groote kapitalen die de vaderen vermaakten, geen raad weten met de tekorten. Volgens de jongste circulaire door diakenen verspreid, heeft de administratie jaarlijks een tekort van honderd duizend gulden! Dit, tekort wordt gedekt doordat er nog groote kapitalen op het Grootboek staan, daarvan wordt telkens afgeschreven; maar dit kan op den duur toch niet aldus blijven voortgaan, want dan is er op het laatst niets meer om af te schrijven. En toch is de taak dier Diakonie niet bovenmate groot, als men de grootte der gemeente in aanmerking neemt. Het aantal «huiszittende" armen dat bedeeld wordt, is 2500, dus juist één op de honderd gemeenteleden. Daarbij is nog voor 500 weejen en 1000 ouden van dagen te zorgen. Voor een gemeente van een kwart mlllioen is het niet veel; maar voor eene keik die slechts voor een tiende deel de godsdienstoefeningen bijwoont en waardoor luttel bij de collecten wordt vergaderd, is het wel een zware last.
Was er nu maar eene beweging in het Ned. Herv. Kerkgenootschap te bespeuren, waardoor men hoop kon koesteren, dat er een ontwaking was of werd voorbereid, waardoor men weer leerde vragen naar de beproefde paden; maar daarvan is niets te bespeuren. Wel bemerkt men verflauwing van grenzen, maar van een ernstigen strijd voor de belijdenis der vade.en is slechts bij enkelen sprake.
In elk geval is de zin voor de Gereformeerde belijdenis bij den president en den scriba van heeren Diakenen der Ned. Herv. Kerk te Amsterdam niet zeer sterk ontwikkeld. Dit blijkt duidelijk uit het versje dat zij aan het slot van hunne vermaning aan de gemeente om milder voor de armen bij te dragen, plaatsten. Dit versje luidt :
Geeft mild, opdat de Heer, die arm | werd, [liefdrijk roeme Wat ge aan zijn broedren deed; de booswicht [zelfs u noeme Met eerbied, en er vrede om uw haardstee [woon. Geeft mild, opdat gij eens genade moogt ver-[werven. En daar een zaalge zij die in het uur van [sterven. Nog voor u bidde, voor Gods troon.
De heeren J. K. Verloop en H. W. A. Paans, die deze circulaire onderteekenden, schijnen geen onderscheid te kennen tusschen de Gereformeerde leer en de Roomsche.
Het is toch puur Roomsch als men leert dat men geven moet »opdat" men seens genade mocht verwerven". Evenzeer Roomsch is de voorstelling, dat men moet geven opdat er in de ure van sterven een szalige' zij »die voor ons bidf'.
Wij vermoeden dat de versregels ontleend zijn aan een van de bedelbrieven die de dichter Tollens in den winter maakte om de menschen tot offervaardigheid aan te sporen. Maar Tollens was Roomsch. Wij Gereformeerden gelooven dat de zondaar niet door de werken der wet, maar alleen door het geloof gerechtvaardigd wordt, en wij belijden dat in den hemel slechts één voorbidder is voor zijn kerk, de Heere Christus, die als de volmaakte hoogepriester gebeden heeft: »Vader, ik wil dat waar Ik ben, ook die zijn, welke Gij Mij gegeven hebt". De Gereformeerde Kerk wil niets van goede werken, die de poort van den hemel openen, weten, evenmin als van de gebeden d^r zaligen in den hemel ten gunste van de stervenden hier op aarde.
Wij voor ons houden het er voor, dat de diakonie der Hervormde kerk van Amsterdam des te meer zal te tobben krijgen met hare financiën, naarmate de gemeente meer afwijkt van de Gereformeerde belijdenis.
Het is wel droef, dat diakenen, die zich Protestantsch en Hervormd noemen, met zulke argumenten den lust tot geven moeten aanwakkeren.
Het „papisme" is voor deze heeren het „zwarte spook". Maar in de, leer der goede werken toonen ze wonderlijke roomsche sympathiën.
Arme hebben! gemeenten die zulke armverzorgers hebben!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 6 december 1903
De Heraut | 4 Pagina's