Buitenland.
N.-Amerika. Moderne schriftcritiek. De b ij zondere school bedreigd.
In dit blad is er op gewezen dat de moderne schriftcritiek ook in de Roomsche kerk is doorgedrongen. Niet, dat de belijdenis van de kerk van Rome veranderd is, neen, in het stuk van de autoriteit van de Heilige Schrift is de Roomsche kerk zoo beslist als wij het maar wenschen kunnen. Doch dit is ook het geval met het Nederlandsch Hervormd kerkgenootschap. Officieel staat dit genootschap op den grondslag der drie formulieren van eenigheid, doch inderdaad zijn er wellicht geen honderd predikanten die deze formulieren werkelijk aanvaarden als accoord voor kerkelijke gemeenschap. In de Roomsche kerk van Frankrijk is het reeds zoover dat zich aldaar een „Ecole large" gevormd heeft, welke in père Lagrange haar leider en in de Revue Biblique haar orgaan vindt. De artikelen, die in dit tijdschrift verschijnen, bewijzen dat er Roomsche geestelijken in Frankrijk gevonden worden, die met de modernen en ethischen in Nederland van ge voelen zijn, dat de critiek van het menschelijk verstand moet uitmaken, wat in de Heilige Schrift mythe en fabel en wat in die inkleeding als Goddelijke waarheid opgesloten is.
Nu doet zich een eigenaardig verschijnsel in N.-Amerika voDr. Dr. Briggs ging tot de Episcopaalsche kerk over, omdat de Presbyteriaansche kerk het niet in hem wilde dulden, dat hij in zijne geschriften het gezag der Heilige Schrift ondermijnde. EenmaaL tot de Episcopaalsche kerk overgegaan, begint dezelfde doctor groote sympathie aan den dag te leggen voor de kerk van Rome. In een artikel, door hem geplaatst in een Amerikaansch Godgeleerd tijdschrift, dat door de hoogeschool van Chicago wordt uitgegeven, spreekt hij zoo zijn bewondering voor Rome's kerk uit, dat Roomsche schrijvers hem al gingen aanmoedigen om tot de Roomsche kerk over te gaan,
In deze dingen verheugen wij ons niet; integendeel. Wij gevoelen in deze dagen, dat de Roomsche kerk een krachtig bondgenoot is tot bestrijding van revolutionaire leeringen en woelingen. Hoe innerlijk sterker deze bondgenoot is, hoe beter; hoe meer hij verzwakt, hoe meer er voor ons reden is tot bezorgdheid.
Het spreekt wel van zelf, dat in de Amerikaansche bladen de ramp in de schouwburg te Chicago, waardoor 600 menschen omkwamen, besproken wordt. De Hope vermeldt, dat een tweetal predikanten, die als toeschouwers in het gebouw aanwezig waren, daarbij zijn orngekomen. Tot hare blijdschap kan de redactie van genoemd blad er aan toevoegen, dat niet een der omgekomenen of gewonden behoorde tot de HoUandsche bevolking. Maar toch wordt er op gewezen, dat het noodig wordt ook in Gereformeerde en HoUandsche kringen te wijzen op het verderfelijke, dat in het bijwonen van komedie-voorstellingen gevonden wordt, afgezien van het lichamelijk gevaar dat men door het bezoeken van schouwburgen loopt.
Wij lezen in de Wachter:
In Chicago heeft het schoolbestuur met superintendent Edwin G. Corley aan het hoofd het besluit gepasseerd, dat voor onderwijzer of onderwijzeres in de publieke scholen alleen in aanmerking kunnen komen personen, die hunne opleiding hebben genoten in de Normaal school van Chicago, in Englewood gevestigd. Van verschillende zijden zijn stemmen van afkeuring en goedkeuring over dit besluit vernomen. Vooral de Roomschen zijn zeer gebelgd over dezen maatregel; aartsbisschop Quigley heeftin zeer krasse woorden zijne afkeuring er over uitgesproken.
De oppositie van Rome is verstaanbaar. Rome heeft haar eigen scholen en norpiaalscholen voor onderwijzers, verder high schools, academies, colleges, seminariën en universiteiten. Zij tracht ook, hoewel zij de publieke school voor hare kinderen onvoldoende keurt, onderwijzers voor deze school te kweeken. Er zijn vooral in de steden veel Roomsche onderwijzeressen. En bepaalt nu de schoolcom, van Chicago, dat niemand onderwijzer kan zijn in de scholem van deze stad, tenzij eigen normaalschool is bezocht, dan moeten ook de Roomschen, die onderwijzer wenschen te worden, van deze inrichting gebruik maken.
De aartsbisschop ziet hierin niet alleen eene miskenning van de inrichtingen waar onderwijzers gekweekt worden, maar ook acht hij de vrijheid van geweten aangetast. En waarlijk niet ten onrechte. De schoolcom, verklaart als met zoovele woorden: de opleiding door andere scholen gegeven, acht ik niet voldoende of betrouwbaar, ik wil mijne eigene onderwijzers opleiden. Dit is niet ver van verwaandheid. Het tweede bezwaar echter is nog van grooter beteekenis. De vrijheid van onderwijs wordt aangetast. Geldt in Europa met hare staatsuniversiteiten en andere inrichtingen van hooger en lager onderwijs een dwang, dat men deze moet bezoeken om positie te verkrijgen — in ons goede land van vrijheid heeft nog steeds de vraag gegolden: niet, waar hebt gij uw kundigheden opgedaan, maar of gij de kundigheden bezit, In Nederland bijv. heeft de Vrije Universiteit van Amsterdam wel het recht iemand den graad te geven van doctor in de medicijnen, doctor in de rechten of doctor in de letteren, maar zoo iemand mag geen recepten uitschrijven, als advocaat optreden of doceeren indien niet een staatsexamen is afgelegd, waaraan het bezoeken van een staatsinrichting, zij het voor korter dan den gewonen tijd, verbonden is. In Amerika bestaat deze dwang niet. Wel is er toezicht van den staat en zijn er staatsexamens voor wie elders studeerde, maar nergens wordt de eisch gesteld, dat men van de staatsinrichtingen gebruik moet maken.
Indien het voorbeeld van Chicago navolging vindt en dit beginsel verder wordt toegepast, worden ook onze bijzondere, en daaronder onze christelijke, scholen in geen geringe mate bedreigd. Dat men deze scholen niet genegen is, soms hier en daar den voet wat dwarszet, is te begrijpen, maar het zou ingaan tegen de goede traditién van ons land, zoo men wetten en verordeningen ging maken, wier strekking was het bijzondere onderwijs den doodsteek te geven.”
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 31 januari 1904
De Heraut | 4 Pagina's