Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Uit de Pers.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de Pers.

7 minuten leestijd

In de Zuider Kerklwdc schrijtt Dr. Wagenaar weer een van die pittige saamspraken, waar hij zoo bijzonder slag van heeft. Ditmaal giat het over het doen van belijdenis.

Krelis. Neen, Aart, ik kan en durf het niet doen. Melis. Wat durft mijn vriend niet doen? Krelis. Ik durf geen belijdenis doen. Want ik leef er niet naar. Zit ik onder de preek, dan gaat het me soms innig aan. Dan kan ik soms wel weenen over mijn zonden en mijn onmacht en mijn verwoest hart. En als dominee voorgaat in het ge bed, dan is het vaak, dat hij onder woorden brengt, wat ik voel in mijn gemoed, uiyn schuld mj/n nood, mipx armoede... Ik weet ook, dat de Heere Jezus gekomen is om zondaren zalig te maken. Maar ik kan niet gelooven, dat het is voor mij. Want het eene oogenbük dan zoek ik Hem, en een uur daarna soms vergeet ik Hem, ja — ontwijk ik Hem. Melis. Ik zou je wel een ding willen vragen, maar je moet zelf weten of je me hierop wilt ant-woorden. Mag ik?

Krelis. Ja, graag; want ik heb werkelijk bestier noodig. Melis Ben je volkomen eerlijk in je schuldbelijdenis voor God? Bedek je en vergoelijk je geen enkele zonde?

Aart. Nu, laat Melis daarop maar antwoorden voor God. Ik moet zeggen, ik begrijp die bekom mering heelemaal niet. Waarom zouden we geen belijdenis doen ? Wij zijn immers gedoopt. In dien Doop gaf God ons het bewijs, dat we lidmaten van Christus zijn. Dat we wedergeboren zijn, hé? Dat de Heilige Geest diep in ons hart is en alles in ons uitwerkt Nu zijn we onderwezen. Wij hebben het heele Kort Begrip met alle teksten er bij geleerd, en zelfs heel wat Zondagen uit den Catechismus er nog bij. En ik mag zeggen: ik heb ze ook goed begrepen, alle drie stukken. Ik stem ook alles van harte toe. Ik accepteer wat de Heere geeft in zijn verbondsbeloften. Ik neem alles geloovig aan. Voorts doe ik mijn best om fatsoenlijk christelijk te leven Nu zou ik toch wel eens willen weten, wat er meer noodig is, om een rech e belijdenis te doen en aan te zitten aan het Avondmaal.

Krelis. Arme vriend, als ge zoo praat, dan nijpt mijn hart me toe. Dan vrees ik, dat gij u een oordeel eet en een belijdenis doet puur met de lippen. Aart. Denk je dat ik niet meen. wat ik zeg? Krelis. Ik vrees, dat je niet verstaat wat je zegt. 't Geloof is maar geen verstandswerk. Daar zal wat anders gekend moeten worden. Angst en zielsnood; slapelooze nachten en wanhoop over je zonde, "t Gaat 200 gemakkelijk niet. 't Kost bloed en tranen. Dat zeggen alle echte bekeerden. Is 't niet zoo, Melis?

Melis. Hoor is, jongens, ik zal niet graag ontkennen, dat er bij ontdekking door den Heiligen Geest niet groote angst en hooggaande bekommering geleden worden kan. Maar de Heere kan ook liefelijk lokken] verstandelijk overtuigen; heiligend inwerken op den wil, dat die de goede keuze in oprechtheid doet.

Aart. Dus dan ben je het met mij eens. Ik zeg maar, in het genadeverbond is alles geschonken. Nu noodigt de Heere ons om den mond maar wijd open te doen, dan zal Hij voor alles zorgen Wij hebben maar te gelooven, dat is al. En dat doe ik. Du3 ben ik er.

Melis. Daar. is een echt geloot, maar ook een bloot historisch en een tijdgeloof, en met dit laatste komt men eeuwig om.

Aart. Maar je moet toch gelooven! Melis. Ja. Het is volkomen waar, wat jij zegt: In Gods verbond is geschonken alles, wat tot het leven en de godzaligheid noodig is, en gij moogt en moet met je gedoopt voorhoofd tot God gaan in het gebed en zeggen: Heere, Gij hebt uw genade aan mij verzegeld. Nu, Heere, mij geschiede naai uw woord. Ik geloof, Heere. Mijne ziele zegt het Amen op uw evangelie. Ik geef mij aan U over en vertrouw mij aan U toe. Doch dit betuigen moet geen lippentaai wezen, maar hartetaal. Opkomen uit het diepst van je hart.

Krelis. Maar eer dat je in Christus moogt gelooven, moet je toch eerst gevoel hebben gekregen van je zonde voor God, is t niet waar? Melis. Nu, zoolang als de zonden je een spel en genot zijn, zal je zeker niet tot Jezus komen. Doch wees voorzichtig, om hier geen maat en gewicht te stellen. Ook moet je wel verstaan, dat echt berouw niet voorafgaat aan, maar vrucht is van de bekeering, d. i de innerlijke omkeering van het hart tot God. Je weet het woord: nadat ik bekeerd ben, heb ik berouw gehad.

Krelis. Geloof je werkelijk, dat ik net zooals ik ben, mag neeizinken aan Jezus' voeten? Dat ik mij overgeven mag aan Hem, om door Hem zalig gemaakt te worden? Of moet ik eerst veel dieper ontdekt en veel grondiger verbrijzeld worden? Ook meer doordrongen van het gewicht der zaak, zoodat ik geen andere gedachten meer heb dan over mijn verloren toestand?

Melis. Beste vriend, jij moogt en moet je neerleggen aan Jezus' voeten net zooals je bent en — zonder verwijl. Heden is het nog de aangename tijd en de dag der zaligheid. Morgen kan het voor b.j zijn. En jij moet het den Heere belijden al je zonde, en dat ze overtrad Gods heilige wet. Alleenlijk ken uwe ongerechtigheid, dat gij overtreden hebt tegen den Heere uwen God! Uwen Verbonds-God. Gij moet, hoe gebrekkig dit gaat en hoe goddeloos ge u bevindt, aannemen de belofte des Verbonds, uw schuldvergiffenis door en uw heiligmaking uit Christus; smeekende, dat ge het doen moogt in oprecht geloof. En als gij dit met beslistheid doet en hierbij volhardt, moogt ge ook tot de ouderlingen komen en zeggen: och-, ik heb zoon zwak geloof, gun mij de versterking door het Sacrament. Aart. Dominee vroeg ons laatst: hoe put juUié geloofsversterking uit je Doop? Weet jij dat? Melis. Dat was een belangrijke'vraag. Wat dunkt u er van Krehs ?

Krelis. Nu, ik zou zeggen, dan moet je zoeken te verstaan met je hart, wat de Heerejein jedoop verzegelt: de afwassching der zondeschuld door Christus' bloed en de dooding van den ouden mensch en opstanding van den nieuwen door Christus' Geest,

Aart. Dus dat heb je in je Doop. Melis. Ja, in lien je werkelijk gelooft, want wie geen geloof heeft van dien zal genomen worden ook de Iseloften, die hij heeft en waaronder hij leeft. Krelis. Dus het komt eigenlijk niet aan op de droefheid, maar op 't geloof? Melis 't Komt allereerst aan op het geloof, want ware droefheid is er evengoed de vrucht van als zielevrede. De Heere plaatst u voor zijn evangelie. Wat doet nu uw hart ? Verwerpen of aanvaarden. Uitspuwen of indrinken ?

Aatt. Ik heb je al gezegd, ik willig alles in. Krelis En ik durf het niet inwilligen. Melis. Weigert gij het dan? Verwerpt ge het? Zegt ge: ga maar heen, Heere Jezus. Krelis. O, neen, mijne ziel willigt het in, maar ik durf het niet vaststellen en zeggen, dat het zoo is. Melis. Toch is het zoo en God ziet op het harte. En dat zeg ik ook tegen u, mijn lichtvaardige vriend. God ziet op het hart! Of dat werkelijk Jezus omhelst of Hem ver weg stoot, om te leven in de wereld en de zonde. Doch zoo staat er, die met sijn hart gelooft, dat Jezus de Christus is, de Opgewekte uit de dooden, en dat hart aan Hem toe ver trouwt, die zal zalig worden; doch die niet gelooft, door ongeloof in zijn hart, Jezus verwerpt, die zal verdoemd worden. Met het hart gelooft men ter rechtvaardigheid. En dan volgt: met den mond belijdt men ter zaligheid.

Ons dunkt, dat niet alleen onze ronde Zeeuwsche boeren hiermede winst kunnen doen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 31 januari 1904

De Heraut | 4 Pagina's

Uit de Pers.

Bekijk de hele uitgave van zondag 31 januari 1904

De Heraut | 4 Pagina's