Buitenland.
Noord-Amerika. Doorwerking van Gereformeerde beginselen of vereeniging tusschen de Reformed Church en de Presbyteriaansche.
Tot onze blijdschap bemerken wij, dat men in de Gereformeerde kringen der nieuwe wereld steeds meer de Calvinistische lijnen gaat volgen. Het is o. a. een moedgevend teeken, dat een der redacteuren van De Hope het opneemt voor het gevoelen van Dr. Kuyper omtrent „tweeërlei wetenschap, " wanneer dit door professor Dr. Wai field bestreden wordt. Laatst genoemde hoogleeraar schreef toch een inleiding op een boek, handelende over apologiek, van de hand van den hoogleeraar Dr. F. R. Beattie, waarin bij-het standpunt van Dr. A. Kuyper bestreed. Dr. A. Kuyper leert toch in zijn encyclopedie, dat men niet bewijzen kan, dat tweeërlei principieel onderscheiden voorstelling van den kosmos met gelijk recht zou den stand kunnen houden. De waarheid is één, en daarom kan ook de wetenschap, voor zoover men hieronder het in ons menschelijk bewustzijn gereflecteerde object verstaat, slechts één wezen. Als men dus de wetenschap opvat als de in stelsel gebrachte uitkomst van ons waarnemen, gewaarworden en denken, dan kan er geen principieel verschil in de uitkomst van het onderzoek bestaan. Staat de uitkomst van den een tegenover die van den ander, dan is of een van beiden of zijn beiden op het pad der wetenschap uitgegleden; in elk geval kan beider uitkomst niet te gelijk recht en waar zijn. Doch er zijn tweeërlei menschen, weder geborenen en niet wedergeborenen. Beiden heb ben aandrift in zich om het object, den kosmos, te onderzoeken, om dit te doen op wetenschappelijke wijze en alzoo tot eene wetenschappelijke systematiseering van het bestaande te geraken. Beider streven draagt dus eenzelfde karakter; ze worden gedreven door eenzelfde doel; beide wijden hun kracht aan eenzelfde soort bezigheid; en deze soort bezigheid heet beidemaal: de beoefening der wetenschap.
Dr. Waifield bestrijdt deze uiteenzetting, doch
Dr. N. M. Steffens verdedigt die.
Ook neemt laatstgenoemde een zuiver stand punt in tegenover de Apologetiek en wij ver heugen ons dat Dr. Beattie niet te veel van haar verwacht. Dr. Steffens zegt daaromtrent zeer juist:
„Men heeft vaak te veel verwacht van dezen tak der godgeleerdheid. De „Vermittlungs theologen" Duitschlands en hunne Hollandsche mede standers hielden veel van de Apologetiek. Zij stelden haar op den voorgrond. En waar is de invloed van die mannen, de Dorners, de Langes, de E'^rards, de Van Oosterzees, heden? Het is nog niet lang geleden, dat deze namen op de lippen van allen waren, die zich bezig hielden met apologetische vraagstukken. Thans echter worden zij nauwelijks genoemd. Hun invloed is nergens te speuren. Eene verdediging van het Christendom naar den trant van het oude Supranaturalisme, dat de rede der Rationalisten met zijne rede tot zwijgen brengen wil, moet altijd eindigen met eene nederlaag. David kan niet strijden tegen Goliath in de wapenrusting Sauls. Het is goed en wel te waarschuwen egen de overdrijvingen van het mysticisme, aar is het wel overbodig, de stem te verheffen egen een overdreven intellectualisme? Met de pologetiek is het gesteld als met de wonderen. onderen brengen niemand tot geloof, maar zij ersterken het geloof dergenen, die reeds gelooen. Een handboek der Apologetiek, op voorreffelijke wijze bewerkt door eenen man als r. Beattie, die op het fondament der Schrift taat, versterkt allen, die den Heere vreezen, n hun geloof. De anderen zullen zijn boek ter ijde leggen en het niet eens der wederlegging aardig achten. Zij hebben - wat Dr. Warfield ok moge zeggen ter contrarie - eene andere etenschap dan wij.”
Dergelijke uitingen bevestigen in ons de overuiging, dat ook in de nieuwe wereld de studie er Gereform; erde beginselen niet wordt veraarloosd.
Sedert de hoogleeraar Dr. H. E. Dosker die e voren verbonden was aan [het Westersche eminarie te Holland, in Michigan, te Louisille in Kentucky hoogleeraar in de kerkgechiedenis is aan het Presbyteriaansche Theoogisch Seminarie, ijvert hij voor eene vereeniing van de Reformed Church en de Presbyteiaansche kerk. In de Chr. Intelligencer van 27 Januari schreef hij: „De lijn, die de kleinere ereformeerde kerk van de Grootere of Presbyteriaansche Gereformeerde kerk scheidt, beslaat slechts in de verbeelding. Ik vind hier geen mindere getrouwheid aan het oude Calvinistische geloof, dan ik in onze kerk in het verleden vond. Dezelfde waarheid, dezelfde belijdenis daarvan, dezelfde gevaren en vijanden. Maar waarom zijn wij dan gescheiden? Hier is absolute identiteit.”
The Banner of Truth voegt er aan toe: „Dr. Dosker behoort het te weten want hij is goed bekend met beide kerken. Als het is gelijk hij beweert, dan ligt het voor de hand dat men vraagt: „Waarom zijn wij gescheiden ? " Dat moest men meer doen. Dan behoort alles in het werk gesteld te worden om de twee kerken tusschen welke „absolute identiteit" bestaat, te vereepigen. Het is zondig in zulk een geval afzonderlijk te blijven staan.
Maar het zal ons benieuwen of vele leden der Reformed Church zullen toegeven, dat hunne kerk niet verschilt van de Presbyteriaansche. Wanneer wij ons, onder andere zaken, de jongste beweging om tot revisie der belijdenis te geraken, in herinnering brengen; wanneer wij denken aan de vele verdedigers die de afwijkende professoren Briggs en Mr. Giffert hadden; wanneer wij in aanmerking nemen dat het element „de nieuwe school" met hare liberaliseerende tendenzen, zeer roerig is in de Presbyteriaansche kerk; wanneer wij ons voor den geest brengen, hoe bij het aannemen van nieuwe leden niet gevraagd wordt naar de leer die zij belijden, maar alleen van hen gevraagd wordt of zij in Christus gelooven, en als wij dan daarmede de verklaringen van vele Reformed broeders over de zuiverheid hunner kerk vergelijken, — dan zal het ons benieuwen of velen het met de uitlat'ugen van professor Dosker zullen eens zijn.
Wij voor ons zullen er ons in verheugen, indien eene vereeniging als die Dr. Dosker voorstelt, blijkt mogelijk te zijn. Wij stellen ons in deze geen partij. Wel raeenen wij in het afgetrokkene te kunnen zeggen, dat wanneer het aankomt op vereeniging van twee kerkengroepen, op den voorgrond moet staan, dat er eenheid is in belijdenis en kerkenordening. De vraag: hoe in die kerken de belijdenis en de kerkenordening worden toegepast, komt slechts in de tweede plaats aan de orde. Uit dien hoofde hopen wij zeer, dat de Presbyteriaansche kerk de revisie van de belijdenis, in den geest waarin die wordt voorgesteld, verwerpen zal. Die revisie zal toch, volgens onze overtuiging, niet eene nadere toelichting of uitwerking van de Gereformeerde leerstukken, maar eene verwatering der Gereformeerde belijdenis ten gevolge hebben. Gaat de revisie door, dan is alle kans op eene vereeniging weg.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 6 maart 1904
De Heraut | 4 Pagina's