Buitenland.
N.-Amerika. Revisie der liturgie in de Reformed Church.
In de Gereformeerde kerk van N.-Amerika i is, sedert het jaar 1900, de verandering der r liturgie aan de orde gesteld. Het blijkt weder d opnieuw, dat zij, die op wijziging der belijdenis m of op verandering der formulieren aandringen, d steeds personen zijn, die met de Gereformeerde w leer gebroken hebben en die daarom geen e verdere ontwikkeling onzer heeilijke belijdenis d op het oog hebben, maar veeleer zoeken terug h te keeren tot dwalingen, die de vaderen, na c langen strijd, reeds lang geleden verwierpen. d Het komt daardoor aan den dag, dat wanneer v deze hun opzet konden doordrijven, de kerk v des Heeren niet verder gebracht, of dieper h ingeleid in de verborgenheden des geloofs, maar e in het gunstigste geval teruggeleid zou worden e tot het standpunt waarop zij vóór haar strijd d met de dwaling stond.
In dit alles werden wij bevestigd doordal een door de Synode der Reformed Church van N.-Amerika beroemd Comité de derde vraag in het formulier, om de kleine kinderen te doopen, wil veranderen.
Thans luidt die vraag aldus: „of gij niet belooft en u voorneemt, deze kinderen, als zij tot hun verstand zullen gekomen zijn, een iegelijk de zijnen, waarvan hij vader of getuige is, in de voorzeide leer naar uw vermogen te onderwijzen of te doen en te helpen onderwijzen? ”
Men stelt nu voor, deze vraag aldus te lezen : „Belooft gij deze kinderen te onderwijzen in de waarheden van Gods Woord en in den weg des heils door Jezus Christus onzen Heer, voor hen te bidden en hen te leeren bidden, en hen op te voeden naar de genade die God u geeft, om nuttig te zijn in deze wereld en gelukzalig in de toekomende.”
Wanneer men deze vraag leest zal men den indruk krijgen, dat zij ernstiger klinkt dan de vraag die thans gedaan wordt. Het aandringen, dat men voor zijn kinderen zal bidden en dat men ze zal leeren bidden, is zoo vroom. „Daar komt het toch maar op aan, " zal menigeen denken. Doch als men de zaak wat meer van nabij beziet, zal men moeten toestemmen, dat dit alles slechts schijn is.
De nieuwe vraag is zoo gesteld, dat een Methodist of Remonstrant die evengoed beantwoorden kan, als een Gereformeerde. In de vraag die tegenwoordig gedaan wordt, verplicht zich de dcopvader of getuige, dat hij zijn kind zal opvoeden in de leer die in „Christelijke kerk alhier", dat is in de plaatselijke Gereformeerde kerk, geleerd wordt. Onze vaderen hebben deze vraag opzettelijk zoo gesteld, opdat men niet zou belijden in het algemeen de g Christelijke leer te zijn toegedaan, want dit deden de Remonstranten ook, doch opdat men zou uitspreken, dat men datgene wat de plaatselijke Gereformeerde kerk leerde, beaamde en zijn kinderen wilde inprenten. Wanneer men nu daarvoor in de plaats stelt, dat men instemming met de Christelijke'Ieer in het algemeen betuigt, is dit een schrede achterwaarts.
Hel verblijdt ons zeer, dat de Hop^dït eveneens aldus inziet en daarover aldus schrijft:
„De hervorming heeft eene groote verandering teweeg gebracht in de belijdenis der Kerk. Het is waar, zij heeft Gods Woord op den kandelaar geplaatst, maar zij heeft tevens haar geloof beleden in geschriften, waarin zij hare onderwerpelijke opvatting van Gods Woord heeft neergelegd. De herziene vraag ignoreert die geschiedenis geheel en al en verwacht van de ouders, dat zij de kinderen zullen onderwijzen in de waarheden van Gods Woord en in den weg der zaligheid. Die vraag kan worden beantwoord niet alleen door Gereformeerden, maar ook door Lutherschen, Methodisten, Baptisten enz. enz. Ieder ketter immers beroept zich op Gods Woord. Stonden wij nog in het begin der Christelijke Kerk, toen de waarheid nog niet verder ontwikkeld was, dan zou er op dit gedeelte der vraag niets aan te merken zijn. Maar zijn al de geestelijke oorlogen die de Kerk heeft moeten voeren tegen al de dwaal geesten, die haar zochten te verwoesten, te vergeefsch geweest? Kunnen wij het wiel der geschiedenis eenvoudig terugdraaien en moeten wij opnieuw een begin maken met de ontwik keling der waarheid ? Zonder twijfel is het verkeerd, te meenen, dat Gods Geest alleen in vroegere dagen gewerkt heeft, maar even verkeerd is het, te meenen, dat Hij eerst nu begint met Zijn werk, en dat geheel de geschiedenis van vroeger niets heeft te voorschijn gebracht dan puin. Het schijnt echt protestantsch te zijn, wanneer men van ouders verwacht, dat zij hunne kinderen zullen onderwijzen in de waarheden van Gods Woord, en toch is het niet zoo. Protestanten hebben altijd hun geloof beleden en katechismen geschreven ten behoeve der jeugd. De herziene vraag maakt van de voorzeide leer geen gewag, maar stelt de ouders, die soms weinig bekend zijn met de waarheden van Gods Woord, onmiddel lijk voor dat Woord zonder ook maar in de verte te denken aan hetgeen de Kerk reeds in dat Woord gevonden heeft. Die nieuwe vraag helpt de belijdenis kerk af te breken en a.^n een Christendom boven geloofsverdeeldheid den weg te bereiden. Mag dat? Kunnen echte Gereformeerden het aanzien, dat men de ver plichting der ouders zoo algemeen maakt, dat een ieder zijne kinderen kan leeren naar het goeddunken van zijn hart? ”
De vraag kwam echter bij ons op, of de Hope het hierbij kan laten? De commissie die deze verandering der liturgie voorstelt, heeft nog andere wijzigingen voorgeslagen, die eveneens zeer diep ingrijpen. Zoo wil zij, dat de uitdrukking „in zonde ontvangen en geboren", zal vervangen worden door de woorden „zondig van nature". Nu moge het waar zijn dat dit op hetzelfde neer komt, doch er zullen menschen gevonden worden, die de erfschuld en de erfzonde loochenen en toch willen erkennen dat zij zondig zijn van nature, omdat zij meenen dat zij in zulk een toestand niet geboren werden, maar daarin door eene zondige omgeving geraakt zijn. Zij die zulk een gevoelen toegedaan zijn, moeten dan ook den kinder doop verwerpen. In elk geval kan de nieuw voorgestelde uitdrukking misduid worden; die welke in ons doopformulier voorkomt is niet alleen letterlijk aan de Schrift ontleend, maar voor geen dubbele uitlegging vatbaar.
Nog bedenkelijker is het dat de commissie voor telt om uit het formulier voor den Doop van ejaarde personen weg te laten de betuiging, dat en is „een kind des toorns van nature, ten goede ansch onbekwaam, geneSgd tot alle kwaad.'' ierdoor blijkt het, dat men de leer van de eheele verdorvenheid der menschelijke natuur enscht prijs te geven. Dat hiermede een funamenteel stuk wordt geloochend, behoeft geen etoog voor wie in de Schrift en de belijdenis er Gereformeerde kerken geen vreemdeling is. at wanneer dit stuk valt, de stukken van wedereboorte, bekeering, verzoening door het bloed es kruises, de werking van den Heiligen Geest nz. enz. eveneens hunne beteekenis verliezen, duidelijk voor een ieder, die een oogenblik adenken wil.
De revisie der formulieren is sedert 1900 n de Gereformeerde kerk van Noord-Ameika aan de orde. De Génerale Synode van at jaar benoemde een comité, om de forulieren van bevestiging, en een om die voor en Doop te herzien. De rapporten dier comité's erden door de Synode van 1901 geamendeerd n daarna aangenomen. Doch daarmede was e zaak nog niet uit. Immers de Synode zond et geamendeerde en aangenomen voorstel der ommissie naar de classen. In 1902 moest in e Synode worden geconstateerd, dat de geoelens der Classen omtrent de aangebrachte eranderingen zeer uiteenloopend waren. In de oop om tot overeenstemming te geraken, werd ene nieuwe commissie van acht predikanten n vijf gemeenteleden benoemd, om opnieuw e revisie der liturgie ter hand te nemen. Het voorstel dezer commissie werd door de generale Synode van 1903 geamendeerd en daarna aangenomen en opnieuw aan de Classen gezonden. De Classen zullen nu van hunne gevoelens op de eerstkomende Synode van 1904 laten blijken.
Sommige Classen van het Oosten hebben hunne ingenomenheid met het voorstel der commissie laten uitkomen.
Van de Classen in het Westen is het gelukkig niet te denken, dat zij de voorgestelde revisie zullen aannemen.
Toch is het een droevig teeken, dat men eene revisie, die zoo ver strekt, heeft durven voors ellen. De Heere geve, dat er met kracht tegen geprotesteerd worde.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 17 april 1904
De Heraut | 4 Pagina's