Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Buitenland.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Buitenland.

9 minuten leestijd

Duitschland. De stadszending B e r l ij n. van

Meer dan vijf en twintig jaren geleden kon men te Beriijn op een Zondagavond in een der hoofdkerken van een zonderling schouwspel getuige zijn. Men zag een leeraar, de gemeente - voorgaande uit Gods woord, omringd door enkele geloovigen. Hier en daar brandde een kaars. Waarom dit? De Evangelische kerk was niet bij machte het gas, dat de geheele kerk ï/erlichten kon, te betalen. Wanneer de predikant eene avondgodsdienstoefening houden wilde, moest hij zelf voor verlichting zorgen. Vandaar het zonderlinge fantastische gezicht: -jen groote holle kerk, waarin hier en daar eene kaars het aangezicht van een der hoorders des Woords verlichtte. Tegen deze en dergelijke toestanden, welke wezen . op de toenemende verwildering des volks, waardoor het ook steeds meer van de kerk afkeerig werd, heeft de gewezen hofprediker Dr. Siöcker de vereeniging „de Berlijnsche stadszending" opgericht. Op Zondag ö Maart 11. vierde deze vereeniging in haar groote zaal haar 2 73te jaarfeest. De vroe uere „iuspektor" dier vereeniging, de predikant Riemscheider, predikte daarbij over het Psalm woord: „De rechterhand des Heeren is verhoogd, de rechterhand des Heeren doef krach tige daden". Nadat een koor eenige liederen had ten beste gegeven, bracht Dr. S'öcker hel jaarverslag uit. Alen had in zekere kringen de beschuldiging laten hooren, dat de Stadsiending van Berlijn slechts uitwendigen arbeid ver richtte, en daarom was den mannen, die voor deze zaak arbeidden, de vraa; , ' voorgelegd, ot de Stadszending duurzame, rijke vruchten opleverde, om hierop in hun jaarverslag het ant woord te leveren. De ouder»? arbeiders op dit gebied hebben deze vraag beslist met ja beantwoord, terwijl Blocker een groot aanta! gevallen opnoemde waarbij door den arbeid der Stadszending geheele huisgezinnen omge keerd zijn.

Aan de andere zijde hadden de arbeiders zeer te klagen over haat, stompzinnigheid en onverschilligheid, die zij op hun weg tegen kwamen.

Toen een rijk man een gave gevraagd werd om missionair onder het groot aantal kellners van Berlijn te arbeider, gaf deze ten antwoord, dat hij voor zoo iets niets over had; wanneer het om eene expeditie naar de Noordpool te doen was, wilde hij aanstonds ic, ooo mark geven!

Aan de Berlijnsche s'adszending arbeiden tegenwoordig 5 inspectoren, 47 sta('szendelingen, 10 helpsters (ten deels vrijwillige) en 5 candidaten. In het afgeloopen jaar had de zending met groote financieele moeilijkheden te kampen, maar men hoopt toch de jaarrekening zonder tekort te kunnen sluiten.

Op Maandagavond daarna had een theeavond plaats, waarbij stadszendelingen en inspectoren mededeelingen van hun arbeid deden, waaruit bleek dat zij niet zonder zegen werkzaam waren.

Het is niet te ontkennen, dat mede door den arbeid der vereeniging, waarvan Siöcker de ziel is, het kerkelijk leven is verbeterd. Onderscheidene nieuwe kerken verrezen en het aantal personen die hunne kinderen niet laten doopen, verminderde. Al is de stroom van het ongeloof in Pruisen's hoofdstad nog steeds krachtig, toch is het niet te ontkennen, dat Stöcker's arbeid daartegen een dam opwierp.

— Een hoogleer aar o V er de leer der praedestinatie.

Den roden Februari 1, 1. hield de hoogleeraar Stange op de Luthersche conferentie te Koningsberg eene voordracht over „de be; eekenis van de leer der praedestinatie voor de Luthersche Kerk". Het komt ons voor, dat de Luthersche hoogleeraar aan de Gereformeerde leer omtrent de voorbeschikking geen recht laat wedervaren, en dat zijne voorstelling omtrent dit gewichtige stuk, door ons als het hart der kerk beschouwd, niet juist is. Doch dit verhindert ons niet er melding van te maken, dat genoemde hoogleeraar den moed gehad heeft op te komen tegen een voorstelling, die bijna algemeen in de Luthersche kringen van Duitschland ingang gevonden had. Zij is deze. De leer van de praedestinatie is eigenlijk geen Luthersche leer, maar een Gereformeerde. Nu kan men wel niet ontkennen dat Luther die leer heeft voorgestaan. Maar dit feit heeft men op allerlei wijze weten te verdonkeren. Men beweerde dat Luther wel eerst die leer had omhelsd, doch op later leeftijd had laten vaten. Of men zocht te betoogen, dat Luther in zijn jeugd de praedestinatie had geleerd, ofschoon men weten kon dat hij 42 jaar oud was, toen hij tegen Erasmus zijn bezield geschrift „over den knechtelijken wil" schreef. Anderen meenden dat de overdrijvingen, waaraan de groote reformator zich in dit geschrift schuldig maakte, moesten verklaard worden uit de omstandigheid, dat hij een strijdschrift schreef; gelijk de houding der zwaardvechters van Ravenna niet met de natuurlijke houding des lichaams overeenkomt, zoo kan men uit Luther's strijdschrift tegen Erasmus zijn ware meening niet leeren kennen.

De hoogleeraar wijst er op, dat men ook alzoo in de middeneeuwen gehandeld heeft met de leer van Augus'tinus. Men ging zijn leer verwateren en beweerde, dat hij tegen Pelagius alleen excessive (dat is in overdrijving) ge sproken bad. De hoogleeraar zegt voorts, dat de Gereformeerde Lerk het verzwakken der leer omtrent de praedestinatie heeft weten af te weren, zoodat die leer onder alle schakeeringen van het godsdienstig leven, een wezenlijk bestanddeel der Kerkleer gebleven is.

Hierin ligt deze kern van waarheid, dat de Gereformeerde kerk, als zij tot nieuw leven ontwaakt, telkens weer opnieuw zich gebogen heeft voor de leer, die God op het hoogst verheft en den zondaar op het diepst vernedert. Wij houden het voor een feit van groote beteekenis, dat nu ook in Luthersche kringen de aan dacht gevestigd wordt op een leer, die door vele Luthersche als Calvinistisch verworpen wordt. Wellicht zal het op reden van Dr. Stange ten gevolge hebben, dat men in Duitsch Luthersche kringen een rechtvaardiger oordeel zal gaan vellen over hetgeen de Gereformeerde Kerken hebben aanvaard als een kostelijke gave Gods.

Noorwegen. Strijd over Sacramenteele genade.

In Noorwegen is een levendige strijd ontbrand door het solliciteeren van den predikant Ording naar den professoralen zetel van de systematische Godgeleerdheid aan de Universiteit van Stokholm. Voor het Comité dat over de sollicitatie moest oordeelen, hield Ording een voor dracht over het hem opgegeven onderwerp: „Toelichting van het onderscheid tusschen het magische en het mystieke bij de werking der genademiddelen". In zijn voordracht loochecde Ording de mogelijkheid, dat de wedergeboorte op het oogenblik van den doop bij het onbewuste kind zou worden gewerkt. Alleen dan wanneer bewustzijn ontwaakt en de bij den, doop beloofde genademiddelen geloovig worden ontvangen.

Door dit te stellen, stelde Ording zich tegen de hecrschende richting van de Universiteit en in de Luthersche gemeenten. Zoo spoedig dan ook door de bladen bekend werd, hoe Ording over de werking der genademiddelen dacht, is er bij het Ministerie van eeredienst een stroom van verzoeken van bisschoppen, van predikantenvereenigingen, van vereenigingen voor inwendige en voor uitwendige zending, ingekomen om te ver zoeken dat men Ording niet benoemen zou. De Kerken zijn zeer ontrust en dit mede doordat bisschop Heuch haar wees op het gevaar van het rationalisme dat in de kerken openbaar werd.

Wat zal de Regeering doen ? De vier professoren der Theologische faculteit zijn voor de benoeming van Ording. Men beweert dat deze candidaatprofessor geen rationalist is; zijn voorlezingen over de Godskennis en over „de beteekenis van Jezus' verzoeningsdood, volgens de Johanneische schriften", wekten geen oppositie. Alleen wijkt hij in de Sacramentsleer van de oude Luthersche opvatting af. Doch het komt ons voor, al verwerpen wij als Gereformeerden de Luthersche leer, dat de wedergeboorte 2; ebonden is aan den doop, en dat Ording bet rationalistische pad opgaat, wanneer hij de mogelijkheid ontkent, dat de Heere in het kind dat nog geen bewust leven kent, genade werkt.

Rusland Bedenkelijke verschijnselen in de Oostzee Provinciën.

Genoemde provinciën moeten geheel Russisch gemaakt worden; het Duitsche element, dat tot voor weinige jaren aldaar den bovenloon had, moet overwonnen worden door het Russische. Aldus is het streven van de raadslieden van den Czaar. Ora daartoe te geraken grepen de Russ'ficatoren naar een zonderling middel. Die Russische studenten, welke deelgenomen hadden aan excessen en daarom van de Russische universiteiten verwijderd waren, kregen het recht om hun studie te Juijew (vroeger Dorpat) voort te zetten. Het daardoor uitgestrooide zaad is niet onvruchtbaar gebleken. Reeds voor eenige jaren ontdekte men dat er onder de studenten van Jurjew nihilistische elementen schuilden, en het bleek dat deze Russen waren. Er kwamen te Riga opstootjes onder de werklieden, die met kracht van wa penen moesten onderdrukt worden; men hoorde van brandstichtingen, waarbij het gemunt was op ridderkasteelen en factoriën. Op den laat sten nieuwjaarsdag hadden er voor Luthersche kerken van Riga ergerlijke tooneelen plaats. Terwijl in deze kerken Godsdienst oefening gehouden werd, deelde men daar oproerige geschriften uit, en terwijl er voor den Czaar gebeden werd meende men het roepen: „weg met den keizer! weg met de papen" te hooren. Het kwam ten slotte tot eene vechtpartij, welke in het kerkgebouw begon en op de straat werd voortgezet, zoodat de politie krachtig moest tusschenbeide treden.

In een correspondentie aan de Petersburgsche Courant stond te lezen, dat al deze dingen vol • gens een beraamd plan en van een „centraal-punt" uitgingen. Of hierover een gerechtelijk onderzoek is ingesteld, werd niet bekend. Maar inmiddels is een proost in Estland des nachts in zijn slaapkamer overvallen en vermoord, terwijl de moordenjar, zonder iets mede te nemen, uit hetzelfde venster vluchtte waardoor hij binnengedrongen was. Een predikant van Riga, der Lettische voorstadgemeente, is des avonds laat door een onbekende, onder voorwendsel dat een zieke het heilig Avondmaal begeerde, in een nabijgelegen boschje gelokt, en daar door onderscheidene personen zoo mishandeld, dat hij zwaar krank ligt. Volgens een blad dat te Reval verschijnt, heeft men onlangs op een dorp in Estland een vlugschrift verspreid, waarin tegen de predikanten op de hatelijkste wijze te velde getrokken wordt. Het begint met de vraag of een boer zijn knecht wel loon betalen zal, wanneer deze alleen het voordeel van anderen op het oog heeft. Dit deden tot hiertoe de boeren, daar zij den predikanten een zoo hoog tractement uitbetaalden, als nauwelijks een ander persoon die gestudeerd had, ontving, terwijl de predikanten alleen maar voor het voordeel der bezitters van landgoederen zorgden. Er was slechts één middel om de predikanten daarvoor te straffen, namelijk door te weigeren hun traktement (dat inderdaad zeer gering is) uit te betalen.

Het is duidelijk, dat hier wind gezaaid ij en dat storm geoogst wordt. Van harte hopen wij, dat de rampspoeden, die Rusland troffen bij zijn oorlog met Japan, de leiders van het rijk mogen bewegen om andere wegen te gaan bewandelen. Het onrecht dat den Ojstzee-provincien aangedaan werd, is groot.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 24 april 1904

De Heraut | 4 Pagina's

Buitenland.

Bekijk de hele uitgave van zondag 24 april 1904

De Heraut | 4 Pagina's