Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Buitenland.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Buitenland.

7 minuten leestijd

Duitschland. Een nieuw maandschrift. Luthersch

Het is menigeen niet bekend, welke pogingen Calvijn in het werk stelde om in kerkelijk ver band met de Lutherschen te leven. Zijne pogingen mislukten. Toch heeft van lieverlede de legende ingang gevonden, dat Calvijn de man geweest is, die zoo onverdraagzaam moge lijk was tegenover hen, die niet geheel eenstem mig met hem dachten. Uit de historie blijkt het tegendeel. De Lutherschen deden alle pogin gingen, om tot eenheid te geraken, mislukken; zij stuitten af op de onverzettelijkheid van Luthersche zijde.

Dit kwam ons opnieuw voor den geest toen wi] lazen dat met i April de „Lutherische Rundschau, Monatsschrift für Wahrheit, Recht und Freiheit in der Lutherische Gesamtkirche Deutschlands, " is verschenen.

Het deed ons aangenaam aan, te vernemen, dat men van Luthersche zijde het recht en de vrijheid van alle Luthersche kerken zoekt te verdedigen, welke volgens onze overtuiging èn door de mannen der wetenschap èn door de overheid gekrenkt worden. Ook is het een ver blijdend verschijnsel, dat er voor geijverd wordt dat het eigenaardige der Luthersche kerk bewaard blijve en niet verloren ga onder het streven naar eene Unie, waardoor het verschil tusschen de Gereformeerde en liUthersche con fessie voor onwezenlijk verklaard wordt.

Daarom doet het ons te meer leed, dat het nieuwe Maandschritt zijn geschut niet tegen het ongeloof dezer dagen, maar tegen de Gere formeerde kerk richt. In het eerste nummer van genoemd maandschrift wordt een artikel gewijd aan de tegenwoordig drukbesproken vraag, of men bij het heilig Avondmaal, tot vermijding van mogelijke besmetting, niet ieder die aanzit een afzonderlijke kelk zal geven. Er wordt betoogd, dat de moderne Theologie den Bijbel als Gods woord loochent. Als noodzakelijk gevolg daarvan is, dat men in plaats van het bevel: „drinkt allen daaruit, " daarvan stelt: „een ieder drinke voor zich alleen." En daarop gaat dé schrijver voort: „Gelijk alle afdwalingen der zuivere Evangelische leer, zoo is ook deze verminking van het heilige Avondmaal van de Gereformeerde kerk uitgegaan. Amerikaansche Methodisten hebben de treurige eer, het eerst aan de viering van het Sacrament, gelijk de Heere het ingesteld en gewild heeft, te tornen en het gemeenschappelijk drinken uit éen beker, hetgeen een wezenlijk bestanddeel van het Heilig Sacrament is, af te schaffen. Gelijk zoo dikwijls, is ook deze Ge reformeerde afdwaling helaas door onbesliste, onklare en halfgeloovige Lutherschen opgegrepen."

Wij houden er ons van overtuigd, dat men hierdoor tegen de liefde en tegen de waarheid zondigt. Dat de aanklacht in strijd is met de waarheid, blijkt uit het feit, dat in het rationa lisme van de i8de eeuw, èn de dwalingen der Tübinger school, èn de Vermittelungs-theologie der 19de eeuw, van uit het Luthersche Duitschland, in andere landen is geïmporteerd. De Gereformeerde Avondmaalsformulieren bewijzen ten duidelijkste, dat het gemeenschappelijk drinken uit éen beker dient tot teeken van de gemeenschap aan Christus en van de gemeenschap van de leden van Christus' kerk onderling. Het geschrift, getiteld: „Das Büchlein vom Brotbrechen", dat in het laatst der zes tiende eeuw verscheen, bewijst ten duidelijkste, dat de Gereformeerden, meer dan de Lutherschen, ijverden voor het beginsel, dat men niet het minst in zake het bedienen der Sacramen ten, moest terugkeeren tot hetgeen de Schrift leert.

Japan. Twee geschriften over Japan,

Het eerste geschrift is van de hand van een Japanner Kanso Utschimura, die als Christelijk leeraar in een voorstad van Tokio arbeidt, en daar onafhankelijk van anderen zendingsarbeid werkt voor de verbreiding des Evangelies. Hij geeft een tijdschrift in het Japansch uit, dat tot titel draagt: „pro Chiisto et Patria"; hetwelk onder alle volksklassen ook door Boedhistische priesters gelezen wordt. Hij schildert ons hoe hij als leerling van de hoogeschool voor landbouw te Sapparo kennis maakte met het Christendom. De geheele hoogste klasse dier inrichting werd door een Amerikaansch leeraar in de natuurwetenschappen voor het Christendom gewonnen. De macht der publieke opinie op de school, dwong hem bijna tegen zijn zin zijnerzijds, een Christen te worden. Daarna werd hij in 1877 een der ijverigste leden van den „Bond van belijders van Jezus"; dertig leerlingen behoorden daartoe. Zeer ver blijdde hij zich in de leer dat er slecht één God is, in tegenstelling met de afgoden van het heidendom, wier straffen hij te voren zoo vreesde. De jonge studenten kwamen regelmatig samen, bezochten eenmaal eene Christelijke godsdienstoefening te Tokio ^n waagden het in 1882, ten koste van vele offers, eene onafhankelijke gemeente te stichten. Daarna ging Kanso de wijde wereld in om de pijnlijke leegte, die hij nog altijd in zijn binnenste gevoelde, te vervullen. Hij leerde het Christendom in Noord-Amerika kennen, en deed dikwijls daarbij smartelijke ervaringen op; hij zag de macht van het geld en de vooroordeelen der Amerikanen omtrent de rassen, waaronder hij, als Mongool, veel te lijden had. Eindelijk werd hij ziekenverpleger in een hospitaal, leerde daar de praktijk van het Christendom kennen en ten slotte vond hij aan de hoogeschool te Amherst in Nieuw Engeland datgene wat hij zocht. Na volbrachte studie in de godgeleerdheid, keerde hij naar Japan terug, waar hij tegenwoordig nog met zegen arbeidt. Hij zegt zelf: Ik had gevonden wat ik verlangde: Christus den Joden ^en ergernis, den Grieken eene dwaasheid. Geen wijsbegeerte of Theologie kan in de geschiedenis der menschheid zijne plaats innemen; ik schaam mij het Evangelie van Christus niet, want het is een kracht Gods tol zaligheid, een iegelijk die gelooft."

Het tweede geschrift is van Münringer en handelt over Japan en de Japanners. Hieraan ontleenen wij het volgende: Het Christendom werd het eerst in Roomschen vorm in Japan gebracht. De jezuïeten maakten eene menigte bekeerlingen. In 1637 kwam de reactie. Duizenden Japanners, die tot het Christendom waren overgegaan, werden gedood, de zendelingen weggejaagd en het land voor vreemdelingen gesloten. Eerst in het midden der 19de eeuw kwam het tot een handelsverdrag met de Vereenigde Staten (de schrijver schijnt niet te weten; dat ons land reeds lang te voren tot Japan in betrekking stond) en in 1867 en 68 had de groote paleisrevolutie plaats, die in het jaar 1889 tothet invoeren van een constitutioneel Keizerschap leidde, ' naar het model der Europeesche rijken. Van 1873 tot 1889 maakte het Christendom groote vorderingen in Japan. In 1875 stichtte Nishima de eerste Christelijke hoogeschool te Hioto. De Amerikaansche kapitein Jones evangeliseerde met goed gevolg In vele kringen werd het Christendom mode «aak en vele politieke leiders van de liberale partij namen het er voor op. Het Christendom werd een openbare macht. Men deed veel aan liefdadigheid en daarbij hadden Revivals'gXaa.Xs en de Christelijke kerken waren overvol. In 1889 werd wel de lang begeerde Godsdienst-vrij heid gegeven, maar openbaarde zich ook de reactie. Vele Japanners gingen vreezen, dat hunne nationaliteit zou verloren gaan, en het gevolg was dat de meeste Japanners tegenover het Christendom vijandig of onverschillig werden. Dit werd erger toen Japan op aanhouden van de Europeesche groote mogendheden zijn over winningsbuit, het schiereiland Liaotung met Port Arthur, moest loslaten. Toch is in die stemming van lieverlede betering gekomen. De eerste staatsman van Japan, Ito, heeft onlangs openlijk verklaard, dat hij met zorg de toekomst te gemoet gaat, omdat hij ziet dat het Atheïsme vooral onder de hoogere standen steeds meer veld wint.

Wat de schrijver verder mededeelt omtrent het aantal belijders van den Christus in Japan, hebben wij onzen lezers reeds medegedeeld. Alleen willen wij et op wijzen dat, al is het aantal Christenen in dat land gering, velen die tot hen te rekenen zijn, belangrijke posities bekleeden, bijv. een minister van het Kabinet, graaf Aoki, onderscheidene presidenten van rechtbanken, 155 officieren, iz parlementsleden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 mei 1904

De Heraut | 4 Pagina's

Buitenland.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 mei 1904

De Heraut | 4 Pagina's