Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Gouden jubileum

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gouden jubileum

4 minuten leestijd

Amsterdam, 27 Mei 1904.

Na het zilveren feest van de Unie komt het gouden jubileum van den Bond onzer christelijke' onderwijzers ons opnieuw op den zegen wijzen, dien God de Heere in de christelijke school aan ons volk geschonken heeft.

De Unie hernieuwde de heugenis aan het volkspetitionnement, waardoor het christelijk deel der natie openlijk uitsprak, dat niet aan de neutrale staatschool, maar aan de school met den Bijbel zijn liefde verpand was. Hier stond de actie van ons christenvolk op den voorgrond, dat zijn kinderen, zijn geld, zijn toewijding en liefde aan de christelijke school schonk, en niet rustte voor ook op politiek terrein de rechten der christelijke school door den staat waren erkend.

Maar het gouden feest onzer christelijke onderwijzers voerde naar de eerste dagen van den schoolstrijd ons terug, toen Groen van Prinsterer en Da Costa als kostelijke vrucht van het Reveil de christelijke school ons schonken. Thans wordt het eeresaluut gebracht niet aan ons christen-volk, maar aan die mannen, die ruimer salaris en eervoller positie hebben opgeofferd om als onderwijzers aan onze christelijke scholen op te treden, en aan wier toewijding en zorg het te danken is, dat het christelijk onderwijs zulk een breede vlucht nam en dat de christelijke beginselen weer onder ons volk werden ingedragen.

Wie de feestelijke samenkomst in het Concertgebouw bijwoonde, droeg een indruk mede, die nooit zal worden uitgewischt. Een schare van 1200 onderwijzers, uit alle deelen van het land saamgekomen, vulde de feestelijk versierde zaal. Er was een enthousiasme en geestdrift, die schier onbegrijpelijk is voor wie de diepte van ons Hollandsch gemoedsleven niet kent. En het was een verkwikking voor het hart, te zien, hoe de mannen van hooge positie, de Raadslieden van de Kroon, de vertegenwoordigers van het volk, de mannen van wetenschap en de geestelijke leidslieden van ons volk hier saam waren gekomen om met onze christelijke onderwijzers het Soli Deo Gloria, de eere aan God alleen, aan te heffen.

Niet altoos mogen onze christelijke onderwijzers gevoeld hebben, hoe hoog hun stille arbeid werd gewaardeerd. De opoffering, die zij zich hebben getroost, waar aan de staatsschool zooveel beter positie hun toelachte, werd niet altoos vergoed door de sympathie van hen, die zij dienen wilden. En wie van nabij het leven onzer onderwijzers gadesloeg weet, hoe naast stillen dank voor den zegen, dien God hun in het kinderhart schonk, soms ook de klacht beluisterd werd, dat tegen menig vooroordeel ook onder christenen moest worden gekampt.

Maar een dag als deze, nu het gouden jubileum aanbrak, moet een rijke vergoeding zijn geweest. Niet om den mensch te prijzen, maar om hetgeen God door menschen deed te erkennen, werd warme hulde, in woorden die tot het hart spraken omdat zij uit hart kwamen, aan hun arbeid gebracht.

En in die hulde stemt heel onze christelijke pers mede.

Wat de christelijke school aan zegen meebracht voor ons volk, voor ons sociale leven, voor de weeropbloeüng der christelijke kerk in ons vaderland kan niet met een enkel woord gezegd. Eerst later zal de historie recht doen aan den invloed van het christelijk onderwijs op den gang onzer volksontwikkeling. En wel verre dat de taak der christelijk school reeds volbracht is, nu ze een derde deel van de kinderen van ons volk opvoedt, ligt juist in dien zegen veeleer een prikkel om niet te rusten, voordat, gelijk Dr. A. Kuyper terecht opmerkte, niet een derde en niet twee derden, maar drie derden van de kinderen van ons volk een christelijke opvoeding ontvangen.

Maar al is het ideaal nog niet bereikt; al ligt voor onze christelijke onderwijzerswereld nog een breed terrein open, dat bewerkt moet worden: in uitbreiding van invloed, in verdieping der beginselen, in oplossing van tal van vragen, die zich voordoen met betrekking tot kerk en staat; de herdenking' van hel glorieus verleden van onze christelijke school stemt tot warmen dank aan God en aan de mannen, die aan het christelijk onderwijs hun beste krachten hebben geschonken.

Zonder hun toewijding zou de christelijke school niet hebben kunnen bloeien. En al wie in de christelijke school het zout van ons volksleven erkent, brengt daarom op dit hooge feest aan onze christelijke onderwijzers een eeresaluut.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 29 mei 1904

De Heraut | 4 Pagina's

Gouden jubileum

Bekijk de hele uitgave van zondag 29 mei 1904

De Heraut | 4 Pagina's