Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Vrije Wetenschap.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vrije Wetenschap.

6 minuten leestijd

De Tijd heeft in een tweetal hoofdartikelen de onwaarheid in het licht gesteld van de leuze „vrije wetenschap, " waarmede de mannen der ongeloovige wetenschap de voorstanders eener geloovige wetenschap als de belagers van de vrijheid der wetenschap aan de kaak willen stellen.

In het eerste artikel wordt uiteengezet, dat de wetenschap krachtens haar aard met de waarheid niet in strijd mag komen, maar deze heeft te eerbiedigen. In beginsel zal ieder dit toestemmen, maar, zoo merkt De Tijd terecht op, zoodra dat beginsel wordt toegepast, komen de bezwaren.

Wij kunnen nauwelijks de conclusie trekken j en zeggen: houdt dus voor oogen, dat de D wetenschap elke waarheid moet eerbiedigen en h uitteraard ook geëerbiedigd wil zien, om het b even door wien ze tot haar komt en hoe zij t wordt bekend gemaakt, of zie, eensklaps slaat m hun de schrik om het hart, vreezen zij — en d niet ten onrechte — in de engte te zullen b worden gedreven en beginnen dan uit alle z macht te roepen: „De wetenschap is vrij, hoog w worde gehouden de vrije wetenschap!'' Alsof v wij haar willen beknellen door onwaardige p banden.

Vanwaar die plotseling; vrees ?

Wijl men heel goed bemerkt, den eisch der wetenschap en der waarheid te kort te doen, niet met alle waarheid rekening te houden.

De verschillende waarheden namelijk, die de mensch leert kennen, zou men in vier klassen kunnen verdeelen. Vooreerst hebt ge tal van waarheden, welke ieder in het dagelijksch leven b kent, als bijv. het eenvoudige tweemaal twee is vier, enz. enz. Vervolgens andere, die door de k geleerden, soms na lang vorschen en zoeken, zijn opgespoord en nog worden opgespoord, als zijnde de wetten der natuur, de uitkomsten van het wetenschappelijk experiment.

Buiten deze twee klassen zijn er echter nog vele waarheden, die vooral betrekking hebben op den Onzichtbaren Schepper, van wien de zichtbare schepping spreekt en tot Wien zij leert op te klimmen, wat wij kennen van God en Zijne eigenschappen. En ten vierde heeft God-zelf op bovennatuurlijke wijze, zoo in het Oude als Nieuwe Verbond, den menschen verschillende waarbeden geopenbaard.

Wat doet nu de ongeloovige geleerde ?

Slechts de eerste en tweede klas van waarheden bestaan voor hem, de andere verwerpt hij, of laat ze minstens buiten beschouwing. Hij handelt en leert, alsof ze niet bestonden. En wijl zijn innerlijke overtuiging hem minstens het roekelooze zijner handelwijze voorhoudt, daar hij zonder eenig ernstig onderzoek die waarheden afwijst, niet zelden ze tegen beter weten in verwerpt, gevoelt hij zich tegenover den geloovigen geleerde steeds in minder aangenamen toestand.

Hoe onredelijk en onwetenschappelijk dergelijke handelwijze is, behoeft geen betoog.

De wetenschap stelt ook hem haar strenge eischen, de Vrije Wetenschap. Zij-wil niet, dat één enkele waarheid wordt op zij gezet, hetzij die betreft de zienlijke of onzienlijke dingen Zij heeft hare perken, die zij zelf trekt. Maar zij wil niet, dat een ander naar eigen luim en willekeur den kring van haar terrein verenge.

Als de ongeloovige geleerde zegt: Ik bekommer mij niet om waarheden, die misschien strijden met mijn stelsel, ik houd liever vol wat mij zelf goeddukt, dan te gaan zoeken of een of andere waarheid mijn gevoelen logenstraft, dan komt de vrije wetenschap tegen denzulke in verzet, wijl hare rechten door hem worden verkort. Want dit juist is niet de vrije, maar de door het ongeloof beperkte wetenschap huldigen.

Dit nu geeft men, al blijkt, het zonneklaar, aan de overzijde niet toe.

En wat doet men om die ontrouw aan de wetenschap te ontveinzen ? Men neemt zijn toevlucht tot het gewone middel: frappez toujours en begint eensteramig te roepen : leve de Vrije Wetenschap! Wij laten ons niet binden.

Wij buigen niet voor gezag; daarvoor is de wetenschap ons te heilig!

Bij al dat geschreeuw en al die beweging springt duidelijk genoeg in het oog het ééne punt, waar ook hier alles om draait. De vraag is, of men een persoonlijke God belijdt, Schepper van alle dingen, of men erkent, dat wij iets van den Oneindige en Zijne eigenschappen weten, of men de goddelijke openbaring aanneemt dan wel verwerpt. De zucht om den persoonlijken God overal te bannen is de stille kracht i!ie ook bij hen werkt.

Dienvolgens moet men aan de overzijde — wil men eerlijk zijn — tegen ons niet optreeden in naam der Vrije Wetenschap, we laten die zoo vrij en vrijer dan zij, en tientallen van groote geleerden zijn daar om het te getuigen, maar in naam der godloochening, of, wanneer het de openbaring betreft, in naam van het rationalisme, dat d? bovennatuurlijke openbaring afwijst. Als wij verzet aanteekenen b.v. tegen verkondiging en verbreiding der valsche leer, dat de mensch ontstaan I-OVL zijn door eenvoudige ontwikkeling van het dier, als ook wij eischen, dat een docent, die een gruwel wil verheerlijken als waarover zelfs ongeloovige deelnemers aan het Grim neel Anthropologisch Congres hun afschuw uitdrukten, van het leergestoelte worde geweerd, dan moeten de voor standers van het evolutionisme, dan moet die docent zich niet willen dekken door een beroep op de Vrije Wetenschap.

Neen, juist de Vrije Wetenschap stelt dien eisch. Neen, dan moet de evolutionist eerlijk spreken en zeggen: ik bekommer mij niet over hetgeen gij beweert omtrent de onsterfelijke ziel van den mensch, ik houd mij met die vragen niet op, ik handel eenvoudig alsof die vragen en hunne oplossingen niet eens bestonden en daarom houd ik tegen u maar vol, dat de mensch een ontwikkeld dier is en niet meer. Dan moet die docent inbrengen: ik bekommer mij niet om de wetenschap, om sommige waarheden welke ook zij huldigt, neen, ik wensch ongemoeid te blijven in het verkondigen wat ik wil. Ik nu erken geen God en geen Oppersten Wetgever. Krachtens mijne zienswijze eisch ik dus mijtie vrijheid, niet de vrijheid der wetenschap op.

Dat is uitspreken, wat men denkt. Dat is het vraagstuk in zijn waren aard voorstellen. En dan blijkt het niet te betreffen de vrije wetenschap, maar de erkenning of loochening van den waren God, het al of niet aanhangen van het rationalisme.

Dit is scherp, maar raak gezegd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 5 juni 1904

De Heraut | 4 Pagina's

Vrije Wetenschap.

Bekijk de hele uitgave van zondag 5 juni 1904

De Heraut | 4 Pagina's