Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De ernst van den strijd.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De ernst van den strijd.

5 minuten leestijd

Amsterdam, 10 Juni 1904.

Al is De Heraut geen politiek blad, toch mag de ernst van den strijd, die de volgende weken in heel ons vaderland zal gestreden worden, onzen lezers wel op het hart worden gebonden.

Een jaar geleden dreigde ons de sociale revolutie. Toen was het de socialistische en anarchistische partij in bond, die met schennige hand zich van de macht wilden meester maken en ons goede land aan al de gruwelen van een burgeroorlog wilden prijs geven. En alleen door het krachtig optreden van ons Christelijk Ministerie werd de aanslag verijdeld en bleef rust en vrede in ons land bewaard.

Maar de toen overwonnen vijand gaf daarom den kamp niet op. Waar staking en geweld machteloos bleken, zal men thans langs den weg der politiek zijn doel bereiken. Bij de Statenverkiezing hoopt men aan het Ministerie een slag toe te brengen, waardoor zijn val onvermijdelijk wordt. En als dan" een liberaal-socialistisch Ministerie op het kussen komt zal de nederlaag van 1903 gewroken zijn.

Om dat doel te bereiken wordt geen middel onbeproefd gelaten. De universitaire wereld zweept men op met het schrikbeeld, dat aan de vrije universiteiten gelijke rechten zullen worden toegekend. Bij de predikanten der Hervormde Kerk speelt men op het klavier van het behoud der vaderlandsche kerk. Den groothandel en den werkman wordt het spook van verhoogde tarieven en duurdere levensmiddelen voorgehouden. En aan het hoofd van deze geheele campagne staat Mr. Troelstra, die thans door Handelsblad en Nieuwe Rotterdammer geflankeerd wordt. Zoo zal het één stormloop worden van alle partijen, die, in het gareel van den socialistischen leider gespannen, de poort zullen openrammeien, waardoor het socialisme zijn zegevierenden intocht zal doen.

Hoe de afloop van die worsteling zal zijn, kan niemand vooruit voorspellen.

Maar wel dient tweeërlei helder te worden ingezien.

Vooreerst dat deze strijd principieel zich richt tegen het Christelijk karakter van ons Kabinet.

In 1902 heeft de groote meerderheid van ons volk zich uitgesproken voor een beslist Christelijke staatkunde. De ontwrichting van de zedelijke en religieuze grondslagen van ons volksleven wilde men niet langer. Men gevoelde dat Nederland allengs meer gedreven werd op den stroom van revolutionaire denkbeelden; men zag hoe de openbare school de propagandaschool van het socialisme werd; hoe - onze Rijks Universiteiten in de handen van het ongeloof waren overgeleverd; hoe zelfs de meest fundamenteéle begrippen van recht en zedelijkheid werden ondermijnd. En het volk dat in zijn breede kringen nog Christelijk denkt en leeft, ontwaakte uit zijn lethargie, sprak een beslist: tot hiertoe en niet verder, en toonde door de keuze van zijn vertegenwoordigers, dat het een dam wilde opwerpen tegen den revolutionairen stroom.

In plaats van voor deze uitspraak van het volk zich te buigen, hebben de liberale en socialistische partijen tegen het Kabinet, uit deze volksactie voortgekomen, een oppositie gevoerd, die het karakter eener loyale oppositie ten eenenmale miste. In de Kamer werd obstructie-politiek gevoerd. Inde pers zoekt men kracht in allerlei persoonlijke aanvallen en hatelijkheden. En thans wil men van een tusschentijdsche statenverkiezing misbruik maken, om pressie uit te oefenen op de Eerste Kamer, en haar, in strijd met haar roeping, tot een machine de guerre tegen het Ministerie te maken. Gelukt deze toeleg, dan krijgt men niet alleen een conflict tusschen de Eerste en Tweede Kamer, waarvan de politieke gevolgen niet te overzien zijn, maar dan wacht in de toekomst ons nog een feller aanranding van onze Christelijk vrijheid dan ooit te voren. Ook al treedt toch een liberaal Ministerie op, het zal moeten regeeren bij de gratie van de socialistische leiders en naar hun pijpen moeten dansen. De liberale partij mag thans wanen, het socialisme als hulptroep te kunnen gebruiken, om de verloren macht te herwinnen, maar zij zal te laat ondervinden, dat ze machten ontketend heeft, die zij niet meer in staat is te breidelen. De dienstmaagd van heden wordt morgen meesteres.

Daarom moet alle kracht worden ingespannen om dit onheil van land en volk af te weren. De strijd gaat ditmaal niet om een ondergeschikt politiek of sociaal belang, maar draagt een beslist principieel en religieus karakter. Al wie belijdt, dat alleen in onderwerping aan Gods Woord heil voor ons volk te wachten is, moet dezen aanslag keeren. Wie thans door onverschilligheid, lauwheid of zorgeloosheid van de stembus •wegblijft, pleegt verraad aan ons heilig beginsel.

En hierbij komt in de tweede plaats, dat wanneer thans ons Christelijk ministerie te vallen komt, de rijke winst, die men in 1902 verwachtte, roekeloos wordt verspeeld. Of de klacht juist is, dat het Ministerie in de afgeloopen drie-jarige periode meer had kunnen doen, laten wij thans rusten. Maar zelfs zij, die deze grieiren inbrengen, hebben wel te bedenken, dat een rijke voorraad van wetten bij den Raad van State en de Kamers is ingediend, waardoor menig Christelijk volksbelang wezenlijk zal worden gebaat. Wegneming van de Staatsloterij, vermindering van den vaccinedwang, beteugeling van de prostitutie, verbetering van het lot onzer Christelijke onderwijzers en zooveel meer wacht op afdoening. Struikelt-het Kabinet over de eerste wet, waarin het Christelijk beginsel uitkomt, dan is al de verrichte arbeid vruchteloos geweest, en van een liberaal Ministerie is voor deze Christelijke belangen niets te wachten.

Treedt daarentegen het Ministerie versterkt uit dezen strijd te voorschijn, dan zal niet alleen de oppositie der Eerste Kamer gebroken zijn, maar ontvangt het Christelijk Kabinet nieuwen moed om op den ingeslagen weg voort te gaan en wordt ook voor de worsteling, die in 1905 ons wacht, hope op overwinning geboden.

Voor God en Vaderland zij daarom bij dezen strijd de bezielende leuze. En het diepe besef dat het gaat niet om de eere van een mensch, niet om de macht eener politieke partij, maar om de eere van den heiligen God, drijve ons uit tot ootmoedig gebed, dat Hij in dezen strijd ons de overwinning schenke.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 12 juni 1904

De Heraut | 4 Pagina's

De ernst van den strijd.

Bekijk de hele uitgave van zondag 12 juni 1904

De Heraut | 4 Pagina's