Krachtige organisatie.
In onze roomsche pers werd onlangs terecht er op gewezen, hoe groot de kracht is, die van de Roomsche Kerk in Engeland uitgaat.
Het getal Roomschen met name in Londen is betrekkelijk zeer gering. Op een bevolking van 6 millioen telt de Roomsche Kerk niet meer dan een kwart millioen leden. Maar hoe klein dit getal ook is op de reuzenbevolking dezer wereldstad, toch gaat van deze kleine groep een kracht uit, die voor de massale Staatskerk wel diep beschamend is. Generaal Booth, die het donkerste deel van Londen zoo door en door kent, sprak het openlijk uit, dat door geen kerk meer gearbeid wordt dan door de Roomsche Kerk. Terwijl bij de Staatskerk met al haar privelegien het kerkbezoek steeds afneemt, de onverschilligheid op religieus gebied steeds grooter wordt en voor de nooden en behoeften van armen en ellendigen schier niets gedaan wordt, bloeit het kerkelijk leven in de Roomsche Kerk, bindt ze haar leden aan de Kerk, wijdt ze haar zorgen aan kranken en verlatenen, is ze een macht geworden, waarmede het publieke leven rekenen moet.
Al stemmen we toe, dat het verschil tusschen de Roomsche en de Protestantsche opvatting van de Kerk, de goede werken enz. op dit verschijnsel invloed heeft, toch mag daarin alleen de oorzaak niet gezocht worden. In menig land, waar de Roomsche Kerk Staatskerk is en alle macht in handen heeft, is de toestand lang zoo gunstig niet en blijkt juist de massaliteit der volkskerk een beletsel te zijn om zoo op het volksleven in te werken.
De diepere oorzaak ligt in de krachtige organisatie, in den band, die tusschen elk lid en de kerk bestaat, in het feit, dat in het Protestantsche Engeland het een daad van overtuiging is om tot de Roomsche Kerk te behooren. Eeuwen lang is de Roomsche Kerk in Engeland vervolgd; was elk staatsambt voor den Roomsche gesloten ; rustte de publieke verachting op de Roomsche Kerk. Juist door die vervolging werden de Roomschen nauw aaneengesloten; werd uitgezuiverd wat alleen uit gewoonte of sleur meeliep; kreeg men een vastaaneengesloten geheel. En zoodra de vervolging ophield en ook de Roomschen als staatsburgers voor de wet gelijke rechten kregen, plukte de Roomsche Kerk de vrucht van haar martelaarstijdvak en won ze ook uiterlijk aan kracht.
Daarin ligt ook voor ons een les.
Het getal van de leden onzer Gereformeerde Kerken in ons vaderland is betrekkelijk klein. Hoogstens een half millioen. De tijd van smaad en vervolging ligt nog niet zoo ver achter ons. Maar juist daaraan danken we, dat in onze kerken nog zooveel heilige bezieling leeft; dat de bediening des Woords trouw wordt bezocht, decatechisatiën niet worden verzuimd, onze ouderlingen hun gemeenteleden hoofd voor hoofd kennen, onze diakenen met vlijt arbeiden om in allen nood der armen te voorzien; dat er in één woord een kerkelijk leven wordt gevonden, gelijk de Schrift ons dat in de eerste gemeenten der Christelijke Kerk teekent.
Voor het gebrek, dat ook ons kerkelijk leven aankleeft, zijn we daarom niet blind. En wanneer onlangs door de Kerkelijke Courant een klacht, door Ds. Winckel op de ouderlingen-conferentie geuit over achteruitgang in het kerkelijlc leven, werd uitgespeeld tegen een meer optimistische beschouwing in één onzer meditatiën, dan bleek ook daaruit opnieuw, hoe weinig van die zijde verstaan wordt, dat voor een goed gereformeerde het ideaal hier op aarde onbereikbaar is. Maar al belijden we met den Apostel Paulus, dat we nog niet gegrepen hebben waartoe we van Christus
gegrepen zijn en het volmaakte ook bij ons niet wordt gevonden, we zouden te kort doen aan het werk Gods, wanneer we Hem niet dankten voor het goede, dat Hij uit genade aan onze Kerken geschonken heeft.
De kleinheid van ons getal behoeft ons daarom niet te drukken. Eén Gideonsbende is meer waard dan het leger der Midianieten. En mits ook in onze kerken de band vastblijft, die de leden omsluit; de kracht van Gods Woord heerscht over de conscientie; de arbeid der reddende en zoekende liefde wordt behartigd; door school en universiteit wordt ingewerkt op de jeugd van ons volk, behoeft voor de toekomst geen vreeze te bestaan.
Niet door kracht noch door geweld, maar door den Geest des Heeren HEEREN wordt Gods tempel gebouwd.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 23 oktober 1904
De Heraut | 4 Pagina's