Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

„God had hen vroolijk gemaakt met groote vroolijkheid.”

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

„God had hen vroolijk gemaakt met groote vroolijkheid.”

7 minuten leestijd

En zij offerden deszelven daags groote slachtofferen, en waren vroolijk, want God had ze vroolijk gemaakt met groote vroolijkheid; en ook waren de vrouwen en de kinderen vroolijk; zoodat de vroolijkheid van Jeruzalem van verre gehoord werd. Nehemia 12 : 43.

Tweeërlei wisseling breekt gedurig den gewonen gang van het leven: Smart en vreugd. Hoe geduriger die wisseling plaats grijpt, des te interessanter wordt het leven.

In een vlak land als het onze biedt de weg geen afwisseling, en daarom trekt het hart soms zoo sterk naar het hoogere land met zijn bergen, die naar boven, en met zijn dalen, die naar beneden gaan. En zoo is ook het gewone leven, dat jaren achtereen stil voortkabbelt met effen spiegel, voor het geloofsleven niet het rijkste, maar het armste stuk. Het spaart ons de worsteling, maar ook onthoudt het ons de geloofsoverwinning. Het oefent te weinig in zielsomgang met zijn God. Het spant onze geloofskracht niet, en kan daarom die geloofskracht niet sterken.

Maar is uit dien hoofde gedurige afbreking van den gewonen gang in het leven een voordeel, zaak is het daarbij op onze hoede te zijn voor een eenzijdigheid, waarin het hart zoo licht vervalt. •

Velen toch beelden zich in, dat zoo goed als uitsluitend; de afwisseling die smart aanbrengt, het geloofsleven verhelderen kan; en dat met de afwisseling die uit vreugde opkomt, hier niet te rekenen valt.

Ze hebben ervaren wat de Psalmdichter 'zong: „'k Sloeg, eer ik werd verdrukt, den dwaalweg in, maar nu, geleerd, houd ik uw wet en wegen." En omgekeerd deden ze meer dan eens de ondervinding op, dat vreugde hen van den weg der godsvrucht afvoerde.

Die ervaring bracht er hen toe, in de smart een bondgenoot, in de vreugde een vijand voor hun geloofsleven te zien.

Op grond van die ervaring neigden ze tot het sombere en droefgeestige, en banden de vroolijkheid uit hun leven.

Ze vergaten dat God aan zijn kind niet alleen de traan in het oog, maar ook den lach om de lippen heeft gegeven.

Er sloop zoodoende iets onnatuurlijks in hun levensopvatting in. En al genoten ze soms nog in een oogenblik de vroolijkheid, haast beschouwden ze die verrassende genieting als een verleidende macht, waaraan ze weerstand hadden behooren te bieden.

Niet alleen voor zich-zelf, maar ook voor anderen speuren ze daarom in echte vroolijkheid een bestendig gevaar.

Zelfs gaan sommigen zóóver van het zelfs voor hun kinderen bedenkelijk te achten, zoo deze toegeven aan vroolijke pret.

Is dit wat God in zijn Woord wil?

We lezen daar van de Joden, na hun terugkomst uit Babel, toen de tempel weer zoo goed als het ging hersteld was, dat ze uitbarstten in luidruchtige vroolijkheid; en daarvan nu meldt ons de Schrift: „Want God had hen vroolijk gemaakt met groote vroolijkheid, en ook waren de vrouwen en kinderen vroolijk; zóó dat de vroolijkheid in Jeruzalem van verre ge hoord werd."

Er is hier alzoo sprake van een groot volksfeest, waaraan mannen, vrouwen en kinderen deelnamen, en waarbij het gezang, het gejubel en het gejoel een zoo luid karakter aannam, dat men in de dorpen om Jerusalem gelegen, van verre het gerucht van denvroolij ken jubel opving.

En van dit groote volksfeest in Jerusalem zegt ons de Schrift, dat het God zelf was, die heel de bevolking, oud en jong, man en vrouw, ouders en kinderen „vroolijk had gemaakt met groote vroolijkheid, ”

Van een zondige vreugd was hier geen sprake. Het was een nationaal volksfeest, dat de herbouwing van den tempel tot middenpunt had. Maar dat feest droeg niet een stijf, gebonden karakter. Het kenmerkte zich door ongedwongen vroolijkheid. Door een vroolijkheid, die heel het volk aangreep, die een lach op aller aangezicht, een zang op aller lippen bracht, en aan heel Jerusalem een dag schonk van gulle, vroolijke ontspanning.

Hieruit ziet ge, dat niet alleen de smart, maar ook de vreugd, mits ze niet in zondige uitspatting verloope, door God gewild is en door God gewerkt wordt, en dat de vreugd evengoed als de smart, een hoog ernstige beteekenis voor ons menschelijk leven heeft.

Wat we noodig hebben is evenwicht.

Drukt de smart, het verdriet, de tegenspoed ons te lang neer, dan verliezen we iets van de weerstandskracht van ons geloof, het evenwicht in oDze ziel wordt verbroken, en we neigen tot somberheden, die het ongeloof in ons voeden en bitterheid in ons hart wekken kan.

Nu heeft de zonde de velerlei ellende in haar nasleep over ons menschelijk leven gebracht; en waar, als gevolg hiervan, die bittere ellende ons hart te zeer zou neerdrukken, heeft God de Heere in zijn goede gunste ons de vreugd, de vroolijkheid als tegengif en tegenwicht geschonden, om te gevaarlijke somberheid te breken en de worm, die aan ons geloof zou gaan knagen, te dooden.

Dit is zóó waar, dat zelfs anderer vreugd en vroolijkheid ons uit onze somberheden in gezonder stemming kan doen opwaken. Of wie genoot, al stond zijn eigen ziel sombjf niet telkens van de gulle vreugd en vroolijkheid van zijn kinderen, en leefde er niet onder op?

Zelfs lichamelijk heeft de levensvreugde en de gulle huislijke vroolijkheid haar roeping te vervullen. Verdriet drukt ons zenuwleven, vreugde en vroolijkheid ontspannen ons; en ge bevordert de genezing uit menige krankheid, zoo het u gelukt vroolijker gedachten in den kranke plaats te geven.

Onze krankzinnigen-gestichten zouden meer dan één zielszieke minder hebben op te nemen gehad, indien de somberheid niet in melancholie en de melancholie door gemis aan vroolijken zin in zielskrankheid ware overgeslagen.

Zeker, het geloof kan ten slotte, na veel oefening, zulk een graad van sterkte bereiken, dat het ook bij bestendigen druk en bij gemis van alle vroolijkheid, toch stand houdt en in de verdrukking nog wast; maar zulk een krachtige geloofsstand is hooge uitzondering.

Bij verreweg de meesten lijdt het geloof er onder, en de gevallen zijn lang niet zeldzaam, dat het geloof bij alle gemis aan opvroolijking bezwijkt.

Wie weet te genieten, maakt zichzelven zoo rijk. Er is niet altoos festijn en luidruchtigheid voor noodig. Ook in het gewone leven groeien te midden der weide zoo tal van grasbloempjes, die de meesten vertreden met hun voet, zonder er met het oog van te genieten. En zoo ook biedt het gewone dagelijksch leven zooveel vriendelijkheid, zooveel liefs in het kleine, dat wie er den smaak voor niet verdierf, gedurig oorzaak van verblijden vindt.

In deze wereld moeten we voor de hoogere wereld leven, en daarom doen we tekort aan den eisch van onze natuur en aan den eisch der roeping Gods, zoo we voor die vele, stille, kleine genietingen geen oog en geen hart hebben.

Somberheid en droefgeestigheid stooten af en maken eenzaam; gulle vroolijkheid sluit aaneen en onttrekt u aan uw verdriet althans voor korte oogenblikken. Ze geeft nieuwe kracht en nieuwen moed om straks de worsteling tegen uw lijden en uw verdriet weer op te vatten, én u overwinnaar te maken in uw worsteling voor het geloof.

Ook spreekt hier de dankbaarheic!, de dankbaarheid jegens uw trouwen Vader die in de hemelen is.

Tot zelfs de kleinste lieflijkheid in ons leven komt u van Hem toe; en als Hij u daardoor blijde en vroolijk wil maken, spreekt er dan geen ondank in, zoo gij uw hart er voor toesluit en volhardt in uw droefgeestigheden ?

Zoo hebben de vroomsten onder de vromen het dan ook altoos begrepen, en steeds zijn ze tot zelfs voor kinderen aantrekkelijk die ouden van dagen onder de godvruchtigen, die tot in het kleinste nog meê kunnen genieten, en door hun vriendelijken lach een toon van vroolijkheid in heel het gezin inzetten.

Wie tegen die goedheden Gods en zijn bedoeling ermede ingaat, schiet in vroomheid te kort, en schaadt zichzelven en anderen.

Lees en herlees wat uit de dagen onzer vaderen tot ons kwam, als openbaring van hun huislijk en hun vriendenleven, en het is altoos weer de vroolijke, gulle lach die u tegen klinkt, zelfs uit de dagen, toen de vervolgingen nog zoo bitter waren.

Natuurlijk is elk Christen gekant tegen alle vroolijkheid die God doet vergeten; maar er is ook een vroolijkheid in het gezin en onder vrienden, die tot dank voor de goedertierenheden onzes Gods stemt.

Smart en vreugde, ze zijn de twee schalen aan de balans van 't leven, maar beiden komen ons van God en beiden moeten in evenwicht staan, om ons tot God op te heffen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 11 december 1904

De Heraut | 4 Pagina's

„God had hen vroolijk gemaakt met groote vroolijkheid.”

Bekijk de hele uitgave van zondag 11 december 1904

De Heraut | 4 Pagina's