De Hervorming.
Ons antwoord op de bedenkingen van De Hervorming tegen onze artikelen over de „plaats van den mensch in het heelal" ingebracht, hebben haar natuurlijk niet overtuigd.
Dat was te verwachten.
Ze spreekt van „uitvluchten", van de „vindingrijkheid" van De Heraut. Wanneer we bij de hemelvaart van Henoch, Elia en onzen Heiland er op wezen, dat hier een wonder geschied was en dit wonder niet verklaard kan worden, antwoordt ze, dat het wonder „de toevlucht bij uitnemendheid" is.
Op zulk een wijze wordt polemiek doelloos.
Zoo werpt De Hervorming nu weer op onzen weg, dat de mededeeling van de Schrift aangaande het stilstaan van de zon op Jozua's bevel en het achteruitgaan van den zonnewijzer op Hiskia's zonneplaat, toch onmogelijk te rijmen is met wat de sterrekunde ons leert.
Op beide punten verwacht ze een nader antwoord.
Nu duiden we het aan De Hervorming niet euvel, dat ze de oude jaargangen van De Heraut niet bij de hand heeft, maar waar onze redactie nog niet zoo lang geleden beide feiten uitvoerig besprak in de hoofdartikelen over de Ordinantiën des Heeren, kan toch kwalijk gevergd worden, dat ze dit betoog ten gelieve van De Hervorming nog eens herhaalt.
Overtuigen doen we De Hervorming iaóx niet. En wanneer al van te voren verklaard wordt, dat we „vindingrijk" zijn en met „uitvluchten" ons wel weer zullen behelpen, begeeft de lust om nader van gedachten te wisselen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 22 januari 1905
De Heraut | 4 Pagina's