Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

„Telt Hij niet al mijne treden”?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

„Telt Hij niet al mijne treden”?

8 minuten leestijd

Ziet Hij niet mijne wegen, en telt Hij niet alle mijne treden ? Job. 31 : 4.

Uw leven is het afloopen van een weg, die begint bij uw ontvangenis, en die eindigt in uw graf.

Op dien weg wordt ge eerst een eindweegs gedragen, dan geleid, en allengs begint ge op dien weg zelfstandig en eigener beweging te gaan.

Ge wordt eerst gedragen in uws moeders schoot, daarna op moeders arm, tot ge allengs gaan leert aan anderer hand. Dan leidt men u, eerst letterlijk, doordien men u bij de hand neemt, en straks overdrachtelijk in de jaren uwer opvoeding.

Maar het einddoel van dat dragen en leiden is, dat ge zelf in staat wordt uw weg door het leven te kiezen, en op dien weg gaat in eigen manlijke kracht of met eigen vrouwelijke teeder heid. Dat zelf gaan begint dan schuchterlijk, zoolang ge knaap of meitje zijt, maar met de jaren neemt ge toe in zelfbewustzijn en kracht; en zijt ge wat men noemt volwassen, dan vangt het eigenlijke leven onder eigen verantwoordelijkheid aan; en eerst van dat oogenblik af, kan gezegd dat ge uw weg treedt.

Uw weg trederi is, wetende wat ge doet, stap voor stap op uw weg voorwaarts en verder zetten. En wel hem die zeggen mag, dat daarbij het Woord zijns Gods het licht was op zijn pad, en de lamp voor zijn voet. Nu versta men dit niet werktuigelijk. Ge kunt uren lang op een bergpad omdplen of door een dal uw schreden richten, zonder dat ge één tred gezet hebt op uw levensweg. En omgekeerd, kunt ge zulk een tred op uw levensweg, zelfs van hooge beteekenis, zetten, zonder dat ge uw woning uitgingt, of zelfs terwijl ge nederlaagt op uw legerstede.

Een tred op uw levensweg is elke gedachte die in u rijpt; elke overlegging die u tot een besluit brengt; elke keuze tusschen rechts of links waartoe ge overging»; elke handeling die voor uw toekomst beslist; elk woord, dat uw gang bepaalt; elke daad, waarin een richting zich uitspreekt; elke band dien ge aanknoopt, elke strijd waarin ge u mengt; elke actie waaraan ge deel neemt; elke taak die ge aanvaardt; kortom, een tred op uw levensweg is elke levensuiting, die iets in uw toestand verandert en iets voor uw toekomst bepaalt.

Er zijn er die een plantenleven leiden, en in wier leven tusEchen wieg en graf weinig meer dan een tiental 'treden liggen; maar er zijn er ook die een rijk, veelbewogen leven doorworstelen, en voor wie bijna elke dag, of althans elke week, een nieuwen tred op hun levensweg bracht.

Men kan, zoo genomen, iemands leven afmeten naar het aantal treden dat hij aflegde.

Naar dat aantal groot of klein is, zal zijn leven rijk of arm uitvallen; en naar gelang het aantal goede treden het won van de gevaarlijke of zondige treden, zal zijn leven geheiligd of verzondigd zijn.

Het tellen van onze treden, is daarom voor het oordeel over ons leven van overwegende beteekenis.

Nu telt ge ten deele uw treden zelf.

Anderen tellen ze, uit liefde of uit haat, voor u.

Maar die ze van een iegelijk telt, en telt in eeuwige ontferming, is uw Schepper en uw Maker, de Heere uw God.

En daarom, te weten, en het in te denken: God telt mijn treden t is een stuk der zelfkennis, een steun voor uw zelfbewustzijn; een oordeel of een troost voor uw hart.

Een tred op uw levensweg is een stap, dien gij zelf zet.

Hier valt alzoo niet te denken aan wat ge ondergaat, noch aan het lot dat uw Vader, die in de hemelen is, over u gehengt; noch ook aan wat menschen u aandoen; maar uitsluitend aan wat gij zelf doet, aan wat van u uitgaat, aan wat voor uw rekening komt.

Dat kan wel saamhangen met wat ge ondergaat, met wat ge lijdt, of met wat menschen u aandoen, maar alleen in zooverre het op uw eigen ik, op u-zelf inwerkt, en uw eigen persoon er op reageert.

Hoe ge ondergaat wat u overkomt, hoe ge u houdt onder het lijden dat u treft, en hoe ge vetkWït oader wat menschen u aandoen, — is een vraag die uw eigen innerlijk bestaan raakt. Ge kunt door dit alles ongevoelig v, 'orden gemaakt, d. w. z. dat ge geen enkelen tred doet op uw weg, maar zijdelings op den weg gaat neermilten. Ge kunt er door geprikkeld worden tot wrevel, spijt en gemor, zelfs tot bitterheid en zondig verzet; en ook dan brengt het u geen tred vooruit, maar doet u een tred achterwaarts gaan. Maar ge kunt er ook door verwakkerd worden tot ernstiger levensbesef, tot krachtiger zelfbeheersching, tot inniger toewijding; en dan is de tred voorwaarts op uw levensweg ingedrukt, en spreekt uw voetstap van vordering en winste.

Maar toch, de eigenlijke, de krachtige tred op uw levensweg is de actie voorwaarts, waartoe ge komt uit eigen aandrift, tengevolge van innerlijke ontwikkeling, als vrucht van hoogere levensopvatting, als buit van overwinning op u zelven.

Ea zoo ligt voor Gods oog ook uw levensweg duidelijk met een reeks van ingedrukte voetstappen geteekend; en het zijn die inge drukte treden op uw levensweg, die het verklaren hoe ge van wat ge als kind waart, geworden zijt wat ge nu werdt.

Dit in te denken, is uw eigen leven rugwaarts overzien, om uit dat verleden uzelven beter te leeren kennen, uw zwakheden duidelijk te leeren onderscheiden, uw taak en roeping te leeren verstaan, en Gode het offer der dankbaarheid op te dragen, daar toch Hij het was, die u bij eiken stap voorwaarts gelokt, geroepen en ondersteund heeft.

Toch brengt niemand het hierbij zóóver, dat hij zijn eigen leven ten volle verstaat. Dit komt daarvandaan, dat wij dikwijls hooge beteekenis hechten aan wat in ons leven geen beslissing gaf, en daarentegen vaak niet letten op wat voor onze toekomst van hooge beslissing was.

Wij zien voor groot, ook in ons eigen leven, vsak aan, wat klein en nietig was, en daarentegen voor klein, wat groot was in Gods oog. En daarom, er is er maar één die ons leven recht afweegt, en van eiken tred op onzen levensweg de juiste waarde kent, en die ééne is God de Heere, die al onze treden telt.

Vandaar, dat zelfkennis niet buiten de gemeenschap met God voltooid kan worden. Het is in Gods verborgen omgang, dat we niet alleen onzen God, maar ook eerst recht ons zelven leeren kennen.

God de Heere telt uw treden.

Hem, en Hem alleen, is het bekend, hoeveel treden er op gansch uw levensweg zijn zullen. Hij, en Hij alleen weet, hoevele en welke van die treden ge reeds hebt afgelegd. Hij, en Hij alleen overziet, welke treden er nog volgen zullen. En Zijns alleen is de kennisse, tot welk resultaat, eer ge sterft, heel uw levensweg u leiden zal.

En ook hier vertoont zich vaak ietspijnlijks. Als ge 's menschen levenstijd in drie deelen indeelt, de jaren van uw opkomst, de jaren van uw volle kracht, en de jaren van uw afgaanden dag, merkt ge in dit derde deel vaak een in zinking die smartelijk aandoet.

In de jaren van op": omst was er dan ontwikkeling, in de jiren van de volle levens kracht een nog vorderen, maar met den afgaanden dag trad loomheid in, werden de treden op den levensweg al trager en zeldzamer; en maar al te dikwijls komt het voor, dat, zijn eenmaal de 50 jaren bereikt, er in geen enkel opzicht meer wasdom en vordering te bespeuren valt, zoo maar niet achteruitgang en zichtbare mindering.

En toch, dit voegt een kind van God niet. Integendeel, als met de jaren het inzicht in eigen leven te klaarder wordt, moest ook steeds helderder het verwijtend bewustzijn op leven, dat er te weinig treden gezet zijn op den weg die achter ons ligt, en dat we ons haasten moeten, eer het pad uit is, om onze schade in te halen.

In een goed besteed leven moeten de laatste jaren voor het sterven de rijpste en de rijkste zijn. Het aantal treden voorwaarts moet met het klimmen der jaren toenemen. De treden voorwaarts moeten meer in aantal, moeten forscher en kloeker worden. Naarmate wereld en zonde ons minder belemmeren, moet de aantrekkingskracht van wat heilig, hoog en ernstig is, machtiger op ons inwerken, en ons sterker vooruit trekken.

God telt uw treden.

Ook uw treden in dejaren van uw ouden dag. o, Geve God, dat als Zijn oog eens uw laatsten tred afmeet, ook die laatste tred een tred van de wereld af en naar Hem toe moge zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 22 januari 1905

De Heraut | 4 Pagina's

„Telt Hij niet al mijne treden”?

Bekijk de hele uitgave van zondag 22 januari 1905

De Heraut | 4 Pagina's