Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Een belangrijk proces.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een belangrijk proces.

5 minuten leestijd

VII.

Ook Lord Lindley handhaafde evenals Lord Macnagthen het recht en de vrijheid eener kerk om hare belijdenis te mogen wijzigen. Hij'deed dit, door zich inzonderheid te beroepen op de Westminster confessie zelve, waarin uitdrukkelijk stond, dat alleen Gods Woord onfeilbaar is; dat bij alle geschillen over geloofsartikelen door Gods Woord moet beslist worden, en dat het de roeping der Synode is, om Gods Woord uit te leggen en over de leergeschillen uitspraak te doen. De verklaring, die een vroegere Synode gaf, kan dus niet voor alle tijden bindend wezen, omdat geen Synode onfeilbaar is, maar mag door elke latere Synode gewijzigd of verworpen worden, v/anneer deze oordeelt dat de bedoelde verklaring in strijd is met Gods Woord.

Intusschen — en daarin schuilt het belang van dit advies — achtte Lord Lindley de macht der Synode op dit punt toch niet onbeperkt. „Ik houd het er voor, dat het duidelijk is, dat in de Confessie, evenals in andere dergelijke stukken, die zulk een macht scheppen, stilzwijgend een conditie opgesloten ligt, nl. dat die macht ter goeder trouw moet gebruikt worden voor het doel, waarvoor zij is verleend. Indien derhalve een Synode of een Concilie, onder het voorwendsel van haar macht uit te oefenen, de Kerk, die zij geroepen zijn te bewaren, zouden vernielen, of de leerstellingen, die zij geroepen zijn om te handhaven, zouden afschaffen, dan zou zulk een daad buiten hare bevoegdheid (ultra vires) gaan en ongeldig zijn uit het oogpunt der wet. Voor alle personen, die leden zijn van de Kerk van Schotland, is haar Generale Synode de hoogste vergadering der Kerk, en het is moeilijk de macht, door de vroeger genoemde stukken haar verleend, anders te beperken dan door een beroep op de vanzelf sprekende voorwaarde, waarop ik reeds heb gewezen. Ik kan niet met hen medegaan, die volhouden dat de macht van de Generale Synode onbeperkt is, maar ik ben zelf niet in staat de grenzen van haar bevoegdheid nauwkeuriger te bepalen dan hierboven is geschied. Het is waarschijnlijk onmogelijk een scherpe grenslijn te trekken tusschen alle daden van een Generale Synode, die tot haar bevoegdheid behooren, en die daar buiten vallen; maar daaruit volgt niet, dat het onmogelijk is, of zelfs maar moeilijk, om lin de groote meerderheid der gevallen te bes issen, of een bepaalde daad binnen of buiten haar bevoegdheid valt, Hoe groot die bevoegd*

heid ook zijn moge, ze is begrensd door wat in de Schrift kan worden gevonden. De Kerk moet zijn een Christelijke Kerk en wel een Gereformeerd Protestantsche Kerk. Dat alles is duidelijk. Ik voor mij zelf neig er toe om te denken dat zij ook een Presbytenaansche Kerk moet zijn, maar deze vraag isd.sputabel en doet zich gelukkig hier met voor.

Lord Lindley beroept zich dan voor deze beschouwing ook op de Barrier-act en komt ten slotte tot deze conclusie: „Mijne heeren indien de procedure, nu bij dit Huis aanhangig gemaakt, beslecht moet worden op grond van de reeds door mij genoemde documenten, dan zou ik lang aarzelen voordat ik tot de conclusie kwam dat datgene, waarover de appelleerende partij in hoofdzaak zich beklaagt, buiten de bevoegdheid van de Generale Synode der Vrije Kerk ligt. Elke uitlegging van de Schrift of de daaraan ondergeschikte formulieren van eenigheid, die ter goeder trouw door een Generale Synode wordt aanvaard en naar haar overtuiging beter uitdrukt de leer, die de confessie bedoelt uit te drukken in haar bewoordingen, kan niet, naar mijne meening, beschouwd worden, alsof ze buiten haar bevoegdheid valt, maar valt wel degelijk daarbinnen."

Wat Lord Lindley verder aanvoerde, kan hier veilig achterwege blijven alsvan minder belang. Ons doel was alleen om helder te doen uitkomen, hoe èn Lord Macnagthen èn Lord Lindley, die met de uitspraak van de rechters niet medegingen, dat deden omdat zij een Kerk niet absoluut wilden binden aan hare Belijdenis. Lord Macnagthen grondde zich daarbij vooral op het karakter der Vrije Kerk als nationale kerk van Schotland, \.oxè. Lindley beriep zich meer op de Westminster confessie, als zijnde het fundament, waarop de kerk was gebouwd; maar beiden kwamen tot dezelfde conclusie, dat het hier aanhangige proces principieel ging om de vraag, of een kerk macht en bevoegdheid had om haar Belijdenis te wijzigen of nader te verklaren. Hetgeen Lord Lindley opmerkte toont, dat deze bevoegdheid door hem niet onbeperkt werd geacht; dat hij een grens zoekt in de gebondenheid aan de Schrift, in de handhaving van het Christelijk, het Protestantsch en het Gereformeerd karakter der kerk; maar binnen deze grenzen mocht de Generale Synode zich vrij bewegen.

Hetgeen we uit dit proces meedeelden, zal genoegzaam hebben getoond, van hoe hoog belang de uitspraak van het Hoogerhuis niet alleen voor de Schotsche kerk, maar voor alle Protestantsche kerken is. Het vonnis door het Hoogerhuis gewezen, zal ongetwijfeld op de jurisprudentie ook in andere landen geen geringen invloed oefenen. De beginselen, die hier in geding zijn gekomen, raken niet alleen de Engelsche wetgeving of speciaal Schotsche toestanden, maar het leven van iedere Christelijke kerk. Het zijn twee lijnrecht tegenover elkander staande principes, die zich hebben uitgesproken; het eene, dat het wezen der kerk bestaat in hare belijdenis en elke verandering in die belijdenis aangebracht door de Synode, daarom in staatrechtelijken zin de bestaande kerk opheft en van haar goed beroofd; en het andere dat een Kerk een levend organisme is, dat de macht bezit om hare belijdenis te wijzigen, wanneer dit haar zelf noodig dunkt, zonder dat daarom de identiteit der kerk teloor gaat.

Hoe naar onze overtuiging over dit geschil te oordeelen is, wenschen v/e in een volgend artikel uiteen te zetten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 29 januari 1905

De Heraut | 4 Pagina's

Een belangrijk proces.

Bekijk de hele uitgave van zondag 29 januari 1905

De Heraut | 4 Pagina's