Revisie der Kerkenorde.
II. (Slot)
Het slot van het rapport over de revisie der Kerkenorde luidt:
Van de Leer, Sacramenten en andere Ceremoniën.
Art. LIII. De Dienaren des Woords Gods, en desgelijks de Professoren in de Theologie ('t welk ook den anderen Professoren en insgelijks den Rectoren en Schoolmeesters wel betaamt) zullen de drie Formulieren van Eenigheid der Nederlandsche Kerken onderteekenen, en de Dienaren des Woords, die zulks refusee ren, zullen de facto van hunne dienst door den Kerkeraad of de Classe opgeschorst worden, tot ter tijd toe dat zij zich daarin geheellijk verklaard zullen hebben, en indien zij obstinatelijk in weigering blijven, zullen zij van hunne dienst geheellijk afgesteld worden.
Art. LIV. Insgelijks zullen ook de ouder lingen en Diakenen, en degenen die door eene Classe als proponent worden toegelaten, de genoemde Formulieren van Eenigheid ondertee
kenen. Art. LV. Tot wering van de valsche leeringen en dwalingen, die door het lezen van kettersche boeken zeer toenemen, zullen de Die naars en de Ouderlingen de middelen gebruiken van leering, van wederlegging, van waarschu wing en van vermaning, zoowel bij den dienst des Woords als bij de Christelijke onderwijzing en bij het huisbezoek.
Art. LVI. Het verbond Gods zal aan de kinderen der Christenen met den Doop, zoo haast als men de bediening deszelven hebben kan, verzegeld worden, en dat in openbare verzameling, wanneer Gods Woord gepredikt v/ordt.
Art. LXII. Een iedere Kerk zal zulke manier van bidiening des Avondmaals houden, als zij oordeelt tot de meeste stichting te dienen. Weiverstaande nochtans, dat de uitwendige ceremoniën, in Gods Woord voorgeschreven, niet veranderd, en alle superstitie vermeden worde, en dat na de voleinding der predikatie en der gemeene gebeden het formulier des Avond.naals, mitsgaders het gebed daartoe dienende, zal worden gelezen.
Art. LXIII. Het Avondmaal des Heeren zal alle twee of drie maanden gehouden worden.
Art. LXIV. De bediening des Avondmaals zal alleen geschieden, waar toezicht is van Ouderlingen, volgens kerkelijke orde, en in eene open lijke samenkomst der gemeente.
Art. LXV. Lijkpredikatiën of lijkdiensten zul len niet worden ingesteld. En waar het gebruikelijk is, dat bij begrafenissen de Dienaar des Woords voorgaat, zal men toezien, dat door toespraak of gebed geenedei superstitie of verheffing van menschen worde in de hand gewerkt.
Art. LXVI. In tijden van oorlog, pestilentie, algemeene volksrampen en andere groote zwarigheden, waarvan de druk overal in de Kerken gevoeld wordt, zal een bededag uitgeschreven worden door de Classe, die daartoe door de laatste Generale Synode is aangewezen.
Art. LX VII. De Gemeenten zullen onder houden, benevens den Zondag, ook den Kerst dag, Paschen, Pinksteren en Hemelvaartsdag.
Art. LXVIII. De dienaars zullen alomme des Zondags, ordinaarlijk in de namiddagsche predikatiën, de somma der Christelijke leer, in den Catechismus, die tegenwoordig in de Nederlandsche Kerken aangenomen is, vervat, kortelijk uitleggen, alzoo dat dezelve, zooveel moge'ijk, jaarlijks mag geëindigd worden, volgens de afdeeling des Catechismus zelven daarop gemaakt.
Art. LXIX. In de Kerken zullen alleen de 150 Psalmen Davids, de Tien geboden, het Onze Vader, de 12 Artikelen des Gelocfs, de Lofsangen van Maria, Zicharias en Simeon, de Morgenzang en de Avond zang, en de Bedezang vóór de predikatie, gezongen worden. Alle andere gezangen zal men uit de Kerken v/eren, en waar er eenige alreeds ingevoerd zijn, zal men dezelve met de gevoeglijkste middelen afstellen. Art. LXX. Alzoo behoorlijk is, dat de huwe lijke staat voor Christus' gemeente bevestigd worde, volgens het Formulier daarvan zijnde, zullen de Kerkeraden daarop toezien.
Van de Censuur en Kerkelijke Vermaning
Art. LXXV. Van al zulke zonden, die van haar nature wege openbaar, of door verachting der kerkelijke vermaningen in 't openbaar gekomen zijn, zal de verzoening (wanneer men genoegzame teekenen van boetvaardigheid ziet) in zulken vorm en manier geschieden als tot stichting van iedere Kerk door den Kerkeraad bekwaam zal geoordeeld worden. Of zij in be paalde gevallen openbaarlijk geschieden zal, wordt in Kerken, waar maar één Dienaar is, met advies van twee genabuurde Kerken beoordeeld.
Art. LXXVII. Aleer men, na de afhouding van het Avondmaal en de daarop nog gevolgde onderscheidene vermaningen, tot de afsnijding komt, zal men de hardnekkigheid des zondaars der gemeente openlijk te kennen geven, de zonde verklarende, mitsgaders de naarstigheid aan hem bewezen in 't bestraffen, afhouden van het Avondmaal, en menigvuldige vermaningen, en zal de gemeente vermaand worden hem aan te spreken, en voor hem te bidden. Zoodanige vermaningen zullen er drie geschieden. In de eerste zal de zondaar niet genoemd worden, opdat hij eenigs zins verschoond worde. In de tweede zal met advies der Classe zijn naam uitgedrukt worden. In de derde zal men de gemeente te kennen geven, d-it men hem (tenzij dat hij zich bekeere) van de gemeenschap der Kerk uitsluiten zal, opdat zijne afsnijding, zoo hij hardnekkig blijft, met stiUwijgende bewilliging der Kerk geschiede. De tijd tusschen de vermaningen zal aan het ooordeel des Kerkeraads staan.
Alt. LXXIX. Wanneer Dienaars des Goddelijken Woords, Ouderlingen of Diakenen eene openbare grove zonde bedrijven, die der Kerk schandelijk, of ook bij de 0/erheidstrafwa rdig is, zullen wel de Ouderlingen en Diakenen terstond door voorgaand oordeel des Kerkeraads derzelver en der naastgelegene gemeente in hun nen dienst geschorst of daarvan afgezet worden, maar de Dienaars alleenlijk opgeschorst w.^rden Of deze geheel van den Dienst af te zetten zijn zal aan het oordeel der Classe staan.
Art.' LXXXII. Dengenen, die uit de gemeente vertrekken, zal eene atiestatie of getuigenis huns wandels door den Kerkeraad medegegeven wor den, door twee onderteekend, of bij attestation, die onder het zegel der Kerk gegeven worden met ésne onderteekening.
Art. LXXXIII. Voorts zal den armen, om genoegzame oorzaken vertrekkende, door de Diakenen reisgeld gegeven worden, naar hetgeen zij oordeelen behoorlijk te zijn. De Kerkeraad en de Diakenen zullen echter toezien, dat zij niet te zeer genegen zijn om hunne Kerken van de armen te ontlasten, met welke zij andere Kerken zonder eenigen nood zouden bezwaren.
De overige artikelen blijven onveranderd.
Voor dezen arbeid zijn we dezen broeders dankbaar.
Er is hier met piëteit gehandeld. Alleen het noodigste is gewijzigd. Van revolutiezucht valt in dit rapport geen spoor te ontdekken.
Natuurlijk is hiermede de revisie niet afgeioopen. Onze vaderen hebben op elke Synode de Kerkenordening herzien en gewijzigd. Het leven der Kerken zelve dwong daartoe, omdat er telkens nieuwe vragen aan de orde kwamen.
Maar zoolang er geen gemeenschappelijke overtuiging gekomen is, hoe deze vragen opgelost moeten worden, is het beste zich van bindende bepalingen te onthouden. Onze Kerkenorde Igat ook genoegzaam speelruimte aan de Kerken, om haar leven zei standig in te richten naar hetgeen volgens haar inzicht eisch is van Gods Woord.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 29 januari 1905
De Heraut | 4 Pagina's