Tact.
III.
Is dan zoo de hooge waarde en de rijke t eteckenis van den tact, voor elk gebied van w et menschelijk leven duidelijk geworden, p an komt vanzelf de vraag aan de orde, hoe g ie tact kan verkregen worden. Het baat s toch niet, of de koopman zijn waren voor ten toon stelt en ze u aanprijst, wanneer h ij den prijs niet noemt, waarvoor ze uw eigenom kunnen worden.
Juist hierin schuit echter de moeilijkheid, dat deze tact niet aangeleerd kan worden, maar een aangeboren gave is. Evenmin als ge beleefdheid leeren kunt uit een Manuel du bon ton, of hoe ge uw entree de chambre maken moet uit een handboek der etiquette, zoo kunt ge ook tact niet instudeeren, wanneer ge de gave van den tact mist. Ge kent ze de diep-on gelukkigen, wier woord altijd een mal a propos is, die nooit langs u heen kunnen gaan, zonder op uw gevoeligsten likdoorn te trappen, wier leven uit een aaneenschakehng van flaters bestaat. Dat zijn de tact-loozen, die beurtelings uw spot en uw medelijden opwekken. Als advokaten verspelen ze hun beste practijk. Als doctoren houden ze geen enkelen patient. Als leeraars blijken ze op elke school onmogelijk. En ais predikanten worden ze, naar de nieuwste kerkrechtelijke methode, met wachtgeld van hun gemeenten losgemaakt. Het zijn de schipbreukelingen van het leven, voor wie ge, trots uw rechtmatige ergernis, toch tegelijk deernis voelen moet.
Maar al kan de tact niet worden aangeleerd, ontwikkeld kan de geschonken gave toch wel. Tact behoort tot de oorspronkelijke wijsheid, die God den mensch schonk. En hoezeer ook deze gave door de zonde ver duisterd werd, geheel wordt ze schier bij geen mensch gemist. Zooals het tactgevoel van uw vingeren kan worden verfijnd en door oefening een zekere vaardigheid van de hand kan worden verkregen, zoo kan ook het geestelijk tactgevoel en de geestelijke vaardigheid om te handelen worden ontwikkeld.
Uitnemende oefenschool is daarvoor in de eerste plaats het leven zelf. Naarmate ge met ruwe onbeholpen hand de snaren van het leven aangrijpt, of met den fijnen greep van den kunstenaar, zal de klank, dien het instrument voortbrengt, een dissonant zijn, die het oor verscheurt en de fijnste vezelen van uw ziel kwetst, of de rijke harmonie, die in zuiveren rythmus uw oor bekoort. Het effect van uw handeling zelf moet u leeren of ge met beleid gehandeld hebt. En indien de uitkomst u toont, dat ge, door zoo te handelen, juist het tegenovergestelde van uw doel hebt bereikt, dan hebt ge daarin de beste les des levens, hoe ge niet hebt te doen.
Als tweede hulpmiddel treedt daarnaast op de schat van wijsheid, die bij alle volkeren in spreekwoord en leerdicht te vinden is. Ook ons volk is rijk aan die korte kernachtige uitdrukkingen, meest in beeldspraak gehuld, waarin die levenswijsheid zich vertolkt. En wat het leerdicht aangaat, bezitten we in de breede foUanten van onzen zangerigen vader Cats een schat, dien menig ander volk ons benijdt. Onze vaderen, die Cats naast den Bijbel een plaats schonken in elk huisgezin, stonden in practische levenswijsheid ver boven het huidige geslacht, dat met de langdradigheid en platheid van onzen goeden Vader Cats spot; maar vergeet, dat wie om de onoogelijke schelp de parel verwerpt, niet waard is die parel te bezitten.
Maar de beste leermeesteres blijft ook hier de Heilige Schrift. Paul Kruger heeft nooit ander leerboek gehad, en in slag om met menschen om te gaan, in tact om het volk te leiden, in intuïtieve wijsheid, om het beste middel voor het doel te kiezen, vond hij onder geen levend staatsman zijn evenknie. In de sfeer der genade is die natuurlijke gave van het hart eerst tot volle ontluiking gekomen en ontving ze door het heilig beginsel der liefde haar schoonste sieraad. De „boeken der Wijsheid" van Israël bieden hier menige gulden levensles. Niet minder het leven der Bijbelheiligen, waarin ge telkens trekken van fijn gevoel en kieschen tact ontdekt, die u toonen hoe ook hier de genade Gods veredelend heeft gewerkt. Maar het schoonste exempel is ons toch geschonken in Hem, in wien alle gaven der genade waren uitgestort. Het is heiUge tact, wanneer uw Heiland, bij de Jacob's bron gezeten, de Samaritaansche vrouw om een teug waters vraagt, om straks den dorst naar het levende water, dat Hij alleen haar schenken kan, in haar ziele op te wekken. Het is heilige tact, wanneer Hij den rijken jongeling, die vol zelfvoldane eigengerechtigheid tot Hem kwam, door dat ééne woord: Ga heen en verkoop al wat gij hebt, toont, hoe onmogelijk het is dat een rijke inga in het Koninkrijk der hemelen. En waar schittert die heilige tact in schooner glans dan bij Genesareth's meer, waarover de lippen van uw Heiland geen woord van verwijt komt voor den diep gevallen discipel, maar alleen dat driemaal herhaalde; Simon Bar Jona hebt gij mij liever dan deze.? den discipel herinneren moet, hoe hoog hij van zijn liefde had opgegeven, en hoe juist hij tot driemaal toe zijn Meester verloochend had.
Reeds dit exempel van Christus toont u, hoe onjuist de gedachte is aXsoïbeginselvastheid met dat beleidvol optreden in het leven onverzoenbare antipoden zouden zijn. Zeker, indien tact alleen bestond in het altijd kiezen van den hoog geprezen gulden middelweg ; in het laveeren van uw scheepke door alle zandbanken en klippen van menschelijke vooroordeelen heen; in het angstvallig mijden van al wat opspraak wekken kan; in het wegzwachtelen van het scherp gewette zwaard in donzig fluweel, omdat ge niemand wonden wilt; in een plooien, buigen en schikken, waarbij de gunst van vrienden hoofdzaak en de eere Gods bijzaak ordt; dan zou het te verstaan zijn, dat ge e voorkeur gaaft aan den hoekigen en antigen man uit één stuk, die geen blad oor den mond neemt, ongezouten ieder de aarheid zegt, weet te haten en te toornen egen wat hem onrecht dunkt, boven de eeke, glibberige gestalte van den man der ractijk, wiens aanraking u even onaanenaam aandoet als van het kwaldier op de tranden onzer zee.
Zoetsappigheid is nooit een kenmerk van et Calvinisme geweest.
Calvijn, die in zijn strijd met Geneve's ibertijnen, niet dan over zijn lijk, den schener van Gods wet den toegang tot het heilig vondmaal vergunnen wilde; John Knox, ie ncch de koninklijke majesteit noch de vrouwelijke gratie van Maria Stuart ontzag waar het de eere Gods gold; onze martelaren, die liever goed of bloed prijs gaven, dan voor „den afgod van de Paapsche Mis" een voetval te doen, toonen hoe onwrikbaar en onbuigzaam de Calvinist wezen kan, waar het hoogste beginsel op het spel staat. En indien ook maar een vonk van den heiligen ijver, die hen verteerde, in onze ziel gevonden werd, het zou voor land en volk, voor kerk en staat ten rijken zegen zijn.
Maar wie daarom wanen mocht, dat onverzettelijkheid op het stuk van beginsel niet gepaard kan gaan met voorzichtigheid in de toepassing, met mildheid in het oordeel, met tact in de uitvoering, kent althans de gestalte van Calvijn niet. Calvijn, zoo als ge hem leert kennen uit zijn brieven en adviezen, is van alle enghartige bekrompenheid, van alle Principiënreiterei vrij. Juist daarin toont zich de adelaarsvlucht van zijn geest, het geniale van zijn blik, dat hij niet als zoo menige volgeling uit vroeger en later dagen, hoofd-enbijzaak verwarde, het wezen opofferde aan den vorm, of beginselen op de spits dreef, voor wier toepassing de tijden nog niet rijp waren.
Daarom duldde Calvijn in het reformatieplan voor Polen's koning ontworpen, dat de bisschoppen titulair hun naam zouden behouden, omdat Polen's winst voor het EvangeUe hem boven de strikte handhaving van het presbyteriale stelsel van kerkregeering ging-
Daarom droeg Calvijn te Geneve menige inmenging der Overheid in kerkelijke zaken, hoezeer hij overigens voor de zelfstandigheid der kerk ijverde, omdat hij wist dat verzet tegen de Overheid, vernietiging der kerk zou ten gevolge hebben gehad.
Daarom ried Calvijn aan de Nederlandsche ballingen op Duitschen bodem, niettegenstaande de superstitieuse gebruiken, die de Luthersche kerk bij den doop behield, hun kinderen bij de Luthersche predikanten te laten doopen, opdat het recht van gastvrijheid hen niet zou worden opgezegd door Duitschland's Overheid.
En daarom — met dezen laatsten trek moge het beeld voltooid zijn — liet Calvijn de Loei Communes van Melanchthon, hoe bedenkelijk zwak ook op het punt der praedestinatie, met een voorrede van zijn eigen hand, in het Fransch vertalen, omdat hij hoopte dat Melanchthon's naam en invloed de benarde zaak van het protestantisme in Frankrijk ten goede komen zou.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 29 januari 1905
De Heraut | 4 Pagina's