„Veronderstelde wedergeboorte.”
Een vriendelijk lezer van blad vraagt ons uit de H. Schrift de bewijzen te willen geven, waarop de onderstelling van de wedergeboorte bij den doop rust.
Hij houde het ons ten goede, dat we thans op dit verzoek niet ingaan. De gronden, die hiervoor uit de Schrift aan te voeren zijn, zijn reeds zoo menigmaal en zoo breed besproken, dat het niet anders dan noodelooze herhaling zou zijn, dit betoog nog eens te leveren. Of heeft onze vrager dan nog nooit in de Schrift gelezen, hoe Eaulus verklaart, dat we „door den doop met Christus begraven zijn in d^n dood, opdat ook wij in nieuwigheid des levens zouden wandelen." (Rom. 6:4) en hoe hij elders zegt, dat „God ons heeft zalig gemaakt naar zijne barmhartigheid door het bad der wedergeboorte en der vernieuwing des Heiligen Geestes. (Titus 3 : 5)
Bovendien, ons Doops-formulier spreekt dit zoo onomwonden en duidelijk uit, dat degenen, die tegen deze voorstelling bezwaar hebben, zichzelf wel eerst eens mogen afvragen, hoe ze met een geruste conscientie dit formulier nog langer kunnen gebruiken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 29 januari 1905
De Heraut | 4 Pagina's