Geestelijke en Kerkelijke goederen.
Het proefschrift, waarop de heer D. G. Rengers Hora Siccama tot doctor in de rechtswetenschap aan de Utrechtsche Universiteit promoveerde, verdient ook in onzen kring met waardeering te worden begroet.
Zelden is zeker een zoo lijvige dissertatie als deze in het licht verschenen. Hoewel nog slechts het eerste deel bevattend, telt dit pröefschift toch bijna 800 pagina's. Met een accuratesse en nauwkeurigheid, die bewondering afdwingt, heeft deze jonge doctor alle archieven van Utrecht doorsnuffeld, om daaruit zijn stof te verzamelen. En hoe breed de omvang van zijn proefschrift ook werd, hij bleef de stof beheerscheii en geeft telkens een zoo helder overzicht van de door hem gevonden resultaten, dat het geen moeite kost zelfs voor een leek op juridisch gebied, om zijn betoog te volgen.
Het belang van deze dissertatie ligt voor ons in het behandelde onderwerp. De heer Rengers Hora Siccama heeft een onderzoek ingesteld naar de Geestelijke en Kerkelijke goederen onder het Canonieke, het Gereformeerde en het Neutrale recht. Om daarbij niet in, zwevende theorieën te blijven hangen, maar de historie zelf te laten spreken, heeft hij hoofdzakelijk uit de Utrechtsche archieven alles bijeengezameld, wat over dit onderwerp handelde.
Gelijk van zelf spreekt kwam de heer Rengers HoraSiccama, zoodra hij de periode na de Reformatie behandelde, daarbij ook in aanraking met het geschil, dat indertijd om de kerkelijke goederen gestreden is tusschen de heeren Lohman en Rutgers eenerzij ds en Prof. Kleyn te Utrecht anderzijds. En al mag de heer Rengers Hora Siccama nu niet op elk punt met de heeren Lohman en Rutgers medegaan, toch zal ieder die dit proefschrift leest, wel den indruk ontvangen, hoe slecht de toenmalige pleitbezorger der Hervormde kerken met zijn historische constructie er afkomt. De heer Rengers Hora Siccama windt er geen doekjes om, dat Prof. Kleyn zich op schier alle punten vergist heeft, en toont dit met de acte stukken zoo overtuigend aan, dat men gerust zeggen kan, dat de historie nu voor goed uitspraak heeft gedaan.
Het is niet met een zekere Schadenfreude, dat wij op deze dissertatie wijzen. Prof. Kleyn is te vroeg heengegaan en zijn verdiensten blijven we dankbaar waardeeren. Maar waar nog steeds velen met een beroep op hetgeen door hem geschreven werd, een voorstelling blijven verdedigen, die historisch onhoudbaar is, daar zijn we dankbaar, dat een leerling der Utrechtsche Hooge school, aan wiens onpartijdigheid niet getwijfeld worden kan, de historische waarheid zoo helder in het licht heeft gesteld, dat op dit punt voortaan geen twijfel meer mogelijk zal wezen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 26 februari 1905
De Heraut | 4 Pagina's