Ons zendingshospitaal.
In het Zendingsblad schrijft ; , Dr. Scheurer aangaande de aankomst van Dr. Van Marie het volgende:
In de eerste plaats zullen wij dan Dr. Van Marie welkom heeten. Het was voor ons allen een dag van vreugde, toen de nieuwe doet er met den trein zoude aankomen. Het geheele personeel was in mijne woning bijeengekomen, om hem te verwelkomen. Het was hun allen aan te zien, dat zij met ons blijde waren, toen Dr. Van Marie hun één voor één hartelijk de hand drukte.
Het spreekt van zelf, dat de geneesheer nieuwsgierig was om het hospitaal te zien. Nu, wij voldeden zoo spoedig mogelijk aan zijne begeerte en wandelden met hem door de versctiiüende zalen. Het ligt niet op mijnen weg, de indrukken weer te geven, welke op dat oogenblik in zijn hart ontstonden ! Het is immers alles hier zoo geheel anders dan in Amsterdam! Toch geloof ik, dat Dr. Van Marie zich wel spoedig op zijn gemak gevoelen zal.
Eenige dagen na zijne aankomst hebben wij alles met elkander besproken en de werkzaam heden geregeld, Dr. Van Marie neemt het hospitaalwerk op zich, terwijl ik de polikliniek en buitenpractijk voor mijne rekening nemen. Wij troffen deze regeling, omdat in de buitenpraktijk kennis van het Javaansch noodig is.
Terwijl hij voorts over het hospitaal zelf nog de volgende mededeelingen doet:
Thans moeten wij ons voor een oogenblik met de patiënten bezighouden. Door de ruime gift van den heer Dinger werd het aantal bedden op 130 gebracht-Spoedig waren alle plaatsen bezet; en op het oogenblik is de aanvrage voor opname zóó groot, dat wij bijna lederen dag genoodzaakt worden, patiënten af te wijzen. Dat door deze vermeerdering van zieken de uitgaven zijn gestegen, behoef ik voorzeker niet te zeggen.
Onder alles mogen wij, Gode zij dank, zeggen, dat ons hospitaal zich hoe langer zoo meer overal weet in te dringen, ja-zelfs tot in de hadji-wereld.
Eenigen tijd geleden werd op een avond het zoontje van eenen der voornaamste hadji's in de khniek gebracht. Hij had een stukje koper in zijn oog gekregen. Daar het avond was, durfde ik toen niet opereeren; ik verbond daarom het oog en verzocht den vader den volgenden morgen met zijn zoontje terug te komen.
Boven verwachting stond reeds vroeg in dea morgen de hadji met het patientje voor mijne deur. Toen ik zeide, dat zijn zoontje moest worden opgenomen, vond hij dat terstond goed; en zoo hadden wij dan lederen dag bezoeken van hadji's, die nu eens konden zien, hoe onze patiënten eene christelijke behandeling genieten.
Ruim veertien dagen is de kleine hadji bij ons geweest; en daarna kon ik hem, zoo goed als genezen, ontslaan.
Ik heb den broederen door deze mededeeïing alleen willen doen zien, dat ons hospitaal van jaar tot jaar vooruitgaat in het veroveren van zijne positie in de Javaansche wereld.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 26 februari 1905
De Heraut | 4 Pagina's