Vu cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Vu te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Vu.

Bekijk het origineel

„Overgeleverd in de handen der zandaren”.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

„Overgeleverd in de handen der zandaren”.

7 minuten leestijd

Toen kwam hij tot zijne discipelen, en zeide tot hen: laapt [nu] voort, en rust. Ziet, de ure is nabij gekomen, en de Zoon des menschen wordt overgeleverd in de handen der zondaren. Matthëus 26:45.

Daarin dat het „Woord vleesch is geworden" of dat de „Zone Gods" als „Zoon des menschen verscheen, lag op zichzelf geen vernedering. De nadering en toenadering van den Schepper tot zijn schepsel verheft het creatuur en trekt Hem, door Wien alle dingen zijn, niet neer.

Maar heel anders stond dit, nu op deze wereld de ellende woonde, in verband daarmee dat de zonde woonde in het hart van den mensch.

Nu toch, en daarom, werd elke toenadering zelfvernedering, elk genadebetoon nederbuigen goedheid, en elk ingaan in ons menschelijke existentie een zelfvernietiging.

De apostel betuigt het zelf aldus: Die „zichzelven vernietigd heeft, de gestaltenis eens dienstknechts aangenomen hebbende"; en-die, niet anders, „zichzelven vernederd heeft, gehoorzaa geworden zijnde tot in den dood."

Eeniglijkhet „ontvangen van den Heiligen Geest, geboren uit de maagd Maria" biedt dan ook den sleutel tot het heilig mysterie, hoe het Woord vleesch worden kon, en met onze ellende in gemeenschap kon treden, zonder tegelijk in gemeenschap te treden met onze zonde.

Ons vleesch nam Hij aan, onze menschelijke natuur, en daarom had Hij deel aan de nederheid, aan de zwakheid, aan de inzinking en de ellende, waaraan de mensch, niet als creatuur, maar als gevallen creatuur onderworpen is.

Op Thabor, in de verheerlijking, legde onze Heiland een oogenblik die vernedering des lichaams af, om te schitteren in glorie; en voor altoos brak Hij met onze zwakheid toen hij verrees en opvoer ten hemel.

Maar in de Kribbe, in den Tempel, te Kapernaum, te Bethsaida en in Gethsemané kleeft hem onze zelfverzwakking aan en verkeert Hij in den staat der vernedering.

Niet de zondige achtergrond van onze zelf verzwakking ging op Hem over. Hij is en blijft de Heilige. Geen zonde drong ooit uit onze gevallen natuur in zijn volstrekt heilig bestaan door. Hoe ook dit zondige hem poogde te naderen en in hem te dringen, het stuitte onverbiddelijk op het pantsier zijner Heiligheid af.

Maar de zelfvernietiging en de zelfvernedering was er al de dagen zijns levens op aarde. Er was het zelf willen in nadering en aanraking komen niet alleen met onze schepsel-natuur, maar met onze gevallen natuur; een daarin willen doordringen tot dood en vloek.

En eerst als de nadering zoover voort is geschreden, dat de Zone Gods en des menschen Zoon zelf sterft, en sterft aan het vloekhout komt 't keerpunt en treedt de heerlijkheid in.

Zoo is het één proces van steeds voortgaande vernedering van dé Kribbe tot het Kruis, en in dat proces is er aldoor een steeds voortgaande benadering van de diepte der ellende.

Een toenadering, waarin het groote keerpunt in het feit ligt, dat hij, na Gethsemané, uit den toestand der persoonlijke vrijheid overging in den toestand van onvrijheid, toen hij „overgelever werd in de handen der zondaren."

Wij, zelf onrein, kunnen er ons nauwlijks indenken, hoe het komen tot ons geslacht, het ingaan in onze natuur, en het verkeer onder niets dan zondaren, voor Jezus drie eii dertig jaren lang, reeds op zichzelf, één lijden is geweest.

Iets daarvan voelt, wie zelf in beschaafden, redelijk hoogstaanden kring levende, zich een oogenblik begeeft in de kringen der spotters, misdadigers en roekeloos onzedelijken. Dan overvalt u bij wat ge ziet en aanhooren moet, onwilkeurig een huivering, en ge voelt u als aan een giftige besmetting, als aan dierlijke wildheid ontkomen, als ge in uw eigen woning weer met vrouw en kinderen in het gebed gaat.

En dit nu, maar in tienvoudige scherpte, is de gestadige gewaarwording geweest, waaronder Jezus verkeerd heeft zoolang hij op aarde was, uitgezonderd alleen de oogenblikken, dat hij zich kon terugtrekken in de woestijn om' in het gebed met zijn God te zijn.

Zelfs in den kring van zijn jongeren verliet hem die huivering niet.

De afstand tusschen Jezus heilig innerlijk bestaan en de menschenwereld waarin hij optrad, was zoo overgroot.

Maar tot op Gethsemané bleef dan voor 't minst nog de persoonlijke vrijheid.

Jezus was wel meermalen bedreigd. Ze hadden hem wel willen steenigen. Ze zonden wel politie op Jezus af, om de hand aan hem te slaan. Maar dit alles deerde niet. Zijn ure was nog niet gekomen. En Jezus bleef vrij.

Uit ging waar bij wilde. Hij trok zich terag d als de aanvechting al te pijnlijk werd. Hij herleefde in de eenzaamheid en in de ure des gebeds.

Maar met Gethsemané komt ook hier een einde aan, en het is hierin dat de beteekenis van Gethsemané uitkomt. Hier was het niet een bidden om zich vrij te maken, maar een bidden om zich over te geven.

Slaapt nu voort, want de Zoon des menschen zal overgeleverd worden, overgeleverd in de handen der menschen, overgeleverd in de handen van menschen die zondaren zijn.

Overgeleverd worden is de diepe krenking ondergaan, dat anderen macht over u verkrijgen; dat ge ophoudt vrij man te zijn; dat ge uit de vrije wereld in de banden overgaat.

Reeds dit nu is voor elk man van eer een aangrijpend oogenblik. Het'tast onzen persoon, het tast ons bestaan, onze vrijheid, onze beschikking over ons zelven aan.

Maar onvergelijkelijk sterker moest dit Jezus aangrijpen, hem die macht over alles had, die de Koning van het Godsrijk was, en wien gegeven was alle macht in hemel en op aarde.

Ieder voelt, dat het reeds op aarde voor een Vorst, voor een Koning, voor een Keizer iets veel bitterder is, als men hem gevangen neemt, dan voor een gewoon burger. En hier overkomt dit niet aan den Koning, maar aan den Koning der koningen.

De ellende waartoe hij uit Goddelijken liefdedrang is ingegaan, grijpt hem aan, overmant en vermeestert hem.

En hij, die dit alles met éen wenk, met één woord van zich kon weren, laat dit toe, laat dit geworden, moet dit toelaten, want hij wordt overgeleverd.

Overgeleverd naar Gods bestel, ingevolge Gods raad. Hier is het begin van het van God verlaten worden.

Het is of hij uit de hand des Vaders, door den Vader zelf, in de handen van de zondaren wordt overgegeven, meer nog, overgeleverd d. w. z. overgegeven opdat ze met hem doen naar hun boozen wil.

Hij wordt overgeleverd in hun handen.

Dit is hier letterlijk te verstaan.

Toen de koning van Pruisen keizer Napoleon gevangen nam, wist Napoleon vooruit, dat hij met " vorstelijke eer zou bejegend worden, en dat geen menschenkind zich aan zijn persoon vergrijpen zou.

Maar hier is het een overleveren van Jezus in de handen der zondaren.

Ze zullen de hand aan hem slaan, ze zullen hem het spotkleed omhangen, ze zullen hem de doornenkroon in het matte hoofd drukken, ze zullen het kruis op hem leggen, na hem gegeeseld te hebben, en dan zullen ze hem de uitkleeden en hangen aan het kruis.

De vrijheidsberooving gaat over in handtastelijk geweld. Hij wordt overgeleverd niet alleen in hun macht, maar in hun handen, opdat de menschelijke hand zich aan hem veroorlove, wat menschelijke boosheid als wraak begeert.

En daarom staat er bij: in de handen der zondaren.

Misschien kent gij zelf personen, die u haten, die met nijd tegen u vervuld zijn, die u zouden willen verdoen, maar die ge ontwijkt, die ge mijdt, van wie ge u verre houdt.

Welnu, denk het dan in, dat ge in een eenzaam vertrek, zonder dat iemand u bij kon staan, aan de woede van deze uw haters waart overgeleverd, — zou het niet ontzettend zijn ?

En zoo nu is uw Heiland overgeleverd. Overgeleverd aan wie Hem haatten met den bittersten haat, aan wie er op uit waren om hem te kwellen, te tergen, te hoonen, en te niet te doen. Hij de Heilige overgeleverd aan de zondaren, opdat de opwoelende zonde inhetbooze menschenhart zich alles tegen hem zou kunnen veroorloven, wat boosheid slechts kan uitdenken.

„In de handen der zondaren", dat was voor Jezus het ontzettende. Dat was het wat hij in Gethsemané had voorgevoeld. Dhxws.^ de drinkbeker.

En toch, Jezus treedt niet terug. Huivering heeft zijn ziel in Gethsemané gekend. De weeën van het lijden zijn, eer het kwam, in volle klaarheid en in heldere bewustheid over zijn ziel getogen, toen hij, voorover gestort, smeekte tot zijn Vader.

Maar gesterkt door het gebed, en gesteund door Gods engelen, heeft bij zich toen laten overleveren, ja, heeft hij zichzelven overgelever in de handen der zondaren.

En heel de lijdenshistorie getuigt het ons, wat de handen der zondaren aan dien overgeleverden Zoon des menschen dorsten bestaan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 16 april 1905

De Heraut | 4 Pagina's

„Overgeleverd in de handen der zandaren”.

Bekijk de hele uitgave van zondag 16 april 1905

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken