Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Uit de Pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de Pers

9 minuten leestijd

De belangstelling, die de Brieven uit Rusland, in Timotheus door Mej. H. S. S Kuyper geschreven, bij ons publiek opwekken, laat zich wel begrijpen.

De bloedige oorlog tusschen Rusland en Japan heeft in bijzondere mate de aandacht gevestigd op het machtige Czarenrijk, en de meêdeelingen van een reizrgster, die kort geleden Rusland bezocht heeft en met zulk een scherp oog de toestanden heeft waargenomen, kunnen niet weinig bijdragen om ons dit volk en land beter bekend te maken.

Reeds vroeger namen wij van deze brieven een gedeelte over, waarin de godsdienstige plechtigheden der Russische Kerk beschreven werden. Ook de XlIIe brief is uit dat oogpunt waard door onze lezers gekend te worden. De schrijfster verhaalt hetgeen ze op haar bezoek aan Moskou zag:

Wij verlaten het museum en bevinden ons vlak bij een der beroemdste punten van Moskou, j a van gansch Rusland. Wij richten onze schreden naar de weer voor ons oog in zeer vreemden stijl gebouwde Iberische poort, i) De poort heeft twee doorgaDgen links en rechts, en daar tusschen in bevindt zich de z. g. Iberische kapel, duidelijker gezegd, de kapel gewijd aan de Iberische moeder Gods (De Russische kerk noemt Maria niet anders dan «Moeder Gods') Wij treden binnen. De kapel is klein, en hel verlicht door tallooze waskaarsen, wier zilveren schijnsel zich in schier oogverblindende schittering duizenden malen spiegelt in de tallooze prachtige diamanten en edelsteenen, waarmede de icon der moedermaagd versierd is. Om het hoofd glanst zacht een kunstig netwerk van paarlen, daarboven flonkert een rijke kroon van brillanten. De kroon, waarmede Maria's hoofd gekroond is, en de kleederen van haar en het kindeke Jezus zijn van louter goud. Een priester zingt gebeden voor hen, die er om vragen. En zonder ophouden komen en gaan de menschen, om hier een kruis te slaan, de icon te kussen en een waskaars te koopen ter offerande aan de moedermaagd. Geen Rus, man, vrouw of kind, gaat de poort door, of hij treedt hier binnen om het heiligenbeeld eer te bewijzen. Als de Czaar in Moskou komt, om er het Paaschfeest te vieren, richt hij altijd eerst zijn schreden hierheen, vóór hij naar zijn paleis op 't Kremlin gaat. Is er in Moskou een zieke, wordt er een nieuwe zaak geopend — dan wordt de icon tegen betaling van een goede som van zijn plaats gehaald, en rijdt plechtig in een mooie koets met zes paarden bespannen, begeleid door lakeien in livrei eii blootshoofds naar het oord zijner bestem ming. Bijna dagelijks maakt de icon zulk een rijtoer, en het is vreemd, dat wij hem nooit op onze tochten door Moskou hebben ontmoet

Lang vóór de kapel 's morgens geopend wordt, staat het volk al te wachten in sneeuw, vorst en duisternis, ten einde onmiddellijk toegelaten te worden, zoodra de deuren opengaan. En niet alleen uit Moskou, maar uit alle oorden van het grcote Russische rijk, komen bedevaartgangers om hunne gebeden tot het beeld op te zenden.

De indruk bevestigt zich ook hier, dat de groote zonde van de Christelijke kerk in Rusland is, evenals die van de Roomsche kerk ; het zich gedurig schuldig maken aan afgoderij en beeldendienst. De Russische kerk mag zich beter wanen dan de Roomsche, omdat zij geen beelden, slechts afbeeldingen van heiligen binnen haar muren duldt — de groote massa van hét volk vereert in de prachtig versierde icons, machten van bovenaardsche kracht en heerlijkheid. Zij maken zich duizenden en tienduizenden gelijkenissen van hetgeen boveti in den hemel is, en buigen zich voor die eii dienen hen, letterlijk de zonde dus, die God in het tweede gebod heeft gebrandmerkt en uhdrukkelijk verboden.

Gaat het u als mij, dan zijn er 'wel eens dingen in de Schrift, waarover men zich verwondert, totdat er plotseling een oogenblik in ons leven komt, — een plotselinge kromming van den weg, en een nienw gezichtspunt, een heldere lichtstraal valt over wat ons tot nu toe duister en raadselachtig scheen, en wij voor de zóoveelste maal in ons leven weer iets meer leeren verstaan van de waarheid en goddelijkheid der Heilige Schrift.

De hoofd.!onde van het volk Israël was: zijn gedurig vervallen tot afgoderij en beeldendienst. Talloos zijn de verhalen, waarin wij Israël tot deze zonde zien vervallen, er de straf voor dragen en weer voor een tijd tot berouw en betering komen, totdat de vreeselijke lijdenstijd van Babyloniës ballingschap Israël eens en voor goed van zijn zondige neiging genas.

En als wij nu in ons persoonlijk en huiselijk leven, het Onde Testament even geregeld en biddend onderzoeken als het Nieuwe, dan zal allicht de vraag in ons hart rijzenn: »Wat hebben wz; 'nu toch met die eindelooze waarschuwingen tegen afgoderij en beeldendienst fe maken ? ' De verleiding er toe, is, dank zij de krachtdadige zuivering die dé Reformatie ons op dit gebied bracht, voor ons zoo absoluut afgesneden, dat het tweede gebod ons wel het minst toespreekt van alle geboden. Ik vroeg eens aan een kind, dat - voor 't eerst met den inhoud der tien geboden was bekend gemaakt, welk gebod hem nu wel het moeilijkst leek om te houden. Hij dacht even na, en zei toen: »Het makkelijkst vind ik van geen afgoden." En is dat antwoord eigenlijk niet het oordeel van alle zonen en dochteren der Reformatie ? Zulke gedachten beheerschen ons denken, als wij alleen maar zien op den kleinen kring van Christelijk leven, waarin wij ons bewegen en zijn. Doch slaan wij den blik eens over de gansche breedte en lengte der Chris­

¹) Behalve het bekende Iberië in Spanje, is er ook nog een weinig bekend Iberië in den Kaukasus, waarnaar deze poort genoemd is. telijke wereld over het groote deel der aarde, waar het Evangelie des Kruizes is gepredikt en aangenomen en het heidendom heeft verdrongen. Een werelddeel, zóó groot, dat het onderdeeltje, waarin wij leven, in vergelijking met het geheel, nauwelijks in aanmerking schijnt te komen.

En wat zien wij dan ? Dit, dat verreweg het grootste gedeelte van de Christelijke kerk, niettegenstaande al de waarschuwingen in het Oude Testament, toch tot afgoderij en beeldendienst vervallen is, en dat slechts een zéér klein gedeelte zich van deze zonde onbesmet heeft weten te bewaren. En op eenmaal verstaan wij dat uitvoerige tweede gebod met zijn straf en zijn belooning bo venaan op de tafel der v/et, — en niet minder, waarom zulk een groot gedeelte van het Oude Testament gewijd is aan waarschuwingen tegen overtreding van dit gebod. Geen wonder dan ook, dat toen de Reformatie als" eersten eisch stelde, dat het Woord Gods weer vrij en ongehinderd tot de menschen zou spreken, zijn geweldige werking tegen den zondigen dienst der beelden zich onmiddellijk deed gevoelen, evenals in de dagen van Josia (zie II Kon. 23) na het terugvinden en luid voorlezen van het boek des verbonds, dat in het huis des Heeren gevonden was.

God kende, toen Hij de Schrift formeerde, de zondige neiging van het menschelijk hart — ook van het hart, dat zegt Hem te dienen en lief te hebben.

En niet minder belangrijk is, wat Mej. Kuyper in een voorgaanden brief meedeelt aangaande de oude HoUandsche Kerk te Moskou:

In den tijd van Hollands grootheid, toen zijn burgers handel dreven met alle plaatsen der aar(^, vestigden zich zijne nijvere kooplieden ook te Moskou. En waar zulk een HoUandsche handels kolonie zich neerzette, daar deed zich — geheel overeen komstig het godsdienstig karakter onzer vaderen — onmiddellijk de behoefte aan een kerk gevoelen. Wij weten, hoe boog destijds de Hollanders bij de Russen stonden aangeschreven, en dat vooral Peter de Groote hun groote voorrechten toestond. Ook te Petersburg is een HoUandsche kerk, een mooi gebouw aan de Newsky Prospect, maar evenmin als de HoUandsche kerk te Londen dien eerenaam nog waard, geheel afgeweken als zij is van het geloof in Christus en de belijdenis der Schrift. Hoe zouden onze vaderen weenen, als zij konden zien, waartoe hun stichtingen in der eeuwen loop ontaard zijn!

Toen Moskou nog Ruslands hoofdstad was en het centrum van zijn handel, woonden hier vele Hollanders met bun gezinnen, die hier goede zaken deden. Met tallooze moeilijkheden hadden zij te kampen; de Russische regeering zag de vestiging van vreemdelingen met leede oogen aan en vreesde vooral den invloed van het kettersche geloof op hare orthodoxe onderdanen. Maar Holland wies, ook in Moskou, in macht en invloed. In 1650 begon de HoUandsche gemeente leeraren uit het vaderland te beroepen. Ds. Krawinkel verschijnt ten tooneele en na hem een geheele reeks HoUandsche predikanten. Ds. Schoondervioert uit Amster dam, die hem opvolgde, was een tijdgenoot van Peter den Grooten, die de Hollanders zoo liefhad en begunstigde. Nu waagde de gemeente het, haar simpel houten kerkje door een flink steenen gebouw te| vervangen. Twee invloedrijke leden der gemeente, Herman van Sweeden en David Ruts, werden naar Holland afgevaardigd, om de noodige gelden bijeen te brengen. De toenmalige burgemeester van Amsterdam, Nicolaas Witsen, (bekend om zijn vriendschappelijke betrekkingen tot Peter den Grooten) ontving hen zeer vriendelijk en gaf hun uit eigen middelen een ruime som gelds. Uit dankbaarheid hierover liet de gemeente het wapen van burgemeester Witsen met de spreuk Labor omnia vincit (arbeid overwint alles) op een ijzeren plaat boven den ingang der nieuwe kerk zetten.

»Opgaan, blinken en verzinken, was ook het lot der HoUandsche gemeente te Moskou. Peter de Groote verlegde de residentie van het hof en het zwaartepunt van Ruslands handel naar Petersburg, en Moskou zonk in beteekenis. En in West-Europa werd het zwaartepunt der geschiedenis uit Holland verlegd naar elders, ook Holland zonk in beteekenis.

En zoo geschiedde het tegen het eind der iSe eeuw, dat de HoUandsche gemeente werd opgeslokt door de Duitsche en dat na Ds. Th. van Sandbergen uit Zutfen, geen HoUandsche predikant meer beroepen werd. De HoUandsche kerk brandde af, en een kerk voor Duitsche en Fransche godsdienstoefeningen kwam in haar plaats Maar tegenover den ingang, boven het altaar, prijkt nog altijd de gedenksteen van Nicolaas Witsen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 23 april 1905

De Heraut | 4 Pagina's

Uit de Pers

Bekijk de hele uitgave van zondag 23 april 1905

De Heraut | 4 Pagina's